Verslag van de vergadering van 16 juni 2026 (2025/2026 nr. 34)
Aanvang: 11.15 uur
Status: ongecorrigeerd
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
Aan de orde is de behandeling van:
-
-het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (XVII) voor het jaar 2026 (36800-XVII).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de behandeling van het wetsvoorstel 36800-XVII, Vaststelling van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp voor het jaar 2026. Ik heet minister Sjoerdsma van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van harte welkom in de Eerste Kamer.
De beraadslaging wordt geopend.
De voorzitter:
We zijn gekomen aan de eerste termijn van de kant van de Kamer. Daar heeft een groot aantal leden zich voor ingeschreven. De eerste die ik het woord wil geven is mevrouw Karimi van de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid.
Mevrouw Karimi i (GL-PvdA):
Voorzitter. Deze begroting heeft een bijzondere betekenis. Zij raakt direct aan de vraag hoe Nederland zich positioneert in de internationale gemeenschap. Zij is een uitwerking van artikel 90 van onze Grondwet. Voor ons, voortbouwend op de tradities van de sociaaldemocratie en de groene beweging, is dit de meest concrete vertaling van internationale solidariteit: het besef dat vrede, welvaart en duurzaamheid in Nederland onlosmakelijk verbonden zijn met vrede, welzijn en economische ontwikkeling elders in de wereld. De wereldgemeenschap heeft zich al decennia geleden in de Verenigde Naties gecommitteerd aan de norm om 0,7% van het bruto nationaal inkomen te besteden aan ontwikkelingssamenwerking. Later hebben ook de OESO-landen dit gedaan. Nederland behoorde tot de eerste landen die deze norm haalden en kende zelfs een periode waarin 1% werd besteed. Wij zullen internationale solidariteit altijd hoog in het vaandel dragen.
Voorzitter. Na een valse start en een op onderdelen nogal opportunistisch proces mag minister Sjoerdsma, die ik hier voor zijn eerste debat met deze Kamer welkom heet, vandaag zijn begroting voor 2026 verdedigen. Oorspronkelijk was dit een begroting van het kabinet Schoof en van een PVV-minister die nooit een geheim heeft gemaakt van haar afkeer van ontwikkelingssamenwerking. Die begroting is vervolgens vrijwel ongewijzigd overgenomen door het huidige kabinet. In het coalitieakkoord is gekozen voor een voorzichtige formulering. Men zet een stap richting de internationale OESO-norm, maar een afspraak om terug te keren naar de 0,7%-norm ontbreekt. Uit de antwoorden van het kabinet op onze vragen blijkt bovendien expliciet dat de 0,7%-norm geen onderdeel vormt van de huidige begrotingssystematiek. Het kabinet heeft slechts een structurele intensivering van 257 miljoen per jaar vanaf 2027 afgesproken. Dit is trouwens geen onderdeel van de BHO-begroting van dit jaar. Daardoor stijgt de ODA-prestatie volgens het kabinet zelf slechts van 0,44% naar circa 0,47% van het bni in 2030. Dat is een zeer beperkte en wat ons betreft ontoereikende stap.
Na de behandeling in de Tweede Kamer werd al snel duidelijk dat deze begroting in deze Kamer geen meerderheid zou krijgen. Over onze positie hebben we dan ook vanaf het begin volledig duidelijkheid gegeven. Wij waren niet bereid deze begroting hier aan een meerderheid te helpen. Een andere meerderheid, zonder onze fractie, was hier niet mogelijk. De minister is dus in beweging gekomen. Er moest een uitweg gevonden worden. Die uitweg is gevonden en door middel van een nota van wijziging op de eerste suppletoire begroting 2026 aan de Tweede Kamer aangeboden. Ik wil daarom aan het begin van dit debat helder zijn. Indien de Tweede Kamer deze week instemt met de suppletoire begroting inclusief de nota van wijziging zal mijn fractie volgende week vóór deze begroting stemmen.
De heer Van Apeldoorn i (SP):
Nu collega Karimi al duidelijkheid geeft over het vermoedelijke stemgedrag van de fractie van GroenLinks-PvdA volgende week, toch de volgende vraag. Mevrouw Karimi begon haar betoog met de constatering dat dit kabinet eigenlijk verre van een betekenisvolle stap, zoals ze het zelf noemt, richting de OESO-norm van 0,7% maakt, want het gaat omhoog van 0,44% naar 0,47%. Ik denk dat wij het erover eens kunnen zijn dat dat "ontoereikend" is, zoals mevrouw Karimi zei. Ik zou zeggen "volstrekt ontoereikend". Mevrouw Karimi verwijst naar de wijziging van de suppletoire begroting, als die aangenomen wordt door de Kamer. Mijn vraag is wat er verandert aan het herstel van die koppeling op basis van de OESO-norm.
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Als collega Van Apeldoorn mij toestaat, wil ik een toelichting geven op waarom. Ik wil deze vraag inderdaad uitvoerig beantwoorden, want het is een terechte vraag. Als u mij toestaat ...
De voorzitter:
Goed. Dan stel ik voor dat u doorgaat met uw betoog. Dan horen we het antwoord.
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Dus waarom? Omdat de uitkomsten van de debatten in de Tweede Kamer en de gemaakte afspraken met ons op een aantal cruciale punten tegemoetkomen aan onze bezwaren. Ten eerste wordt voor 2026 de berekeningssystematiek gebaseerd op de 0,7%-ambitie hersteld. Daardoor komt circa 329 miljoen extra beschikbaar. Dat is echt geld voor echte mensen. Daarmee wordt die extra korting, die ontstond doordat de begroting niet langer meebewoog met de 0,7%-systematiek, gecorrigeerd en de koppeling wordt voor dit jaar hersteld.
Ten tweede komt er met dit extra geld meer ruimte beschikbaar voor humanitaire hulp en mondiale gezondheidszorg. In een wereld waarin de noden in Gaza, Sudan, de Democratische Republiek Congo en Libanon ongekend groot zijn, maakt dat echt verschil. De afbouw van internationale hulp door andere landen, de kortingen op USAID en de druk op de Wereldgezondheidsorganisatie laten zien hoe kwetsbaar miljoenen mensen zijn wanneer internationale solidariteit wordt afgebroken. Ook niet-militaire hulp aan Oekraïne kan natuurlijk op onze steun rekenen.
De VVD was er als de kippen bij om te suggereren dat dit geld zou gaan naar — mind you — nog niet bestaande terugkeerhubs, dat er geen extra geld naar Gaza zou gaan en dat de middelen volledig uit de bestaande BHO-begroting zouden worden gehaald. Met deze drie aantoonbaar onjuiste suggesties nam de VVD, zoals wel vaker, een loopje met de feiten. De minister heeft in de Tweede Kamer al duidelijk gemaakt dat daarvan geen sprake is. Kan hij hier nogmaals toelichten waaraan deze extra middelen precies zullen worden besteed?
Mevrouw Van Toorenburg i (CDA):
Voordat er nu een beetje kritische geluiden richting de VVD worden geuit, wil ik toch even teruggaan naar wat hier voorligt en wat dan zogenaamd de oplossing zou zijn. Wij hebben ook vrij intensief gesproken met diverse hulporganisaties. Die zeiden dat in de vorige periode heel veel is afgebroken, maar dat ze de facto voor de toekomst niets hebben aan deze lapmiddelen. Hoe is dan de reactie van GroenLinks-Partij van de Arbeid op dat punt?
