Plenair Van Bijsterveld bij voortzetting behandeling Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026



Verslag van de vergadering van 19 mei 2026 (2025/2026 nr. 29)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 13.59 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Van Bijsterveld i (JA21):

Voorzitter. Miljoenen Nederlanders wachten al decennialang op strenger asielbeleid. Ook deze verkiezingen is hun mede door D66 beloofd dat er strengere regels zouden komen om de instroom te beperken omdat het systeem onhoudbaar is. Ondanks deze mooie woorden wachten Nederlanders nog steeds op een beleid dat grip heeft op migratie. Juist daarom is het wrang dat de eerste brede stelselmatige aanscherping van asielbeleid sinds begin jaren 2000 politiek in dit huis is gesneuveld. Een pakket dat, los van alle discussies over details, uiteindelijk een poging deed om de voortdurende stapeling van instroom, procedures en opvangdruk te doorbreken. Links wilde die aanscherping inhoudelijk niet. Dat was voorspelbaar. Maar het is evenzeer een politieke werkelijkheid dat ook de PVV, ondanks jarenlange retoriek over het strengste asielbeleid ooit, heeft bijgedragen aan het torpederen van dat pakket. Ondertussen blijven de asielzoekers maar binnenstromen.

Nu ligt hier het Europese Asiel- en Migratiepact.

De heer Van Hattem i (PVV):

Wellicht ten overvloede: als PVV-fractie hebben wij juist vóór de Asielnoodmaatregelenwet en vóór de Wet tweestatusstelsel, dus gewoon vóór de wetten van minister Faber. We hebben alleen maar tegen die vermaledijde afzwakking via de novelle gestemd, die juist de wetten zwakker zou maken. Het is D66 geweest als grootste regeringspartij die geen verantwoording nam en het waren het CDA en de SGP, die blijkbaar toch bescherming van hulp aan illegalen belangrijker vonden dan het hele pakket. Dat wil ik toch even gezegd hebben voor de volledigheid.

De voorzitter:

Ik hoorde geen vraag, dus u kunt gewoon voortgaan.

Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):

Inderdaad geen vraag. Feit is dat de PVV in de Tweede Kamer vóór de novelle heeft gestemd en dat de PVV in de Eerste Kamer vond dat niet te hoeven doen. Maar dat laten we nu verder buiten de discussie.

Zoals ik al zei, voorzitter: nu ligt hier het Europese Asiel- en Migratiepact. Nederland wordt rechts ingehaald door de Europese Unie — geen constatering die ik ooit verwacht had te moeten doen. Op 12 juni aanstaande heeft het pact ten aanzien van de vorderingen directe werking in alle lidstaten, dat bovendien wordt gepresenteerd als hét antwoord op het migratievraagstuk. Hoewel het wetsvoorstel inhoudelijk vergelijkingen kent met de Asielnoodmaatregelenwet, staat of valt het EU-pact met de implementatie en de uitvoering daarvan op nationaal niveau. De wetgeving daarvoor ligt vandaag voor.

Het Asiel- en Migratiepact bevat onderdelen die noodzakelijk zijn: strengere screening aan de buitengrens, grensprocedures voor kansarme aanvragen, betere registraties van asielzoekers, snellere afhandeling, meer aandacht voor terugkeer en ook het afwegen van veiligheidsrisico's. Dat zijn allemaal elementen waar JA21 al jarenlang voor heeft gepleit. Maar tegelijk moeten wij onszelf niet in arren moede tevredenstellen met Brussels beleid omdat politieke krachten in Nederland strenger nationaal beleid willen dwarsbomen. De fundamentele vraag is daarom: waarom zou dit pact wél functioneren, waar de Dublinverordening al jarenlang tekortschiet? Ook Dublin ging uit van verantwoordelijkheid van het eerste land van aankomst. Ook Dublin kende afspraken over registratie en terugname. Ook Dublin moest secundaire migratie tegengaan. En toch zag Europa jarenlang hoe migranten doorreisden naar Noordwest-Europa, hoe registratie gebrekkig bleef en hoe overdrachten in de praktijk vaak vastliepen in procedures, uitvoeringsproblemen of simpelweg politieke onwil.

Mijn fractie ziet uiteraard dat het pact verder gaat dan het oude Dublinsysteem, maar de kernvraag blijft of naleving en handhaving nu wel worden afgewogen. Welke sancties volgen er als lidstaten opnieuw onvoldoende registreren, terugnemen of meewerken? De werkelijkheid is namelijk dat delen van Europa migratie fundamenteel anders benaderen dan Nederland. Sommige lidstaten zien Noordwest-Europa feitelijk nog steeds als de eindbestemming van een probleem dat geografisch weliswaar aan hun grenzen begint, maar politiek en financieel vooral bij anderen hoort te eindigen.

