Plenair Lagas bij behandeling Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen



Verslag van de vergadering van 26 mei 2026 (2025/2026 nr. 30)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 14.44 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Lagas i (BBB):

Voorzitter. Allereerst natuurlijk van harte gefeliciteerd, mevrouw Musa, met uw prachtige maidenspeech. Ik moest wel even aan mijn moeder denken. Over kansengelijkheid gesproken: die is opgegroeid in een gezin met zeven broers en die de enige was die niet mocht doorleren, omdat ze thuis, als het enige meisje, oma moest helpen in de huishouding. In die tijd was het ook in Nederland nog niet echt op orde.

Voorzitter. Vandaag behandelen we de wet die tot primair doel heeft de onderwijskwaliteit te verbeteren. Overigens moet ik alsnog eerst melden dat ik hier spreek als voorzitter van de raad van toezicht van een grote onderwijsorganisatie in de regio Zwolle. Het landelijk curriculum van het p.o. en vo moet meer focus krijgen op de vaardigheden lezen, schrijven, digitale geletterdheid en burgerschap. Overigens steun ik de zorgen die de SGP uitsprak over misinformatie. Hiervoor moeten nieuwe kerndoelen worden vastgesteld. Al geruime tijd worden wij geconfronteerd met zorgen over het taal- en rekenniveau van onze jeugd. Al kunnen wij niet om de constatering heen dat ook volwassenen steeds slechter lezen en schrijven. Regelmatig staan er taal- en stijlfouten in krantenartikelen, om nog maar niet te spreken over tekst op social media.

We zien het ook steeds meer terug in de spreektaal. Wat ons betreft is er niet alleen een leescrisis, maar ook een beetje een spreekcrisis. "Hun hebben" en "hun zeiden" zijn maar enkele van de veelvoorkomende voorbeelden. In een podcast afgelopen weekend hoorde ik een gerenommeerd journalist zeggen: "Oekraïne, het land die". Als docent rijzen mij dan de haren te berge. De meningen zijn verdeeld over de vraag of deze ontwikkeling van de spreektaal bij de normale doorontwikkeling van een taal hoort. Dit laat onverlet dat fouten in de geschreven taal consequenties kunnen hebben voor de betekenis van het geschrevene en daarmee voor het begrijpen van de betreffende tekst. Nou moet ik eerlijk opbiechten dat dit voor Duits erger is dan voor het Nederlands en aangezien ik van huis uit docent Duits ben, ben ik daar misschien wat gevoeliger voor.

De BBB staat in de basis positief tegenover dit wetsvoorstel. Wel zijn wij grote voorstanders van een bottom-upaanpak — ik heb het al meer gehoord — bij wetsvoorstellen die rechtstreeks invloed hebben op het werken van specialisten. Juist docenten zijn met al hun vakkennis de beste informatiebron om ons onderwijs de juiste impulsen te geven en daarmee tot gewenste verbeteringen te komen. Zij staan aan de start van het bouwen aan een generatie die garant zal staan voor een Nederland met toekomst. Dit is een grote verantwoording. En wees eerlijk: wij weten allemaal uit eigen ervaring, als leerling, velen als ouder en grootouder, en enkelen onder ons als docent, wat een zwaar vak dit is. Wij hadden dan ook een aantal verwachtingen van het wetsvoorstel, die wij helaas in het voorliggende wetsvoorstel moeten missen. Ook in de beantwoording van onze inbreng ontbrak een diepgaande reactie op een aantal punten. Wij vragen de staatssecretaris dan ook alsnog te reflecteren op deze punten.

Wat de BBB betreft zijn de kerndoelen lezen, schrijven, rekenen, digitale geletterdheid en burgerschap inderdaad belangrijk, maar ook geschiedenis. Zonder begrip van de geschiedenis kun je het heden niet begrijpen. Naast relevante kennis van de vaderlandse geschiedenis vraagt de Europese en wereldgeschiedenis juist heden ten dage om meer aandacht. Recente incidenten rondom herdenkingen laten pijnlijk zien hoeveel invloed het niet kennen van feiten uit de geschiedenis kan hebben. Kennis verkleint het risico op polarisatie. Het kerndoel geschiedenis zal dan ook de balans tussen de vaderlandse geschiedenis en wat er buiten Nederland gebeurt, moeten bewaken. In welke verhouding moeten vaderlandse en buitenlandse geschiedenis volgens de staatssecretaris meer aandacht krijgen in het onderwijs? Graag een reactie.