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Ik weet niet met welke hulporganisaties mevrouw Van Toorenburg heeft gesproken, maar wij hebben brieven ontvangen van veel hulporganisaties die ons het advies hebben gegeven om deze begroting alsjeblieft te steunen. Maar afgezien daarvan, wat gebeurt hier? Wij hebben een begroting van 3,5 miljard — als ik het uit mijn hoofd moet zeggen — en dat wordt nu 3,9 miljard. Dat is een concrete verandering. Dat is 400 miljoen extra geld dat erbij komt. Daar zeg ik bij dat dit hetzelfde bedrag is als wanneer wij de 0,7%-systematiek zouden handhaven. Daardoor is voor dit jaar de koppeling hersteld. Dat is wat er gebeurd is en dat was een politiek punt. Is dat nog steeds 0,7%? Nee, dat is het niet, want dan zouden we meer dan 2 miljard extra geld moeten hebben. Als mevrouw Van Toorenburg zegt dat dat een lapmiddel is, vindt zij mij aan haar zijde als zij de suggestie zou doen om 1 miljard aan de begroting toe te voegen. Ik zou dat alleen maar toejuichen en zeggen: hoera!
Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Met alle respect, maar dat is te makkelijk. Ik heb begrepen dat er vanuit de Partij van de Arbeid-GroenLinks is geprobeerd om een beetje een hoezee-situatie te creëren, alsof hiermee iets is opgelost. Organisaties hebben ons ook geschreven en gevraagd om deze begroting te accepteren, omdat ze anders met hun rug tegen de muur staan en ze nog minder hebben. Maar we hebben natuurlijk doorgevraagd. We hebben vele organisaties gesproken en gevraagd wat op de lange termijn de oplossing hiervoor is. Die is er niet. Daarom ben ik wat kritisch op wat Partij van de Arbeid-GroenLinks nu doet. Het beeld wordt gecreëerd, met een beetje kattenkoppen naar de VVD, alsof het is opgelost, maar uiteindelijk is er te weinig opgelost. We zien de situatie waarin geld naar voren is getrokken, maar de koppeling niet is hersteld, en waarin niet duidelijk is geworden hoe dat stappenplan uiteindelijk kan worden uitgevoerd.
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Ik ben hartstikke blij met deze interruptie van mevrouw Van Toorenburg. In mijn betoog zal ik ook duidelijk maken dat de minister, als hij met hetzelfde verhaal hier zou komen voor de begroting voor 2027, met lege handen zou staan. Laten we samen met het CDA, dat hier heel kritisch is maar dat ik in de Tweede Kamer niet heb gehoord, hiernaar kijken. U zit ook nog een keer in de coalitie. Ik zou zeggen: help de minister, want er moet extra geld bij komen. De minister kan het niet oplossen. Het kabinet moet het oplossen. Extra geld komt niet van deze minister.
De heer Van Apeldoorn (SP):
Ik heb net collega Karimi gevraagd om uit te leggen waarom men van plan is volgende week voor deze begroting te stemmen, althans als de suppletoire begroting erdoor komt. Maar mevrouw Karimi heeft mijn vraag niet beantwoord. Mijn vraag was: klopt het dat de koppeling helemaal niet hersteld wordt op basis van de OESO-norm van 0,7%, ook niet voor dit jaar? Mevrouw Karimi heeft het over de systematiek, maar we gaan niet 0,7% van het BNI uitgeven aan ontwikkelingssamenwerking, ook dit jaar niet. De jaren daarna gaat het naar beneden. Uiteindelijk gaat het naar 0,47%. Het blijft er dus ver onder en dat zijn miljarden. Het vorige kabinet heeft structureel 2,4 miljard bezuinigd op ontwikkelingssamenwerking. Dit kabinet laat die bezuiniging voor 90% staan. Het enige wat er in deze begroting gebeurt, is dat er geld naar voren, uit de toekomst, wordt gehaald. Is het daarmee toch niet een sigaar-uit-eigen-doos-deal, waar PRO in de Tweede Kamer en GroenLinks-PvdA in deze Kamer voor getekend heeft?
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Ik was inderdaad net begonnen om dit toe te lichten, maar toen was er een andere interruptie. Maar dat geeft niks, ik geef graag antwoord op uw vraag. Wat is hier gebeurd? Er is een begroting en die komt van het vorige kabinet. Er was een verschrikkelijke kaalslag; er is meer dan 2 miljard bezuinigd. Ik zou heel graag willen dat die 2 miljard er gewoon weer bij komt. U vindt mij helemaal aan uw zijde. Absoluut, dat is geen probleem. We hebben dus de situatie dat die 2 miljard er niet is. Daarbovenop is er in 2026 ten opzichte van 2026 nog een extra bezuiniging gekomen, waarbij men de berekening van de koppeling heeft losgelaten. In deze Kamer hebben wij een motie aangenomen om dat niet te doen. Die motie is niet uitgevoerd. Dat staat zwart-op-wit in de antwoorden op onze vragen. We kunnen ertegen stemmen, dat klopt. Misschien voelen we ons dan ook helemaal goed, want we hebben tegengestemd. Dan gebeurt het misschien voor het eerst in 100 jaar in de parlementaire geschiedenis dat een begroting hier wordt weggestemd. Wat gebeurt er dan? Wat gebeurt er dan? Hebben we een kabinetscrisis veroorzaakt of moet de minister opstappen? Maar wat gebeurt er dan met humanitaire hulp? Wat gebeurt er dan met de mensen in Sudan, Gaza, Congo en op andere plekken? Dus wij hebben die verantwoordelijkheid genomen. Wij zijn in gesprek gegaan en hebben gezegd: "Voor ons op dit moment, voor dit jaar, is er één belangrijk punt en dat is die koppeling voor dit jaar herstellen. Maar minister, wij geven meteen ook een waarschuwing mee. Als u over een paar maanden met de nieuwe begroting voor volgend jaar komt en de koppeling niet is hersteld, dan heeft u gewoon weer hetzelfde probleem." Dus helemaal mee eens. Er moet gewoon een stevige bijdrage geleverd worden om die bezuinigingen weer te corrigeren en de koppeling moet hersteld worden. Dat staat in mijn betoog. Maar goed, ik snap het ongeduld van de collega.
De voorzitter:
Meneer Van Apeldoorn, een korte reactie. En een verzoek ook om de antwoorden wat korter te laten zijn.
De heer Van Apeldoorn (SP):
Voorzitter, dank. Volgens mij is het nog maar mijn tweede interruptie. Het klopt dat dit een begroting is van het vorige kabinet, met die enorme kaalslag. Het is een PVV-begroting. Maar aan die kaalslag wordt niets gedaan. Die blijft gewoon staan voor de komende jaren. Dan toch ook in dit verband mijn vraag: het klopt toch dat er alleen geld uit de toekomst naar voren wordt gehaald en dat betekent toch dat er per saldo, gerekend over de komende jaren, niets bij komt? Mevrouw Karimi heeft al gewezen naar de positie van de VVD, maar de VVD en ook minister Heinen hebben heel duidelijk gemaakt: "Het zal uit de begroting van BHOS moeten komen. Het geld gaat niet ergens anders vandaan komen." Dat betekent dus dat als er aangevuld moet worden, bijvoorbeeld als het gaat om extra geld voor Oekraïne, dat uiteindelijk uit de BHOS-begroting moet komen. Dan is het dus per saldo niet alleen zo dat het geld slechts incidenteel is, maar dat het er zelfs in latere jaren vanaf moet gaan en er dus niks bij komt.
