Plenair Bezaan bij behandeling Wet strafbaarstelling conversiehandelingen



Verslag van de vergadering van 2 juni 2026 (2025/2026 nr. 31)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 16.01 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Bezaan i (PVV):

Voorzitter, dank voor het woord. Het initiatiefvoorstel tot strafbaarstelling van conversiehandelingen. Laten we eerlijk zijn: dit is geen gewone strafrechtelijke reparatie. Dit is een principiële keuze over hoever de overheid mag gaan in de meest persoonlijke levenssfeer van de Nederlander. Hoever laten wij Den Haag toe in het geweten, in gesprekken en in de begeleiding binnen gezinnen en vrije verbanden? De indieners proberen ons gerust te stellen met vage termen als "stelselmatig of anderszins op indringende wijze" en een zogenaamd specifiek oogmerk. Er is vandaag al eerder aan gerefereerd. Maar juist dit rekbare taalgebruik is gevaarlijk. Hoe bewijst het OM straks wat iemands oogmerk was in een vertrouwelijk gesprek? Wanneer wordt serieus ouderlijk advies ineens indringend? Ook deze vragen zijn al eerder opgeworpen.

De initiatiefnemers zullen wijzen op het amendement-Six Dijkstra, dat inmiddels opgenomen is in artikel 285ba, lid 2 van de definitieve wettekst. Dat lid bepaalt dat het oproepen tot terughoudendheid, voorzichtigheid of reflectie ten aanzien van sociale of medische transitie niet als conversiehandeling wordt aangemerkt. Maar dit lost de vaagheid niet op. Het verplaatst die alleen, want wanneer is iets louter "oproepen tot reflectie" en wanneer wordt het "stelselmatig en indringend"? De grens wordt pas achteraf door de rechter getrokken. Dat is precies het lex certa-probleem dat wij signaleren, want bovenstaande schendt niet alleen het beginsel van lex certa, maar maakt de wet ook praktisch onuitvoerbaar. Hoe moet het OM vertrouwelijke gesprekken in de huiskamer of de spreekkamer gaan onderzoeken? Moeten er straks meldingen komen van bezorgde buren, leraren of jongeren? Dit zou kunnen leiden tot een handhavingsnachtmerrie. Dan doel ik op bewijslast, rechterlijke willekeur en willekeurige vervolging. Het resultaat is geen bescherming, maar angst en zelfcensuur bij ouders en hulpverleners. De beantwoording van de initiatiefnemers komt uiteindelijk hier op neer: de rechter beslist wel aan de hand van de context. Dat is geen rechtsstaat, dat is rechterlijke willekeur.

Voorzitter. De kern van ons bezwaar is eenvoudig. De Staat is geen zielzorger. Het is niet de taak van de overheid om met het strafrecht te bepalen hoe Nederlanders met elkaar praten over de diepste vragen van het leven, over identiteit, seksualiteit en persoonlijke worsteling. De Staat moet echte criminelen aanpakken, geen reguliere opvoeding en persoonlijke begeleiding criminaliseren. Door zich toch op te werpen als hoeder van de ziel, ontstaat een sluipende vorm van staatsdwang, een overheid die steeds dieper doordringt in het gezin en in de vrije verbanden die ons land groot hebben gemaakt. Die verbanden moeten beschermd worden, niet verdacht gemaakt via ideologisch gedreven wetgeving. De wet richt zich op papier op het professionele en organisatorische domein, maar het chilling effect hiervan reikt verder. Als de grens zo vaag is, durven ouders, dominees en vrijwilligers in het jeugdwerk straks niet meer kritisch te zijn, niet omdat ze strafrechtelijk worden vervolgd, maar omdat zij het risico niet kunnen inschatten. Dat is de praktische werking van deze wet: zelfcensuur in de meest private sfeer van ons leven. De initiatiefnemers beweren dat de privésfeer beschermd is, maar hoever reikt die bescherming werkelijk? Komen huisvrienden of een hulpverlener die een jongere probeert te behoeden voor een medisch traject waarover de wetenschappelijke consensus nog niet is uitgekristalliseerd, ook onder verdenking te staan? Het blijft vaag, en vaagheid in het strafrecht is dodelijk voor de vrijheid.

