Dit voorstel is de eerste lezing (het overwegings- of verklaringsvoorstel) van een aanpassing van de Grondwet waarmee invulling wordt gegeven aan de afspraak in het regeerakkoord van het kabinet-Rutte III dat het stemproces dient te worden aangepast zodat Nederlanders die in het buitenland wonen eenvoudiger hun kiesrecht, ook in relatie tot de verkiezing van de Eerste Kamer, kunnen uitoefenen. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft bij brief van 22 februari 2019 (EK 31.142, C) op hoofdlijnen beschreven welke opties denkbaar waren om de Nederlanders die in het buitenland wonen invloed te geven op de samenstelling van de Eerste Kamer.
Nederlanders die in het buitenland wonen kunnen deelnemen aan de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer en van de leden van het Europees Parlement. De leden van de Eerste Kamer worden gekozen door de leden van provinciale staten en de leden van de kiescolleges voor de Eerste Kamer in de Caribische openbare lichamen. De leden van provinciale staten gekozen door de Nederlanders die tevens ingezetenen zijn van de provincie, en de leden van de kiescolleges voor de Eerste Kamer in de Caribische openbare lichamen door de Nederlanders die tevens ingezetenen zijn van de Caribische openbare lichamen. Nederlanders die in het buitenland wonen hebben dus geen invloed op de samenstelling van de Eerste Kamer. De regering acht dit onevenwichtig en een door niet-ingezetenen gekozen kiescollege voor de verkiezing van de Eerste Kamer strekt ertoe deze onevenwichtigheid weg te nemen.
Wetsvoorstel 35.785 bevat de tweede lezing van deze Grondwetswijziging.
Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.
Het voorstel (EK, A) is op 2 juni 2020 aangenomen door de Tweede Kamer.
Voor: PvdA, GroenLinks, DENK, 50PLUS, D66, VVD, CDA, ChristenUnie, FVD en Van Haga.
Tegen: SP, PvdD, SGP, PVV en Krol/Van Kooten-Arissen.
De Eerste Kamer heeft het voorstel op 13 oktober 2020 na stemming bij zitten en opstaan aangenomen.
Voor: CDA, FVD, VVD, Fractie-Otten, GroenLinks, 50PLUS, PvdA, OSF, D66 en ChristenUnie.
Tegen: PvdD, SGP, SP en PVV.
De tijdens de plenaire behandeling is een motie ingediend.
De plenaire behandeling van het wetsvoorstel door de Eerste Kamer, gezamenlijk met het wetsvoorstel Herijking Grondwetsherzieningsprocedure (35.419), vond plaats op 6 oktober 2020.
ingediend
20 maart 2020titel
Verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet strekkende tot het opnemen van een bepaling over een door niet-ingezetenen gekozen kiescollege voor de verkiezing van de Eerste Kamer der Staten-Generaalschriftelijke voorbereiding
inbreng geleverd door
ondertekening
inwerkingtreding
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
5 oktober 2020
brief regering; Voorlichting van de Afdeling advisering van de Raad van State over stemwaardebepaling kiescollege TK, 8 Bevat bijlagen -
-
-
-
-
-
-
10 juni 2020
Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 25 mei 2020, over Verklaringswetten tot wijziging van de Grondwet TK 35.417 / 35.418 / 35.419, 9 -
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-