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Twee dingen. Eén. Die kaalslag, daar doet dit minderheidskabinet echt een heel klein beetje iets aan en dat is die 275 miljoen per jaar die er per 2027 bij komt. Dat staat nu niet op de begroting van deze minister. Dat is erbuiten, voorlopig geparkeerd op het ministerie van Financiën. Dat moet erbij komen, maar ik ben het helemaal met de heer Van Apeldoorn eens dat het inderdaad te weinig is. Er moet meer gebeuren en daarom, nogmaals, is de begroting voor 2027 heel belangrijk. Het tweede punt is dat van de kasschuif, het naar voren halen. Natuurlijk had ik ook graag extra geld gewild, maar wat er hier gebeurt is dat er 202 miljoen naar voren gehaald uit 2031. Uit 2031. Wie weet wat er dan gebeurt, welke coalitie er zit en noem maar op. Daar heb ik dus geen problemen mee. Dat is ook bij deze begroting vaker gebeurd. Ik bedoel, ik loop al heel lang mee, dus ik weet dat deze systematiek weleens toegepast is.
Dan het Oekraïnegeld. Dat geld was ook gereserveerd op de begroting van het ministerie van Financiën. Daar is afgesproken dat er geld naar voren wordt gehaald uit 2028/2029 voor dit jaar. Ik denk dat die noden in Oekraïne echt groot zijn. Daar kan dan nu geld aan besteed worden, maar ik zou ook weer het debat met de minister willen voeren over dat dat dan niet ODA hoeft te zijn. Ik denk of hoop dat we dan ook op uw steun kunnen rekenen.
De voorzitter:
De heer Van Apeldoorn, laatste keer.
De heer Van Apeldoorn (SP):
Ik constateer toch dat mevrouw Karimi mij geen ongelijk kan geven dat er per saldo geen geld bij komt. Mevrouw Karimi zegt dan: dat gaan we dan later regelen. Er is geen enkele garantie dat dat geregeld gaat worden, ook niet in 2030 of 2031. Dan zal een nieuw kabinet toch ook te maken hebben met wat er dan staat en het tijdpad dat er dan ligt. Ik denk dat dat wel degelijk problematisch is. Het legt een hypotheek op de toekomst. Mevrouw Karimi verwees ook naar een motie die in de Eerste Kamer is aangenomen, met een meerderheid, voor het herstel van de koppeling op basis van de OESO-norm van 0,7%. Die wordt niet uitgevoerd. Dat stelt het kabinet ook heel erg helder. Diezelfde meerderheid hier in de Eerste Kamer had toch eigenlijk een betere begroting kunnen afdwingen dan wat nu voorligt met de deal met PRO? Ik vraag me dus eigenlijk af waarom u niet wat harder heeft onderhandeld.
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Ja, het is inderdaad waar dat het uiteindelijk een oplossing is waarin wij niet honderd procent onze zin hebben gekregen. Daar zal ik eerlijk over zijn. Ik had ook heel graag extra geld gewild. Dat is er niet bij gekomen, maar met deze oplossing voor deze ene keer kunnen wij leven vanwege die hoge noden in de wereld. Als we om ons heen kijken en we zien wat er in de wereld gebeurt, vinden wij dat dit niet het moment is waarop we ontwikkelingssamenwerking, ontwikkelingshulp, noodhulp in chaos moeten storten. Nee, we moeten gewoon een oplossing vinden zodat die mensen geholpen kunnen worden.
De heer Hartog i (Volt):
Mevrouw Karimi zei zojuist: dit is echt geld. Mijn vraag is dan of zij dat extra geld ook ziet als een beleidswijziging, een beleidsintensivering voor 2026.
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Dan is de vraag waar het geld dan aan wordt besteed. Niet? Sorry, dan heb ik het niet goed begrepen.
De heer Hartog (Volt):
Nee, de vraag is of het een beleidswijziging is voor 2026.
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Nee, het is dus geen heel expliciete drastische beleidswijziging als je kijkt naar waar geld aan uitgegeven wordt behalve aan één heel belangrijk punt, dat voor mijn fractie buitengewoon belangrijk was, en dat is natuurlijk herstel van de betalingen aan UNRWA. Dat is ook voor ons een belangrijke reden geweest om deze begroting te steunen.
De heer Hartog (Volt):
Is het dan juist dat het inderdaad geen wijziging is ten opzichte van het beleid van het kabinet-Schoof?
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
O ja, dat. Ja, dat is een heel goede vraag en die vraag heb ik ook aan deze minister. Dus als u het mij toestaat, wil ik die vraag graag aan de minister stellen. Ik ben niet de minister. Dat zou ik graag gewild hebben, maar ik ben het niet.
De heer Schalk i (SGP):
Ik heb even een vraag over het vorige antwoord van mevrouw Karimi. Volgens mij gaf zij aan dat een extra reden was om nu te steunen dat er geld voor UNRWA zal gaan komen.
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Ja, zeker. Dat licht ik zo meteen ook toe in mijn betoog.
De voorzitter:
U gaat daar nog op in?
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Ik was bezig met waarom. Nou ja, goed.
De heer Schalk (SGP):
Goed, dan kom ik bij mijn echte vraag. Ik zal dat niet in drieën doen, voorzitter. Ik constateer op grond van de antwoorden van mevrouw Karimi — dat is dus ook echt nieuw voor mij — dat GroenLinks-Partij van de Arbeid in ieder geval dit kabinet in het zadel wil houden. Dat is een. Twee. Woorden doen ertoe. Mevrouw Karimi zegt keer op keer dat de koppeling hersteld wordt. Is zij het met mij eens dat eigenlijk alleen het budget maar is aangelengd?
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Uw constatering over het in het zadel helpen of in het zadel houden laat ik voor uw rekening. Dan het punt van de koppeling. Het gaat erom dat wij altijd gezegd hebben: ons streven is om 0,7% uit te geven aan ontwikkelingssamenwerking of ODA-besteding. Dat is niet altijd ontwikkelingssamenwerking. Dus ODA-besteding, 0,7%. Die 0,7% halen we op dit moment niet. De systematiek was altijd dat men ging kijken wat het bedrag zou zijn als we 0,7% zouden besteden en daar haalde men dan de bezuiniging af. Dat was de systematiek, waardoor de begroting eigenlijk toch weer met die 0,7% bewoog en groeide. Dat heeft het vorige kabinet losgelaten en dit kabinet heeft dat voortgezet. Dat is voor ons een groot probleem, omdat daardoor het bedrag eigenlijk constant min of meer hetzelfde blijft. Daarom zeggen wij dat de eerste stap het herstel van de systematiek is. Dat is wat er gebeurd is. De tweede stap is om richting daadwerkelijk een bedrag van 0,7% te bewegen, wat op dit moment meer dan 2 miljard extra geld zou betekenen.
De heer Schalk (SGP):
Nog even terugkomend op die eerste opmerking, over het in het zadel houden van het kabinet: dat heb ik niet gezegd. Dat heeft mevrouw Karimi genoemd, want ze zei: ja, anders zou misschien het kabinet vallen. Nou, het leek alsof ze dat in ieder geval dramatisch zou vinden. Dus dat was even mijn constatering, maar terug naar de koppeling. Is mevrouw Karimi het dan in ieder geval met mijn fractie eens dat we, als de koppeling echt hersteld zou zijn, op 0,7% zouden moeten zitten, niet voor nu alleen, maar ook voor de toekomst? Dus dat betekent niet dat geld aanlengen, maar dat de koppeling echt 0,7% zou moeten zijn.