Voorzitter. Dit wetsvoorstel zou kwetsbare mensen beschermen, maar de echte bescherming komt niet van meer strafrecht, maar van ruimte voor twijfel, voor worsteling en open gesprekken, zonder angst voor justitie.

Voorzitter. Zowel de Britse NICE-evidence reviews als de onafhankelijke Cass Review concluderen dat het wetenschappelijk bewijs voor puberty blockers en cross-sexhormonen bij jongeren zeer zwak is. Desondanks zijn de antwoorden van de initiatiefnemers op deze internationale wetenschappelijke signalen onvoldoende. Zij kiezen ervoor om juist bij twijfel, terughoudendheid en serieuze gesprekken met strafrecht te dreigen. Dat is geen zorg; dat is ideologie.

Voorzitter. Ik heb de volgende vragen aan de initiatiefnemers. Een. Ondanks de antwoorden in de nota naar aanleiding van het verslag blijft de delictsomschrijving uiterst vaag. Hoe moet het OM in een vertrouwelijk gesprek objectief bewijzen wat iemands oogmerk was? Bent u het met mij eens dat dit leidt tot ernstige rechtsonzekerheid en politieke willekeur?

Twee. In de nota naar aanleiding van het verslag wordt nauwelijks ingegaan op de Cass Review en de restricties in het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Finland. Zijn de initiatiefnemers het met de PVV-fractie eens dat de antwoorden op deze internationale wetenschappelijke ontwikkelingen onvoldoende zijn? Waarom kiest dit wetsvoorstel juist voor strafrecht bij twijfel en terughoudendheid?

Dan mijn laatste vraag. Ondanks alle geruststellende antwoorden in de schriftelijke ronde wil ik het volgende vragen: bent u het met de PVV-fractie eens dat de Staat geen zielzorger is? Waarom mag de overheid met strafrecht bepalen hoe ouders en hulpverleners met jongeren praten over identiteit en seksualiteit?

Voorzitter, ik ga afronden. Deze vragen raken wat de PVV betreft de kern van het wetsvoorstel. Wij kunnen en willen dit voorstel daarom niet steunen. Wij kiezen voor vrijheid, voor de vrijheid van ouders om hun kinderen op te voeden en voor de vrijheid van iedere Nederlander om zijn eigen leven vorm te geven, zonder dat de overheid met een strafbepaling over zijn schouder meekijkt. De Staat is dienaar van het volk en geen zielzorger.

Voorzitter, ik dank u voor uw tijd.

De heer Nicolaï i (PvdD):

Ik denk dat we allemaal voor de vrijheid kiezen, ook voor de vrijheid van ouders om alles te bespreken met hun kinderen. Waar leest mevrouw Bezaan in het voorstel dat ouders niet met hun kinderen zouden mogen spreken over dat soort vraagstukken?

Mevrouw Bezaan (PVV):

Nee, dat staat er ook niet in. Het gaat mij er alleen maar om dat je in de persoonlijke levenssfeer treedt van een ouder of een hulpverlener op het moment dat je iets strafbaar maakt. Ook al is het voor ouders niet strafbaar om daarover te praten met hun kinderen, er wordt wel een bepaalde vorm van — hoe zeg je dat? — ongemakkelijkheid gecreëerd met betrekking tot het voeren van bepaalde gesprekken. Je weet niet in hoeverre je strafbaar bent op het moment dat je met je kind een gesprek voert. Je komt in een grijs gebied; laat ik het zo zeggen.

De heer Nicolaï (PvdD):

Nu ben ik even stil. U heeft het over een grijs gebied. Er staat toch uitdrukkelijk dat het niet gaat over gesprekken tussen ouders en kinderen?

Mevrouw Bezaan (PVV):

Dat is correct.

De heer Nicolaï (PvdD):

Dat volgt uit de wetsbepaling. Dat is keer op keer naar voren gebracht in de beantwoording van de vragen. Waar begint dat grijze gebied dan?

