Plenair Huizinga-Heringa bij voortzetting behandeling Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026



Verslag van de vergadering van 19 mei 2026 (2025/2026 nr. 29)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 15.27 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Huizinga-Heringa i (ChristenUnie):

Voorzitter. Een maand geleden debatteerde deze Kamer over de Asielnoodmaatregelenwet en de bijbehorende novelle en over de Wet invoering tweestatusstelsel. Het wetsvoorstel dat we vandaag bespreken, bevat naast de implementatie van één richtlijn en negen Europese verordeningen, die op 12 juni hoe dan ook in werking treden, allerlei maatregelen waarover we in het debat van vorige maand uitgebreid van gedachten hebben gewisseld met de minister. Mijn fractie voelt er weinig voor om dat debat over te doen. Daarom zal ik me in mijn bijdrage beperken tot de drie onderdelen van het voorliggende wetsvoorstel waar mijn fractie de meeste vragen bij heeft: de koppen die het kabinet op het Asiel- en Migratiepact heeft gezet, het ontbreken van overgangsrecht en de uitbreiding van de mogelijkheid om kinderen in detentie te nemen.

Voorzitter. Het is de taak van de Eerste Kamer om wetsvoorstellen te beoordelen op rechtmatigheid, handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid. Voor mijn fractie betekent dit dat we onder andere beoordelen of de maatregelen in een wet bijdragen aan het doel dat de regering ermee beoogt. Ook kijkt mijn fractie of deze maatregelen, als zij inderdaad bijdragen aan dat doel, uitgevoerd kunnen worden zonder grote problemen voor de organisaties die de wet moeten uitvoeren. Vanuit dat kader stelt dit wetsvoorstel mijn fractie voor een dilemma. Wij zijn van mening dat effectief migratiebeleid alleen op Europees niveau kan worden geregeld. In die zin zien wij het belang van het Europese Asiel- en Migratiepact en steunen wij dat.

Het kabinet heeft er echter voor gekozen om in de implementatie ook maatregelen op te nemen die vanuit de Europese verordeningen niet vereist zijn. Juist bij deze maatregelen hebben wij twijfels over de effectiviteit.

Ook hebben wij moeite met de koppeling van deze maatregelen aan een implementatiewet. Ook de Raad van State uitte kritiek op deze manier van implementeren. De regering stelt zich op het standpunt dat de invoering van bijvoorbeeld een tweestatusstelsel en de afschaffing van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd noodzakelijk zijn voor de implementatie van het pact. Zij ontloopt daarmee de discussie over de vraag of deze maatregelen inderdaad effectief zijn. Onder meer de Raad van State en de Adviesraad Migratie delen dit standpunt niet, en ook mijn fractie is hiervan niet overtuigd. Naar het oordeel van mijn fractie heeft de regering tijdens het debat van vorige maand niet voldoende aannemelijk gemaakt dat deze maatregelen volgen uit de verordeningen in het pact en dus verplicht zijn. We zouden de minister kunnen vragen om nog eens duidelijk te maken waarom het kabinet verwacht dat de Nederlandse koppen op dit pact zullen bijdragen aan verlichting voor de asielketen, maar daarmee zouden we het debat van vorige maand overdoen. Andere leden hebben ernaar gevraagd; mocht de minister hier misschien toch op ingaan, dan zullen wij daar natuurlijk aandachtig naar luisteren.

De heer Van Hattem i (PVV):

Ik hoorde mevrouw Huizinga van de ChristenUnie zeggen dat veel punten die vanuit Nederland bij het pact zijn geschreven, te ver gaan. Tegelijk meen ik vorige week gehoord te hebben dat de ChristenUnie in ieder geval in de Tweede Kamer het licht had gezien en opeens toch wel voor strengere asielmaatregelen zou zijn. Dan vraag ik me toch af hoe de fractie van de ChristenUnie in de Eerste Kamer hierin zit. Zijn zij opeens niet voor strengere asielmaatregelen? Moet het hier dan toch maar allemaal even zwak blijven en moeten de grenzen open blijven staan? Kan mevrouw Huizinga daar een toelichting op geven?

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):

De reden dat ik hier een bijdrage geef, is om te zeggen wat de visie van mijn fractie is. Als de heer Van Hattem daar het antwoord op wil, dan moet hij gewoon luisteren.

De voorzitter:

Het lijkt me op zich een best redelijk voorstel dat mevrouw Huizinga eerst haar verhaal doet en dat u dan nog even de vragen stelt.