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Daar ben ik het hartgrondig mee eens, maar ik zie waar we staan nu. Ik zie wat de situatie nu is. Ik zie dat er dan 2 miljard extra bij had moeten komen dit jaar. Ik ben er heel vaak van beticht dat ik de idealistisch zou zijn en te radicaal zou zijn, maar dat ik realistisch zou zijn had ik nog niet gehoord. Maar goed, laat ik maar zeggen dat ik een beetje een realistische kijk op de zaken heb nu, op dit moment.
De voorzitter:
Ik stel voor dat mevrouw Karimi weer wat meters maakt en dat zij doorgaat met haar betoog.
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Oké. Bovendien heb ik in relatie tot de hele begroting de vraag of OS-gelden zullen worden gebruikt voor de uitvoering van de Terugkeerverordening en, zo ja, hoe en op welke wijze mensenrechten zullen worden gewaarborgd bij eventuele betrokkenheid bij migratieafspraken met landen van herkomst of derde landen.
Ten derde blijft mede dankzij het amendement-Kröger in de Tweede Kamer financiering van advocacy en lobby door maatschappelijke organisaties mogelijk. Dat is voor ons ook van groot belang.
Ten vierde wordt de financiering van UNRWA hersteld. Voor mijn fractie was het herstel van de bijdrage aan UNRWA een belangrijke voorwaarde. Ondanks de pogingen van Israël om de organisatie te verzwakken en haar werkzaamheden te beperken, blijft UNRWA volgens de Verenigde Naties en vrijwel alle grote humanitaire organisaties de ruggengraat van de hulpverlening van Palestijnen. De realiteit is dat geen enkele andere organisatie beschikt over dezelfde infrastructuur, lokale netwerken en uitvoeringscapaciteit om op grote schaal voedselhulp, gezondheidszorg, onderwijs en noodhulp te bieden. De vraag is daarom niet of UNRWA perfect is. De vraag is wie vandaag die taken overneemt als UNRWA verder wordt verzwakt. Op die vraag is nog steeds geen geloofwaardig antwoord gegeven. De humanitaire gevolgen van het wegvallen van deze hulp worden niet gedragen door overheden of internationale organisaties, maar door Palestijnse burgers: mannen, vrouwen en in het bijzonder kinderen. In Gaza betalen mensen daarvoor met honger en ziekte en uiteindelijk met hun leven. Daarom vinden wij het herstel van de Nederlandse bijdrage niet alleen verantwoord, maar noodzakelijk.
Voorzitter, tot zover het goede nieuws.
De voorzitter:
Mevrouw Karimi, ik denk dat nu een interruptie van de heer Schalk op zijn plaats is.
De heer Schalk (SGP):
Gewoon misschien een feitelijke vraag. Is mevrouw Karimi het met mijn fractie eens dat in 2023 UNRWA of in ieder geval een aantal mensen van die organisatie meegedaan hebben aan de verschrikkelijke gebeurtenissen van 7 oktober?
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Of het antwoord nu ja of nee is, ik weet niet wat de relevantie daarvan is voor wat ik net gezegd heb.
De heer Schalk (SGP):
Mevrouw Karimi durft blijkbaar geen ja of nee te zeggen. Het is een vrij eenvoudige vraag en die heeft te maken dit debat, want ze geeft zelf aan dat dat er wel geld naar UNRWA zou moeten een van de redenen is waarom GroenLinks-Partij van de Arbeid voor deze aanpassing van het budget is, terwijl iedereen weet dat het onderzoek naar UNRWA nog steeds loopt. De hele wereld weet wat ze daar hebben gedaan.
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Wat hebben ze dan gedaan?
De heer Schalk (SGP):
En ondertussen wordt dat als een extra onderdeel … Laat ik mijn verbazing omzetten in deze vraag: denkt mevrouw Karimi dat ze de minister met deze opmerking helpt?
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Wij weten dat de minister al van plan is om dat te doen. Hij heeft al gezegd dat ze dat willen doen en dat staat ook in het coalitieakkoord. Dat gaat in de Najaarsnota hiernaartoe komen. Er lag ook al een amendement en u weet wat de voorgeschiedenis van dit hele verhaal is, dus ik ga dat hier niet herhalen. Ook al zou het zo zijn dat een aantal van de medewerkers van UNRWA betrokken geweest zouden zijn bij de verschrikkelijke terroristische aanslag op 7 oktober, dan nog diskwalificeert dat niet de hele organisatie, die al tientallen jaren humanitaire hulp geeft en daar een hele infrastructuur voor onderwijs en gezondheidszorg heeft. Wat dat betreft denk ik: ik hoor mijn collega het hier heel vaak over barmhartigheid hebben, maar het verbaast mij ieder keer weer dat die barmhartigheid zoek is zodra het over Palestijnen gaat.
De voorzitter:
Meneer Schalk, u werd aangesproken. Gaat uw gang.
De heer Schalk (SGP):
Voorzitter. Ik meen niet dat ik het woord "Palestijnen" heb gebruikt. Ik heb het gehad over een organisatie en ik heb het erover gehad dat mevrouw Karimi in haar betoog deze organisatie, waarvan medewerkers meegedaan hebben aan die verschrikkelijke gebeurtenis op 7 oktober 2023, op dit moment een soort van gladstrijkt en gebruikt om een begroting te gaan steunen. Een begroting steunen mag, maar als je dit als extra onderdeel wilt, denk ik dat daarmee de positie van GroenLinks-Partij van de Arbeid op dat gebied heel duidelijk wordt, maar ik denk ook dat je de minister daar niet extra mee helpt.
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
De minister heeft mijn hulp niet nodig, want dit is een van de eerste redenen geweest ...
(Hilariteit)
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Hij heeft mijn hulp wel nodig, maar die heeft hij al gehad. Wij zijn hierover glashelder geweest. Dat is onze positie en daar is geen woord Spaans bij. We zijn er altijd voor geweest dat de financiering van UNRWA doorgaat. Helaas is de Nederlandse bijdrage gekort vanwege een meerderheid aan de overkant die tegen was, maar gelukkig zijn de meerderheden nu weer anders.
De voorzitter:
Ik verzoek u uw betoog te vervolgen.
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Tot zover het goede nieuws, want deze nota van wijziging lost het structurele probleem niet op, zeg ik tegen de collega's. Dat blijkt ook uit de meerjarige cijfers. De begroting stijgt dankzij deze afspraken in 2026 van 3,6 miljard naar 3,9 miljard, maar daarmee zijn de gevolgen van enorme bezuinigingen van het kabinet-Schoof nog lang niet hersteld. Het budget zakt in 2027 naar 3,3 miljard en komt daarna uit op 3,5 miljard in 2028, op 3,9 miljard in 2029 en opnieuw ongeveer 3,7 miljard in 2030. Extra geld voor dit jaar middels een kasschuif is niet ideaal, maar het is voor ons op dit moment acceptabel.