Daar komt bij dat verschillende landen zich nu al verzetten tegen onderdelen van het solidariteitsmechanisme. Andere landen accepteren liever financiële afkoop dan feitelijke opvang. Mijn fractie begrijpt die reflex overigens beter dan verplichte herverdeling, maar het onderstreept wel het fundamentele probleem van dit pact. Het probeert een Europees migratievraagstuk bestuurlijk te harmoniseren, terwijl de politieke wil tussen lidstaten radicaal uiteenloopt.

Voorzitter. Mijn fractie wil ook de vergelijking maken met het gesneuvelde Nederlandse pakket, want het ongemakkelijke politieke feit is dat Nederland op onderdelen verder wilde gaan dan wat nu Europees voorligt.

De heer Janssen i (SP):

Even iets terug in de tekst van mevrouw Van Bijsterveld. Zij zei: afkoop is beter dan herverdeling.

Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):

Dat zei ik niet.

De heer Janssen (SP):

Ik meende te horen dat u dat zei.

Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):

Nee. Zal ik herhalen wat ik heb gezegd?

De heer Janssen (SP):

Graag.

Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):

Ik heb gezegd: "Andere landen accepteren liever financiële afkoop dan feitelijke opvang. Mijn fractie begrijpt die reflex overigens beter dan verplichte herverdeling." Dat is iets anders dan wat u zei.

De heer Janssen (SP):

Akkoord. Als ik u verkeerd begrepen heb, dan ga ik even verder luisteren.

Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):

Ik vervolg mijn betoog. Het tweestatusstelsel is inmiddels aangenomen, inclusief strengere nareisvoorwaarden, maar aanvullende maatregelen om procedurestapeling, herhaalde aanvragen en langdurige onzekerheid terug te dringen, zijn helaas politiek gestrand. Dat waren geen revolutionaire voorstellen. Het waren correcties op een systeem dat jarenlang steeds complexer, trager en moeilijker handhaafbaar is geworden. Nederland had dus zelf kunnen sturen, maar die kans is, zoals gezegd, politiek verkwanseld. Daardoor moeten wij nu hopen dat Europa uitvoert wat Den Haag zelf niet heeft willen afmaken.

Voorzitter. Dan de uitvoerbaarheid, want migratiebeleid staat of valt uiteindelijk niet bij verdragen of persberichten, maar bij de uitvoering. Heeft de IND voldoende capaciteit? Heeft de Dienst Terugkeer en Vertrek voldoende mogelijkheden om terugkeer daadwerkelijk af te dwingen? Zijn er voldoende detentieplaatsen? Wat gebeurt er wanneer landen van herkomst de terugname blijven weigeren? Hoe voorkomen we dat nieuwe procedures opnieuw juridificeren en vertragen? Hoe wordt gezorgd voor interne veiligheid?

Los van onze nationale uitvoering moeten, om het pact te laten slagen, ook de overige EU-landen er klaar voor zijn. De laatste voortgangsrapportage van de Europese Commissie daarover baart zorgen. 16 van de 27 landen zeggen nog met uitdagingen te kampen bij de implementatie van het vernieuwde Eurodacsysteem, waarin biometrische gegevens van asielzoekers en irreguliere migranten moeten worden opgeslagen. Kan de minister aangeven wat de stand van zaken hiervan is in Nederland?

Ook dienen elf lidstaten nog dringend aanvullende stappen te zetten om voldoende capaciteit voor grensprocedures op te bouwen, waaronder de zogeheten centra voor flitsprocedures. Daaronder bevinden zich juist landen aan de buitengrens van de Unie, zoals Italië en Griekenland. Hoe kijkt de minister hiertegen aan? Maakt hij zich zorgen?

Mijn fractie heeft soms het gevoel dat in Europese discussies een papieren werkelijkheid ontstaat, waarin elk probleem oplosbaar lijkt zodra er een nieuw mechanisme, een fonds of een wettelijk kader wordt opgericht. Maar ondertussen blijft de praktijk hardnekkig dezelfde. De uitvoering stokt, mensen verdwijnen uit beeld, terugkeer blijft steken op lage percentages, procedures duren te lang en gemeenten draaien op voor problemen die nationaal en Europees niet worden opgelost.