De heer Van Hattem (PVV):

Ik was al goed aan het luisteren en ik hoorde mevrouw Huizinga duidelijk zeggen dat ze niet blij is met de koppen die geplaatst zijn op het Migratiepact om het juist strenger te maken. Als zij in haar verhaal verder een goede onderbouwing kan geven bij de vraag of de ChristenUnie nu wel of niet gaat kiezen voor strengere migratiemaatregelen en of de ChristenUnie daar in de Eerste Kamer misschien anders over denkt dan in de Tweede Kamer, dan hoor ik dat graag en dan ga ik dat nu verder beluisteren. Anders kom ik hier nog wel op terug.

De voorzitter:

Wij luisteren naar mevrouw Huizinga.

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):

Dan wil ik nog wel één opmerking maken. De heer Van Hattem heeft gehoord dat ik zei dat wij er niet blij mee zijn dat de maatregelen strenger zijn; dat heb ik niet gezegd. Ik heb gezegd dat wij er grote zorgen over hebben of die maatregelen effectief zijn. Dat is iets anders.

Voorzitter. In de aanloop naar dit debat ontving mijn fractie verschillende mails van statushouders die al een aanvraag hebben gedaan voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. In dit wetsvoorstel is niet voorzien in overgangsrecht. Dat betekent dat deze lopende aanvragen na 12 juni worden omgezet in aanvragen voor een reguliere verlenging van de verblijfsvergunning. Mijn fractie heeft daar moeite mee. Veel van deze mensen wachten al heel lang. Door het ontbreken van overgangsrecht worden zij nu de dupe van de verstopte asielketen. Waarom heeft de regering ervoor gekozen om geen overgangsbepaling op te nemen voor deze groep? Voor hen leidt de onmiddellijke werking immers tot rechtsonzekerheid en -ongelijkheid. Anderen zijn daar ook uitgebreid op ingegaan. Kan de minister toezeggen om voor deze groep alsnog een uitzondering te maken, zodat bestaande aanvragen voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd alsnog kunnen worden gehonoreerd als blijkt dat de aanvragen aan de voorwaarden voldoen? Dat zou bijvoorbeeld kunnen door het gefaseerd invoeren van het KB.

Het Rode Kruis schrijft in een brief aan deze Kamer dat de asielaanvragen van deze mensen die voor 12 juni zijn gedaan, in de wacht zullen worden gezet, waardoor zij mogelijk wel vijf jaar zouden moeten wachten op een beslissing. Kan de minister toelichten of dat inderdaad het geval is?

In dit wetsvoorstel wordt geregeld dat minderjarigen enkel in laatste instantie in vreemdelingenbewaring kunnen worden gesteld. Kan de minister toelichten hoe "in laatste instantie" moet worden uitgelegd? Hoe voorkomt de minister dat minderjarigen onnodig in detentie worden geplaatst? Het Rode Kruis pleit ervoor om kinderen en andere kwetsbare groepen uit te sluiten van detentie. Kan de minister uitleggen waarom hij daar niet voor heeft gekozen? Met andere woorden, kan hij uitleggen waarom het uitbreiden van de mogelijkheid om kinderen in detentie te plaatsen volgens hem noodzakelijk is?

Uit de memorie van toelichting en de schriftelijke beantwoording door de minister klinken grote daadkracht en urgentie. Op zichzelf waardeert mijn fractie dat, maar wij hebben zorgen over de uitvoerbaarheid en de daadwerkelijke effectiviteit van de door de regering aan het pact toegevoegde koppen. Tijdens het debat over de asielwetten van enkele weken geleden heeft mijn fractie geschetst wat naar ons idee nodig is om werkelijk een stap richting een oplossing te zetten. Deze vier punten herhaal ik graag aan het slot van mijn bijdrage. Dat zijn een stabiele financiering van het COA, die een vaste opvangvoorraad mogelijk en noodopvang overbodig maakt en waarmee ons land vele honderden miljoenen euro's per jaar bespaart, voldoende middelen voor de IND, zodat procedures sneller kunnen worden afgerond, een evenwichtige verdeling van asielzoekers en asielzoekerscentra over Nederland en een streng beleid tegen overlastgevende vreemdelingen en vreemdelingen die hun terugkeer frustreren.

Daar laat ik het bij. Graag een reactie van de minister.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik geef graag het woord aan de heer Van der Goot van OPNL.