Met extra geld kan Nederland bijdragen aan oplossingen voor urgente noden en daar zijn wij blij mee. Maar het is een geen structurele oplossing. Daarom beschouwen wij deze afspraken niet als eindpunt, maar als een kantelpunt: stoppen met doorgaan op de weg van de kaalslag en weer meer investeren in duurzame ontwikkeling en humanitaire hulp. Een eerste correctie op een verkeerde koers. De politieke betekenis van de nota van wijziging is niet dat Nederland terug is op 0,7%. Dat zijn wij niet. De politieke betekenis is dat wordt voorkomen dat de ambitie van 0,7% definitief wordt losgelaten. Voor 2026 is de koppeling in de berekeningssystematiek hersteld. Nu moet die koppeling voor 2027 ook structureel worden hersteld.
Voorzitter. Juist nu is het van belang dat Nederland weer een voortrekkersrol gaat spelen. Wij leven in een wereld waarin de noden van mensen in lage- en middeninkomenslanden toenemen. De inmiddels ruim vier jaar durende agressieve oorlog van Rusland tegen Oekraïne, de genocide op Palestijnen in Gaza en de etnische zuiveringen op de Westelijke Jordaanoever, de oorlog van de VS en Israël tegen Iran en Libanon, en de bloedige oorlog in Sudan hebben enorme gevolgen voor de veiligheid, de economie en de humanitaire situatie in de wereld. De ebola-uitbraak in de Democratische Republiek Congo grijpt verder om zich heen en kost dagelijks mensenlevens. Autoritaire regimes onderdrukken hun bevolking, de democratische ruimte krimpt in hoog tempo in alle hoeken van de wereld, mensenrechtenverdedigers staan onder druk, vrouwenrechten en de rechten van lhbtiq+-gemeenschappen worden op steeds meer plaatsen aangevallen, journalisten zijn doelwit van geweld en onderdrukking, en de Sustainable Development Goals zijn ver buiten bereik geraakt.
Hoe doet Nederland het eigenlijk wat betreft het halen van de SDG's? Tegelijkertijd zien we wereldwijd een forse afname van de middelen voor Ontwikkelingssamenwerking. De gevolgen van de ontmanteling van USAID, nota bene door de eerste biljonair van de wereld, en de druk op multilaterale instellingen zoals de VN-organisaties en de WHO, laten iedere dag zien wat er gebeurt wanneer internationale solidariteit wordt afgebouwd. Juist daarom moet Nederland weer aansluiting zoeken bij de traditie waarin ons land internationaal een voorloper was. Dat betekent ook dat de forse bezuinigingen die onder het kabinet-Schoof zijn ingezet, uiteindelijk moeten worden teruggedraaid. Welke ambitie heeft deze minister? Deelt hij onze analyse en hoe wil hij weer een voorloper worden?
De structurele intensivering van 257 miljoen uit het coalitieakkoord is een kleine eerste stap, maar tegenover een bezuiniging van ruim 2 miljard wordt daarmee slechts een beperkt deel hersteld. De afstand tot de 0,7%-norm blijft miljarden euro's bedragen. Daarom wil ik hier ook helder zijn. De begroting van 2027, die over een paar maanden voorligt, moet echt extra geld krijgen. Dat is een boodschap aan het hele kabinet, en in het bijzonder aan de minister van Financiën. De cijfers die nu in de begroting staan voor de komende jaren, zijn voor onze fractie verre van acceptabel. De koppeling met de 0,7%-berekeningssystematiek moet structureel worden hersteld en er moeten aantoonbaar serieuze stappen worden gezet richting het feitelijke bedrag dat hoort bij de 0,7%-norm. Graag een reactie van de minister. De noodzaak is er. Substantieel meer middelen zijn nodig. Multilaterale organisaties, maatschappelijke organisaties, gezondheidsprogramma's en onderwijsinitiatieven beschikken over de capaciteit om deze middelen effectief in te zetten.
Voorzitter, ik sluit af. Zoals gezegd zullen wij, als de Tweede Kamer deze week instemt met de suppletoire begroting en de nota van wijziging, voor deze begroting stemmen, niet omdat wij tevreden zijn met waar wij staan, maar omdat wij erin zijn geslaagd een kentering te bewerkstelligen en een eind te maken aan de voortdurende kaalslag op de BHOS-begroting.
De voorzitter:
Dank u wel. Een interruptie van mevrouw Visseren-Hamakers, van diezelfde fractie.
Mevrouw Visseren-Hamakers i (Fractie-Visseren-Hamakers):
Dat klopt, voorzitter. Dank. Ik dacht: ik wacht het hele betoog van collega Karimi af, zodat ik zeker weet dat ik een vraag stel die nog additionele informatie zou opleveren. En dat is het geval. Ik neem aan dat de Eerste Kamerfractie van GroenLinks-PvdA betrokken is geweest bij de onderhandelingen over deze begroting. Daarom wil ik mevrouw Karimi vragen om te reflecteren op het feit dat de VVD een ander debat aan deze onderhandelingen heeft gekoppeld, door het voorstel om het verheerlijken van terrorisme strafbaar te stellen, te koppelen aan dit dossier. Dit alles overziend, kan mevrouw Karimi dan nog reflecteren op de oogst die deze deal GroenLinks-PvdA heeft opgeleverd?
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Ik ben mevrouw Visseren-Hamakers dankbaar voor deze vraag, want ik was echt geschrokken toen ik in Trouw las dat hiervan sprake zou zijn. Ik vind het echt vreselijk lelijk, en dat zegt veel over hoe deze coalitiepartijen blijkbaar met elkaar omgaan. Dat maakt het eerlijk gezegd ook niet makkelijk voor oppositiepartijen om, als die in gesprek zijn met het kabinet, een deal te sluiten met het kabinet. Want stel je voor, je sluit een deal en dan wordt er in achterkamertjes onder coalitiepartijen onderling weer iets anders afgesproken. Ik denk dat het kabinet echt goed moet reflecteren op deze werkwijze. Als ze duurzaam met de oppositie zaken willen doen, moeten ze echt afzien van dit soort lelijke politiek. Maar ik zou zeggen: stelt u die vraag ook aan de VVD en aan D66.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Dat ga ik zeker doen, bedankt voor de tip. Maar ik stel de vraag ook aan mevrouw Karimi. Ziet mevrouw Karimi dit alles overziend hebbende — de fooi op ontwikkelingssamenwerking en daar dan gratis en voor niets nog een ander, zeer problematisch wetsvoorstel bij krijgen — dat alles als vooruitgang? Was this worth it?
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Ik ben hier om te spreken over de begroting. Ik distantieer me echt stellig van het woord "fooi". Het gaat echt over extra geld. Ja, het is extra geld, en het is echt geld. Dit jaar, nu, as we speak, gaat het naar de Wereldgezondheidsorganisatie. Er is al committering. Kijkt u maar wat er in de DRC gebeurt met ebola. Als iemand hier stelt: "50 miljoen, 100 miljoen naar deze organisatie of een andere organisatie, dat stelt niets voor", dan vind ik dat een wereldvreemde kijk op hoe die wereld in elkaar zit. Ik kom uit die wereld en ik weet wat de betekenis van dit soort bedragen is. Dat is dus echt substantieel. Dat is het eerste punt.
Het tweede punt: ik ben blij met de uitkomst van deze begroting. Is het wat ik wilde? Nee, dat is het niet. Maar het is wat nu mogelijk was en daar heb ik vrede mee en dat sta ik hier te verdedigen. Wist ik wat van die afspraken tussen die coalitiepartijen? Nee, daar weten wij niets van. De vraag is ook of de D66-fractie hier iets vanaf wist. Ik zou die vraag heel graag willen stellen aan de fracties van D66 en de VVD hier. Betekent het feit dat er zo'n afspraak is dan ook dat zij zo'n wetsvoorstel gaan steunen? Of is de afspraak slechts dat het wetsvoorstel ingediend mag worden? Want dat zijn toch ook nogal verschillen. Ik zou dus zeggen: ik ben blij met de uitkomst, ja, maar het is lelijke politiek en ik zou heel graag willen dat dat nooit meer gebeurt.