Meer in het algemeen. In het wetsvoorstel staat een lange lijst kerndoelen zonder dat daarbij wordt aangegeven wat de belangrijkste daarvan zijn. Kan de staatssecretaris toezeggen dat hij gaat vastleggen wat de belangrijkste kerndoelen van ons onderwijs zouden moeten zij? En hoort geschiedenis daar volgens de staatssecretaris ook bij?

Over definiëren gesproken. De BBB mist in het wetsvoorstel een definiëring van de kerndoelen. Ik heb het vandaag al meer gehoord. In alle wetten horen kernbegrippen gedefinieerd te worden. Wat bedoelt de wet bijvoorbeeld met Nederlands als kerndoel? Gaat het over de woordenschat, foutloos schrijven, spreekvaardigheid, luistervaardigheid, tekstbegrip? Op welk niveau, op welke leeftijd? Bij geschiedenis moeten wat ons betreft gebeurtenissen en ontwikkelingen uit het verleden en heden bekend zijn en worden begrepen. Is men in staat dit ook in woord en geschrift uit te leggen? Nu wordt feitelijk door de SLO bepaald wat de lesinhoud is van de verschillende vakken waarmee de kerndoelen moeten worden behaald. Dat is vele pagina's lang. De heer Walenkamp refereerde daar al aan. Kan de staatssecretaris toezeggen een aanvullend wetsvoorstel naar de Kamers te sturen waarin alsnog de definities van de belangrijkste kerndoelen op hoofdlijnen worden opgenomen en daarmee ook de input van de werkvloer serieus nemen? Ik sluit mij ook aan bij de opmerking van mevrouw Musa over de evaluatie. De fractie van de BBB vindt het een gemiste kans dat de kerndoelen niet voor het hele hbo en wo gelden, maar alleen voor de pabo's. Onze fractie is van mening dat alle mede door het Rijk bekostigde onderwijsvormen zouden moeten worden opgenomen. Graag een reactie.

Wij willen de staatssecretaris ook graag vragen om meer aandacht voor de rol van bibliotheken bij het behalen van de kerndoelen. Hé, ik heb iets nieuws; deze heb ik nog niet gehoord vandaag. Met name op het terrein van leesvaardigheid en digitale vaardigheid kunnen zij een grote rol spelen. Bibliotheken vervullen in wijken en steden een hele belangrijke en sociale functie. Kan de staatssecretaris overwegen of in een nieuwe Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen aandacht geschonken kan worden aan die rol via een structurele samenwerking met het onderwijs?

De lokale bibliotheek heeft op grond van artikel 8.a onder f al de taak om het leesonderwijs te bevorderen als bedoeld in artikel 1 van de Wet register onderwijsdeelnemers in de gemeente. Op grond van wetgeving kan de minister bijvoorbeeld subsidie verstrekken of een speciale uitkering. Overigens is dit nu buiten de orde van de voorliggende wet, maar onze fractie onderstreept wel het belang vanuit de sector om de nieuwe Bibliotheekwet zo spoedig mogelijk in behandeling te laten komen. Ik meen dat de planning voor de zomer is. Gaat u dat nog halen, zodat de wet per 1 januari 2027 van kracht kan zijn? De onduidelijkheid hierover frustreert op dit moment de gesprekken met de gemeenten. Zodra die wet ingaat, gaat het om €2,97 per inwoner voor bibliotheekwerk, met een minimum van €100.000. Ons bereiken via de Vereniging Openbare Bibliotheken berichten dat de financiële middelen die het Rijk aan de gemeenten geeft voor hun werk, voor bijna de helft van de gevallen niet volledig ten goede komen aan de bibliotheken. Kunt u toezeggen dit te gaan onderzoeken?

Voorzitter, ik rond af. Nogmaals, de BBB is in principe positief over deze wet, maar we zien graag dat mede door de toezegging van de staatssecretaris de nieuwe, ook democratisch geborgde kerndoelen datgene gaan brengen wat de maatschappij van het onderzoek verwacht en vraagt: goed opgeleide nieuwe generaties. Voor wat het lerarentekort betreft, maak ik graag een keer een afspraak, want daar heb ik wel ideeën over.

De voorzitter:

Ik dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Van Kesteren van de fractie van de PVV.