Verslag van de vergadering van 26 mei 2026 (2025/2026 nr. 30)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 15.02 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Rietkerk i (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Voor de goede orde meld ik dat ik voorzitter ben van het College van Bestuur van de Landstede Groep. Verder feliciteer ik bij de start van mijn bijdrage collega Musa met haar maidenspeech.
Voorzitter. Voor ons ligt het wetsvoorstel Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen, waarmee het landelijk curriculum van het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs gewijzigd wordt door meer focus te leggen op de vaardigheden lezen, schrijven en rekenen, digitale geletterdheid en burgerschapsonderwijs. De huidige kerndoelen voor het primair onderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs gelden — een aantal van u heeft dat al gezegd — sinds 2004/2005, respectievelijk 2006/2007, en zijn sindsdien op een klein onderdeeltje aangepast, of eigenlijk ongewijzigd gebleven. Het is daarom wenselijk dat deze wettelijk voorgeschreven onderwijsinhoud nu eindelijk waar nodig geactualiseerd wordt en in lijn gebracht wordt met de huidige maatschappelijke ontwikkelingen.
Door de huidige maatschappelijke ontwikkelingen staat volgens de Inspectie van het Onderwijs de kwaliteit van de basisvaardigheden nog steeds onder druk. In de Staat van het Onderwijs 2026 gaat veel aandacht terecht uit naar taal, rekenen, digitale geletterdheid en burgerschap. Van de belangrijkste conclusies noem ik er een aantal.
Als het gaat om taal: vooral in het voortgezet onderwijs blijven leesvaardigheid en woordenschat dalen. Scholen hebben vaak onvoldoende zicht op de mondelinge taalvaardigheid. De inspectie benadrukt taalbewust lesgeven, geïntegreerd taalonderwijs en — een aantal van u heeft het al gezegd — meer lezen op school.
Rekenen. De resultaten van rekenen zijn in het primair onderwijs redelijk stabiel, ongeveer terug naar het niveau van voor corona. Vergeleken met taal krijgt rekenen minder vaak een herstelopdracht van de inspectie. Het curriculum krijgt daar meestal, of vaker, "op orde".
Digitale vaardigheden en digitale geletterdheid. De inspectie signaleert dat de scholen en leraren nog onvoldoende zijn voorbereid op onderwijs met digitale vaardigheden. Er is extra aandacht nodig voor digitale veiligheid, onlinegedrag en omgaan met AI en desinformatie.
Burgerschap. Veel scholen krijgen herstelopdrachten. Dat is ook de praktijk als je ernaar vraagt. Het burgerschapsonderwijs zou niet voldoende samenhangend, doelgericht en zichtbaar zijn; dat zijn de termen van de inspectie. De inspectie vindt dat scholen duidelijker moeten maken wat leerlingen leren — een van u zei het al. Het gaat om de leerling. Wat leert de leerling? Wat leert de leerling vooral over democratie, rechtsstaat, vrijheid, gelijkheid en maatschappelijke deelname? Ik ga niet alles herhalen, maar één heel belangrijke, overkoepelende boodschap is: actualisatie van de kerndoelen. Laten wij het, zeg ik tegen collega Van Meenen, hier dan ook over hebben: de actualisatie van de kerndoelen. Die is nodig om een heel aantal van de punten die ik net opsomde te mitigeren of tegen te gaan.
Voorzitter. Alhoewel het verleidelijk is om een inhoudelijk beleidsdebat te voeren, richt ik mij namens de CDA-fractie vanuit ons Eerste Kamerperspectief op de volgende twee punten. Ten eerste de kerndoelen, hun wettelijke basis en de uitvoerbaarheid daarvan. Ten tweede de uitvoering van het kerndoel taal in de regio's Friesland, Limburg, het Nedersaksisch gebied en de BES-eilanden.
Allereerst de kerndoelen, hun wettelijke basis en de uitvoerbaarheid. Kerndoelen zijn inhoudelijke doelstellingen voor het onderwijs, gericht op het verwerven van kennis, inzicht en vaardigheden met het opdoen van ervaringen door leerlingen. Soms wringt, zeg maar, het omgaan met wat er in de kerndoelen is opgenomen en wat dus minimaal in het onderwijs moet worden gezegd, met de eigen ideologische grondslag van de school. De heer De Vries heeft daar in zijn schriftelijke bijdrage en ook in zijn bijdrage net op geduid. Ik vraag aan de staatssecretaris of de school in dat geval naast het voorgeschreven curriculum haar eigen overtuiging mag meegeven en onderwijzen, mits zij blijft binnen de kaders van de wettelijke burgerschapsopdracht die nu voorligt.
Het CDA noemt het kerndoel taal — Nederlandse taalvaardigheid — ook hier. De staatssecretaris gaf bij haar kennismaking ook aan "taal, taal, taal". Dat waren uw woorden. Overigens steunen wij als fractie u daar volledig in. Echter, bij de uitvoering ook van dit wetsvoorstel blijkt thans dat op veel scholen wordt geconstateerd dat er te weinig taaldocenten zijn en te weinig NT2-docenten, dus docenten voor Nederlands als tweede taal. De kerndoelen lijken straks helder geformuleerd, de inspectie gaat toezicht houden met nog meer mensen, maar wat is dan merkbaar voor die leerling, als er een tekort is aan taaldocenten en NT2-docenten?
Voorzitter. Als het gaat om het concreet maken van de kerndoelen en de herziene kerndoelen, ben ik nieuwsgierig naar de vragen die eerder zijn gesteld, of beter gezegd naar de antwoorden die de staatssecretaris daarop heeft. Eigenlijk vraagt onze fractie haar om aan te geven op welke wijze bij de uitvoering van die kerndoelen diverse ondersteuning wordt gegeven op het gebied van professionalisering van lerarenteams, scholing, actualisatie van leermiddelen en verbetering van toetsing, want daar is behoefte aan. Wat is dan uiteindelijk merkbaar voor de leerling bij de uitvoering van dit wetsvoorstel? Kortheidshalve sluit ik mij qua actualisatie en evaluatie aan bij de vragen van de VVD-fractie.
Tot slot — ik zal het samenvatten — de talen in de regio's Friesland en Limburg en Nedersaksisch. Welke ruimte is er naast de Nederlandse taal in deze gebieden om invulling te geven aan deze streektalen? En in het verlengde daarvan: kan de staatssecretaris als het gaat om de BES-eilanden toelichten in hoeverre het Papiaments ruimte krijgt naast het Nederlands op de scholen op de BES-eilanden?
Onze fractie ziet uit naar de antwoorden van de staatssecretaris.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Kemperman van Forum voor Democratie.