De voorzitter:
Mevrouw Visseren-Hamakers, laatste keer.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Een ander punt. Mevrouw Karimi had het over een kantelpunt in het debat over de bezuinigingen op OS. Ik vraag mij oprecht af waarom GroenLinks-PvdA ervoor heeft gekozen om dat kantelpunt niet echt op dit moment te bewerkstelligen. Als wij als gezamenlijke oppositie deze begroting zouden wegstemmen, zou het kabinet genoodzaakt zijn om heel hard te werken om nog voor de zomer met een nieuwe begroting te komen. Daar is nog tijd voor. Waarom heeft GroenLinks-PvdA ervoor gekozen om niet de poot stijf te houden en te zeggen "joh, ga je huiswerk opnieuw doen en kom met een begroting waar echt geld bij OS terechtkomt", in plaats van deze tussenstap met dat zogenaamde kantelpunt?
Mevrouw Karimi (GL-PvdA):
Het is nog steeds echt geld. Daar blijf ik op hameren. Nee, het is gewoon echt geld en het gaat gewoon naar die organisaties en naar mensen die daar behoefte aan hebben. Het tweede is: ja, dat heb ik ook overwogen. Het had ook een strategie kunnen zijn om te zeggen: "Nou, laat maar gewoon. Dan ziet het kabinet het. Dan struikelt het hier en dan moeten ze meteen met een nieuwe begroting komen." De consequentie daarvan zou zijn dat heel veel van die uitgaven niet gedaan zouden kunnen worden. Dus dat betekent dat alles wat wij nu zeggen — hé, snel geld naar Libanon, snel geld naar Gaza, snel geld naar ebolabestrijding — allemaal niet had gekund. We zitten nu voor het reces. Dan komen de zomermaanden en zitten we in september, in 2027. Dus wij hebben voor een andere strategie gekozen. We willen het dit jaar. We hebben dit herstel kunnen realiseren. Maar zijn we er? Nee! Hebben we elkaar nodig om in 2027 een goede begroting te krijgen? Ja.
De heer Van Apeldoorn (SP):
Mevrouw Karimi eindigde haar betoog met de conclusie dat er een kentering is en dat is dan ook de reden dat GroenLinks-PvdA voor deze begroting gaat stemmen. Althans, dat volgende week van plan is. Ik begrijp werkelijk waar niet — ik heb het hele betoog inderdaad af geluisterd — waar mevrouw Karimi nu precies die kentering ziet. Want een kentering betekent voor mij dat er ook voor de toekomst een verbetering zal zijn en die is er op geen enkele manier. Die is ook niet beloofd. Daar is geen sprake van. De VVD zegt duidelijk: nee! De minister van Financiën zegt nee. De minister van BHOS heeft ook niet gezegd dat die er komt. Er komt nu geld bij dat uit de toekomst wordt gehaald. Dus niet alleen is er geen verbetering, dus een kentering voor de komende jaren. Nee, het geld dat we nu krijgen, gaat er in latere jaren vanaf. Dat is wat nu in de begroting staat, ook in alle tabellen. Dat is niet alleen in 2031, maar ook al in de jaren daarvoor. Want de helft van het geld dat erbij komt, gaat naar Oekraïne, terwijl PRO en GroenLinks-PvdA zich al op het standpunt hebben gesteld, ook de afgelopen jaren, ook middels een motie in de Tweede Kamer, dat het geld dat naar Oekraïne gaat eigenlijk niet ten koste zou moeten gaan van ODA, van ontwikkelingssamenwerking. Dat gebeurt dus nu wel. Dan zal er misschien druk zijn om dat geld wel aan te vullen, want er is een grote consensus om Oekraïne te blijven steunen, maar dat zal dan ten koste gaan van het ODA-budget. Dus niet alleen is er geen kentering. Nee, we krijgen nu wat extra geld erbij, althans budget van BHOS, ten koste van de begrotingen in komende jaren, al deze kabinetsperiode.
De voorzitter:
Het punt is duidelijk. Mevrouw Karimi.
Mevrouw Karimi (GL-PvdA):
Volgens mij is dit een herhaling van de discussie die we net hadden. We worden het blijkbaar niet eens over de uitleg van hoe we dan die verschuiving in de begrotingen zien. Nogmaals, het geld voor Oekraïne was geen onderdeel van de begroting van BHOS. Dit jaar niet en de komende jaren ook nog niet. Ik ben het met de heer Van Apeldoorn eens dat in het coalitieakkoord wel is afgesproken dat het voor 2027 ODA zou zijn. Daar ben ik ook niet blij mee, maar in ieder geval was voor 2026 niet zo'n afspraak gemaakt. Dat geld was geparkeerd op het ministerie van Financiën. Dus voor de begroting is het dus extra geld.
U vraagt: waarom een kantelpunt? Hoe vaak — ik heb het niet geteld; dat had ik natuurlijk met behulp van artificial intelligence kunnen doen — bleef de regering op onze vragen in de Eerste en Tweede Kamer niet zeggen "0,7% is geen onderdeel van onze systematiek, 0,7% is geen onderdeel van onze begroting; die 0,7% laten we los". En wat doen ze nu hier? Ze hebben het niet gezegd — daar ben ik het mee eens — maar feitelijk passen ze de 0,7%-systematiek toe op deze begroting, en daar ben ik heel erg blij mee.
De heer Van Apeldoorn (SP):
Tot slot. Volgens mij kan mevrouw Karimi nog steeds niet duidelijk maken dat er een kentering is. Zij ontkent in ieder geval niet dat er in de toekomst geen geld bij komt, maar, sterker nog, dat er geld van af zal gaan, tenzij we er op een of andere manier voor zorgen dat dit niet gebeurt. Maar zelfs als dat geld er weer bij komt, is die koppeling nog steeds niet hersteld. Mevrouw Karimi zegt eigenlijk: we gaan deze begroting steunen, maar daarna moet het wel beter, dan moet die kentering zich echt materialiseren. Mijn vraag is dan toch waarom GroenLinks-PvdA, PRO in de Tweede Kamer, dat niet voorwaardelijk gemaakt heeft voor het steunen van deze begroting. Waarom heeft zij niet gezegd "oké, er komt nu 326 miljoen incidenteel bij" — de helft daarvan gaat overigens naar Oekraïne — "en daar zijn wij blij mee, maar dat is niet genoeg, wij willen ook de belofte dat het ook de komende jaren beter wordt"? Dus niet alleen het geld uit de toekomst halen, maar echt een kentering. Waarom is die voorwaarde niet gesteld? Dat had toch gekund, ook op basis van de meerderheid die er in deze Kamer is, bijvoorbeeld voor het herstel van die koppeling van 0,7%?
Mevrouw Karimi (GL-PvdA):
Laten we met elkaar dit afspreken. De begroting voor 2027 komt over een paar maanden hier. Dan stellen we deze voorwaarde. Dat is een voorwaarde die ik ook heb gesteld. Dan weet de minister heel goed dat dit een uitzonderlijke situatie was. Het kabinet trad aan, had een begroting geërfd en er moest snel iets gebeuren omdat die uitgaven gedaan moesten worden. Daarbij hebben we meegedacht, nota bene nadat onze fractie in de Tweede Kamer wel had tegengestemd; dat mag helder zijn. Wij hebben dat inderdaad gedaan. Met de heer Van Apeldoorn zeg ik tegen de minister: luistert u goed, dit is de situatie.
