Dinsdag 16 juni 2026, commissies Europese Zaken (EUZA) en Financiën (FIN)




Agenda

2.36.866; 36.724

Brief inzake Meerjarig Financieel Kader en Eigenmiddelenbesluit en Brief inzake Staat van de Unie 2026

De commissies EUZA en FIN besloten in een gecombineerde vergadering van 2 juni jl. om, indien de AEB 2026 die op 30 juni was gepland geen doorgang meer zou vinden, in schriftelijk overleg te treden over de brief van 22 mei 2026 van de ministers van BZ en Financiën over een update van de Nederlandse inzet ten aanzien van de onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader 2028-2034 en het eigenmiddelenbesluit van de EU (EK 36.724, F), oftewel MFK-brief. De inbrengdatum zou dan 30 juni zijn.

De commissie EUZA heeft vervolgens op 2 juni besloten om de AEB 2026 te verplaatsen naar een latere datum en heeft tegelijk besloten om gelegenheid te bieden in schriftelijk overleg te treden over het document van de Staat van Unie, de kabinetsbrief die ten grondslag ligt aan de Algemene Europese Beschouwingen.

Zij heeft bovendien verzocht om schriftelijk overleg met de regering over de MFK-brief te kunnen ingreren in de inbreng voor de Staat van de Unie.

De commissie EUZA zal zich in de vergadering hieraan voorafgaand uitspreken over een nieuw datumvoorstel in september voor het houden van de AEB.

In de geannoteerde agenda voor de Europese Raad van 18-19 juni 2026 (zie commissie EUZA vergadering van heden) staat dat in aanloop van deze ER het eerste negotiationbox-document, met concrete bedragen, door het Cypriotische Voorzitterschap zal worden verspreid. Over dit document zal het kabinet aan de Kamers nog een appreciatie doen toekomen.

Beslispunt:

  • Kunnen de commissies ermee instemmen om de schriftelijke inbreng over de MFK-brief te integreren in de inbreng over de Staat van de Unie 2026 en de inbrengdatum over de Staat van de Unie op 30 juni 2026 vast te stellen?

Bespreking

3.Rondvraag