Mevrouw Bezaan (PVV):

U zegt net dat gesprekken tussen ouder en kind niet strafbaar zijn. Dat klopt. Dat staat in de wet. Maar mij gaat het erom dat die wet in mijn optiek vage termen gebruikt. Denk aan "stelselmatig of anderszins op indringende wijze", waar we het net over hadden. Dat is wat mij betreft gewoon het probleem, want wie bepaalt wat indringend is? Dat leidt weer tot rechtsonzekerheid.

De voorzitter:

Tot slot de heer Nicolaï.

De heer Nicolaï (PvdD):

Ik ben zelf vader van vier kinderen. We hebben stelselmatig indringende gesprekken. Dat is niet verboden. De stelselmatigheid en de indringendheid waar mevrouw Bezaan het over heeft, gaat over het dwingen van kinderen door functionarissen, niet door de ouders. Dat grijze gebied zie ik dus niet.

Mevrouw Bezaan (PVV):

Oké, dank.

De voorzitter:

Ik hoor een telefoon afgaan. Dat was geen grijs geluid! Meneer Dittrich.

De heer Dittrich i (D66):

Ik wil nog even terug naar het begrip "vrijheid". Dat is een mooi begrip, maar ik snap niet waarom de PVV niet naast de minderjarige gaat staan, die vrij moet zijn van ontoelaatbare druk en onderdrukking. Waarom wordt die vrijheid niet beschermd door de PVV?

Mevrouw Bezaan (PVV):

Meneer Dittrich, ik heb uw inbreng aandachtig beluisterd. Ik heb heel veel sympathie voor het voorbeeld van de mevrouw die op de publieke tribune zit. Ik heb ook een hele hoop andere verhalen gelezen over spijtoptanten en over jongeren die aan een bepaald traject beginnen en daar later toch liever van af willen zien. Dan blijkt dus dat er sommige zaken in gang zijn gezet die niet meer terug te draaien zijn. Het is voor mij belangrijk dat die jongeren beschermd worden tegen iets wat misschien op een gegeven moment anders wordt.

De heer Dittrich (D66):

Maar wat is dan de relatie met het voorstel van de initiatiefnemers? Dat voorstel wil minderjarigen en mensen in een afhankelijkheidsrelatie tegen wie misbruik is gepleegd, beschermen tegen ontoelaatbare druk.

Mevrouw Bezaan (PVV):

Dat weet ik.

De heer Dittrich (D66):

Mijn vraag is: als u zegt dat er soms mensen zijn die spijt hebben, omdat ze misschien eerst dachten dat ze dit gender wilden zijn, maar ze dat later toch weer niet willen, wat heeft dat dan met het voorstel van de initiatiefnemers te maken?

Mevrouw Bezaan (PVV):

Dat heeft ermee te maken dat op het moment dat je ... Ik ben het op zich met u eens dat je iemand nooit tot iets moet dwingen. Absoluut niet. Mijn probleem zit eerder bij de jonge leeftijd. De hersenen van eenieder zijn gemiddeld gezien pas volgroeid rond het 23ste jaar. Bij jongens is dat vaak nog ietsje later. Op het moment dat je dus al zo vroeg met bepaalde zaken start, zijn je hersenen misschien nog niet helemaal uitgegroeid en ben je pas op iets latere leeftijd in staat om voor jezelf die beslissing te nemen.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Dittrich.

De heer Dittrich (D66):

Maar dit is dan toch juist een krachtig pleidooi om het wetsvoorstel wél te steunen, omdat het wetsvoorstel die minderjarigen juist beschermt tegen ontoelaatbare druk?

Mevrouw Bezaan (PVV):

Op zich heeft u daar een punt. Mijn grootste bezwaar is alleen — daar eindigde ik ook mee — dat ik vind dat de overheid geen zielzorger is.

De voorzitter:

Dank u wel. U was aan het einde van uw betoog, toch?

Mevrouw Bezaan (PVV):

Ja.

De voorzitter:

Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Doornhof van het CDA.