De heer Koffeman i (PvdD):
Mevrouw Karimi zei net in een bijzin: de minister heeft mijn steun niet nodig. Daar werd hier wel een beetje om geglimlacht, want de minister heeft uw steun keihard nodig. Als u weet dat de minister uw steun zo hard nodig heeft, had u dan niet beter of meer kunnen onderhandelen over bijvoorbeeld die 0,7%? PRO of de samenstellende partijen van PRO die ik uit het verleden ken, waren nooit akkoord gegaan met een niet-substantiële of, laten we zeggen, vaste koppeling van 0,7% en de samenstellende partijen van PRO die ik uit het verleden ken, waren nooit akkoord gegaan met een NAVO-norm van 5%. Daar stemt PRO van vandaag ook mee in. Dat is meer dan zeven keer zo veel als wij gewend waren te geven aan hulp voor de armsten en wij volgens de OESO ook zouden moeten geven. Kan mevrouw Karimi nou eens duidelijk maken waarom ze zo makkelijk door de bocht is gegaan terwijl de minister of het kabinet haar steun zo keihard nodig heeft, zowel voor die NAVO-norm als het herstel van het budget voor Ontwikkelingshulp? Had daar niet meer in gezeten?
Mevrouw Karimi (GL-PvdA):
Ik had gewenst dat er meer in gezeten had. Dit is na keihard onderhandelen het resultaat. U kunt zeggen dat het niet genoeg is. Ik zou ook veel meer gewild hebben. Ik zou die extra 2 miljard erbij gehad willen hebben. Maar nogmaals, gezien de situatie is dit het. Ik vind dit echt een heel substantiële verbetering. Nogmaals, voor ons was de koppeling, de terugkeer van die 0,7%-systematiek in de begroting het allerbelangrijkste punt, en dat is gelukt. En over de NAVO ga ik hier geen discussie voeren.
De heer Koffeman (PvdD):
Het hangt natuurlijk nauw met elkaar samen, want die NAVO-norm van 5% moet ergens uit betaald worden. U en ik kunnen begrijpen dat dat al heel snel ten laste van de allerarmsten gaat komen, ook ...
Mevrouw Karimi (GL-PvdA):
Ook, ja.
De heer Koffeman (PvdD):
... van die 0,7%. Maar dat u niet harder heeft kunnen onderhandelen, is een merkwaardig uitgangspunt. Als de minister uw steun zo hard nodig heeft als hij heeft, had u inderdaad harde eisen kunnen stellen. Als die harde eisen niet ingewilligd waren, was het kabinet gevallen. Kennelijk wilde u dat niet. U stelt zich dus op als een steunpilaar van het kabinet. In eerste termijn hebben andere fracties kritiek geuit op het kabinet, in de trant van: dit had je niet moeten doen.
Mevrouw Karimi (GL-PvdA):
Dat is zoals ik zei een afweging geweest. Willen we dat mensen in de wereld die behoefte hebben aan hulp worden geholpen, ja of nee? Of willen wij eigenlijk veel meer een soort politiek spelletje spelen, dus dat het kabinet valt of de minister moet aftreden? Denk aan wat de VVD en D66 elkaar aandoen. Dat willen wij niet. Dat is lelijk, dat doen wij niet.
De heer Koffeman (PvdD):
Ten slotte. Ik begrijp dat. Maar als u niet mee wilt doen aan politieke spelletjes, dan is voor heel veel mensen niet begrijpelijk dat nog voordat het debat gevoerd is, duidelijk is dat PRO in de Eerste Kamer deze begroting zal steunen. Dat betekent dat er politieke spelletjes in de Tweede Kamer gespeeld zijn en dat de Eerste Kamerfractie van PRO zich daarin heeft geschikt. Dat zijn politieke spelletjes.
Mevrouw Karimi (GL-PvdA):
Ach, dat is geen politiek spelletje! Natuurlijk is het staatsrechtelijk zo dat wij in de Eerste Kamer een debat hebben. Alleen, als er onderhandelingen gevoerd worden ... Ik denk dat collega Koffeman heel blij is met zijn interruptie, maar dat is ook een beetje een politiek spelletje. Dit is geen politiek spelletje. Wij zijn ontzettend nauw betrokken geweest bij deze onderhandelingen. Onze Tweede Kamerfractie had al tegengestemd. Er was een suppletoire begroting. Normaal zouden we deze begroting al in december behandeld hebben, maar we behandelen die nu terwijl de suppletoire begroting in de Tweede Kamer wordt behandeld. Natuurlijk ga je overleggen met elkaar, dat is een normale manier van werken. Dat hebben we gedaan. De Tweede Kamerfractie moest een positie kiezen ten opzichte van de suppletoire begroting en wij moesten een positie kiezen ten opzichte van deze begroting. Die twee hangen samen. Ik snap dus niet wat hier het probleem zou zijn.
Mevrouw Huizinga-Heringa i (ChristenUnie):
Ik hoorde mevrouw Karimi net uitleggen waarom ze voor deze begroting stemt. Ze zegt: het geld is hard nodig, we kunnen heel veel mensen helpen. Tegelijkertijd zegt ze: minister, luistert u goed, want bij een volgende begroting willen we absoluut dat u richting de 0,7% gaat. Dan sluit ik me toch aan bij de vraag van de heer Koffeman: waarom heeft u deze belofte niet afgedwongen in uw onderhandelingen over deze suppletoire begroting?
Mevrouw Karimi (GL-PvdA):
Wij hebben dit gedaan en dit is de uitkomst. Als wij dat niet hadden gedaan, was er helemaal niks.
Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):
Maar u heeft niet afgedwongen dat er in de volgende jaren echt gekeken wordt om in de richting van 0,7% te gaan. Dat moet u nu aan de minister vragen. U zegt: de minister luistert, dat gaan we bij de volgende begrotingen doen. Ik vroeg u: waarom heeft u dat niet afgesproken toen u over deze begroting onderhandelde? Dan had u een mooi pakket gehad.
Mevrouw Karimi (GL-PvdA):
Dat klopt. Dat hadden we dan gehad en dat hadden we ook gewild, maar dit heeft te maken met het tijdsbestek dat we hadden voordat het zomerreces komt en voordat er weer onderhandelingen over de volgende begroting beginnen. Nogmaals, we zitten in de situatie dat we hier eigenlijk een halfjaar later het begrotingsdebat voeren. Wij hebben dus besloten om dit op deze manier te doen, maar tegelijkertijd heel helder richting het kabinet — het kabinet, niet de minister — te zeggen: kom maar met extra geld.
Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):
Dat is zo en u geeft een helder signaal. Tegelijkertijd geeft u als verklaring voor deze deal: "Weet u wel hoeveel mensen we daarmee kunnen helpen? Als we tegenstemmen, hebben die mensen niks." Laten we het verder niet hebben over een kabinet dat wel of niet valt. Welke garantie heb je nou? Als de volgende begroting komt en de minister, omdat hij de ruimte niet krijgt van het kabinet, niet de kant van de 0,7% op gaat, geldt toch hetzelfde argument? Dan zult u toch ook zeggen: "We kunnen de begroting wel afstemmen, maar hoeveel mensen hebben daar geen last van? We moeten hier wel voor stemmen." Dan zult u toch datzelfde argument gebruiken?