Dat brengt mij ook bij de rol van de rechterlijke macht. Mijn fractie heeft grote zorgen over de steeds verdergaande juridisering van het migratiebeleid, niet omdat wij de rechtsstaat ter discussie stellen — integendeel — maar omdat de democratische ruimte voor daadwerkelijk restrictief beleid steeds kleiner wordt. Door steeds bredere toepassing van artikel 3 en artikel 8 van het EVRM worden terugkeer, bewaring, veilige derde landen en gezinshereniging steeds vaker en steeds verder begrensd. Iedere nationale aanscherping loopt uiteindelijk tegen een steeds verder uitdijend juridisch kader aan. Dan rijst wel een fundamentele vraag: hoeveel beleidsruimte houdt een nationale democratie nog over om migratie daadwerkelijk te beperken wanneer politieke keuzes structureel worden geneutraliseerd door internationale en rechterlijke interpretaties die steeds verder opschuiven? Mijn fractie vindt dat een legitieme staatsrechtelijke vraag, misschien zelfs een van de belangrijkste vragen van deze tijd.

Kortom, het is verre van zeker dat dit pakket gaat werken. Daarom wil mijn fractie van de minister weten wat hij gaat doen als ook dit pakket een papieren tijger blijkt te zijn. Nationale maatregelen worden weggestemd, zelfs door zijn eigen coalitie. Als dit al niet werkt, wat kan hij dan nog doen?

De heer Dessing i (FVD):

Ik hoor mevrouw Van Bijsterveld terecht haar vraagtekens zetten bij de effecten die met name het EVRM heeft. Als zij die twijfel uitspreekt, wat is dan haar conclusie om de asielproblematiek daadwerkelijk op te lossen? Is het dan niet noodzakelijk om een wat drastische stap te nemen en uit dat verdrag te stappen?

Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):

Dank u wel voor de vraag, collega Dessing. We kunnen natuurlijk niet zomaar uit dat verdrag stappen, al was het maar omdat we lid zijn van de Europese Unie. Je moet het wel aanpakken. Daar is nu weer een eerste stap voor gezet met wat er in Chisinau is gebeurd; ik kom daar zo in mijn bijdrage nog op terug. Wij pleiten er nu vooral voor dat de protocollen van de verdragen worden aangepast en dat de interpretatie daarvan ook anders kan worden. Er zit nog wel een grote discrepantie tussen waar die verdragen ooit voor bedoeld waren, hoe ze nu uitwerken en wat er nodig is. Nu uit de verdragen stappen is dus gewoon onhaalbaar, denk ik. Daarom moet je het aanpakken op een manier dat het wél kan. Dat is vooral de interpretatie van de protocollen. Daar wordt inmiddels ook hard aan gewerkt. Onze partij is daar ook een groot pleitbezorger van.

De heer Dessing (FVD):

Dus als ik het goed begrijp, wil JA21 aanpassingen van het EVRM en niet uit het EVRM zelf stappen.

Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):

Op dit moment is dat helemaal niet opportuun, want het kan gewoon niet. En ook al zou je uit het EVRM stappen, dan heb je ook nog het EHRM, omdat je nou eenmaal lid bent van de Europese Unie. Dan zijn diezelfde regels van toepassing. In die zin is het dus geen oplossing. Wij zijn vooral van oplossingen en pragmatische voorstellen die wél werken.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):

Voorzitter. JA21 zal ieder voorstel steunen dat daadwerkelijk bijdraagt aan grip op migratie, maar mijn fractie weigert mee te gaan in de illusie dat de Europese papierproductie automatisch tot instroombeperking leidt. Grip ontstaat pas wanneer grenzen bewaakt worden, procedures snel zijn, terugkeer daadwerkelijk plaatsvindt, lidstaten afspraken naleven en nationale democratieën voldoende ruimte behouden om hun eigen samenleving te beschermen. Precies op die punten zal dit pact uiteindelijk moeten worden beoordeeld.

Tot slot ook in dit licht nog een verwijzing naar de actualiteit: de politieke verklaring over migratie die vorige week is aangenomen door de Raad van Europa tijdens de ministeriële conferentie in Chisinau. JA21 pleit voor opvang in de regio om instroom naar de EU en daarmee ook Nederland te stoppen. Het pact zal de mensensmokkel immers niet tegenhouden. Uit de politieke verklaring volgt dat de staten die partij zijn in het verdrag, hun eigen immigratiebeleid vaststellen, dat samenwerking met derde landen kan omvatten, mits zij hun verplichtingen uit het verdrag blijven nakomen. Mijn slotvraag aan de minister is dan ook: zal het kabinet hierop blijven inzetten, om er uiteindelijk voor te zorgen dat mensenhandel niet meer loont en dat de asielprocedure en opvang in de regio gaat plaatsvinden?

Voorzitter, dank u wel. Ik kijk uit naar de beantwoording van de minister.

De voorzitter:

Ik dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Dessing van Forum voor Democratie.