Mevrouw Karimi (GL-PvdA):
Ja, collega Huizinga kan mij goed nadoen.
Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):
Dat was niet mijn bedoeling.
Mevrouw Karimi (GL-PvdA):
Het verschil is dat de minister deze waarschuwing aan het kabinet nu kent. En ja, dat is een verschil. Nogmaals, dit is een begroting van het vorige kabinet en die is overgenomen. Daar ben ik echt verdrietig over. Tegelijkertijd is nu de situatie dat de minister exact weet hoe de verhoudingen hier zijn. Het kabinet weet ook hoe de verhoudingen hier zijn, dus zijn ze gewaarschuwd. Ik zou zeggen: aan de slag.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Huizinga-Heringa.
Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):
Begrijp ik daarmee toch — het is niet normaal dat een Kamerlid een toezegging doet — dat er een toezegging is van mevrouw Karimi dat zij absoluut niet opnieuw met deze zelfde argumentatie voor een volgende begroting gaat stemmen als die niet echt duidelijk substantieel laat zien dat het kabinet richting de 0,7% gaat?
Mevrouw Karimi (GL-PvdA):
Ik denk dat u echt heeft gehoord wat ik heb gezegd. De minister heeft het ook gehoord. Daar was echt geen woord Spaans bij.
De voorzitter:
Ik zie dat de heer Schalk een interruptie wil plegen.
De heer Schalk (SGP):
Ik wil een korte verduidelijking, misschien ook voor degene die meeluistert naar dit debat. Mevrouw Karimi zegt: als deze begroting hier zou stranden, dan is er niets en dan vallen we terug op de begroting van vorig jaar. Dat is natuurlijk niet waar.
Mevrouw Karimi (GL-PvdA):
Nee, dat is niet correct. Wij hebben deze vraag ook nog een keer gesteld. De Raad van State heeft daarover geadviseerd: als een begroting niet wordt aangenomen, moet de regering snel met een nieuwe begroting komen. Dat proces begint gewoon opnieuw. Dat is het verhaal. De vorige begroting geldt niet.
De heer Schalk (SGP):
Dit is splinternieuw voor mij. Volgens mij vallen we terug op de oude begroting als er nog geen nieuwe begroting is, en die er niet komt. Laat ik dan via mevrouw Karimi aan de minister vragen of dat wel of niet het geval is.
Mevrouw Karimi (GL-PvdA):
Die vraag hebben wij al gesteld. Dat was een schriftelijke vraag en daar is ook een antwoord op gekomen.
De voorzitter:
De vraag is nu opnieuw gesteld, dus ongetwijfeld zal de minister die ook meenemen in zijn beantwoording in dit debat. Ik dank u hartelijk voor uw bijdrage namens GroenLinks-Partij van de Arbeid. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Hartog van Volt.
De heer Hartog i (Volt):
Dank u, voorzitter. Voor de begroting die nu voorligt, heb ik mij onder andere laten inspireren door de bijdrage van onze oud-collega Belhirch bij de begrotingsbehandeling vorig jaar. Zij sprak daarbij over de keuze die wij toen maakten en ook nu maken: opbouwen of afbreken? Zij sprak ook over hoe ontwikkelingssamenwerking, handel, diplomatie en geopolitiek onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Ze sprak over de effecten van de voorgestelde bezuinigingen op vrouwenrechten en kindersterfte. Ik zal u de verdere details besparen, maar ik kan u aanraden dit allemaal nog eens na te lezen. Destijds was dit de reden voor de leden van de D66-fractie om met een hoofdelijke stemming allemaal tegen de begroting te stemmen. Hetzelfde gold voor de leden van de Voltfractie en een aantal andere senatoren. Wat ons betreft kan dezelfde analyse op de voorliggende begroting worden losgelaten. In essentie is dit een voortzetting van de begroting van een kabinet dat naar ontwikkelingssamenwerking keek als naar een melkkoe, een kabinet dat de solidariteit met de minderbedeelden in de wereld aan de deur heeft gezet.
Voorzitter. Dit is een beetje een somber verhaal. Het past daarom bij een progressieve en positieve partij als Volt om toch een aantal lichtpuntjes te kunnen noemen. Allereerst denk ik daarbij aan het antwoord van de minister op de door de collega's van de BBB gestelde vragen. De minister geeft aan voornemens te zijn om de Nederlandse bijdrage aan het goede humanitaire werk van UNRWA weer terug te brengen tot het oude niveau van 19 miljoen per jaar. Dat is wel het minste wat de regering kan doen om de door Israël veroorzaakte humanitaire crisis in de Palestijnse gebieden te verzachten. Kan de minister de Kamer toezeggen dat dit ook snel in juridisch verplichte uitgaven zal worden omgezet?
In antwoord op de vragen geeft de minister aan opnieuw te willen investeren in vrouwenrechten en gendergelijkheid. Dat is goed nieuws. Aan welke programma's denkt de minister concreet? Gaat het om het niet laten doorgaan van voorgenomen bezuinigingen op eerdere programma's of om financiering van nieuwe programma's? Worden ook de evaluaties van deze programma's weer in de planning opgenomen?
Ook voor wat betreft de inspanningen voor officiële ontwikkelingshulp, het zogenaamde ODA, geeft de minister positieve signalen af. De minister geeft aan een nettobedrag van 328 miljoen dit jaar beschikbaar te stellen, waarvan een deel als ODA kan worden aangemerkt. Uit de informatiebrief begrijp ik dat dit, in overleg met de collega's van PRO, ten koste gaat van latere jaren. Ik kom daar later op terug.
Voorzitter. De leden van mijn fractie hebben bij deze cijfers toch een verduidelijking nodig. Wat wordt nu het echte bedrag aan uitgaven als we alle informatie meenemen, zowel uit de brief als uit de Voorjaarsnota? In die laatste wordt een beleidsintensivering van 108 miljoen euro aangekondigd. Komt dit nog boven op de in de brief aangekondigde wijziging? Dekt de brief van de minister alle aangekondigde wijzigingen af? Daarmee bedoel ik de beleidsintensiveringen in de Voorjaarsnota, het herstel van de koppeling aan het bni voor 2026 en de resultaten van het afgesproken akkoord. Zo niet, kan de minister dan duidelijkheid verschaffen over hoe het echte budget voor dit jaar eruit gaat zien?
Voorzitter. De leden van mijn fractie hebben ook vragen over de rechtmatigheid van de kasschuifmethode die de minister hanteert. Deze methode dient om bepaalde projecten naar voren te halen of naar achteren te schuiven, maar niet zijnde voor beleidswijzigingen. Kan de minister een aantal concrete projecten noemen die oorspronkelijk in 2027 en 2028 waren gepland en die nu naar voren zijn gehaald? Om welke ontvangstlanden gaat het? Om welke projecten gaat dit voor 2031? In de ogen van de leden van de Voltfractie lijkt het hier meer te gaan om een beleidswijziging en wordt de methode van de kasschuif dus oneigenlijk gebruikt.
Hoe dan ook, de leden van mijn fractie erkennen de goede wil van de minister. Waar een wil is, is een weg. De daadwerkelijke feiten zijn echter minder bemoedigend. Effectief wordt het draconische bezuinigingsbeleid van de vorige regering niet alleen voortgezet, maar ook bestendigd voor de komende vier jaar. Dat betekent dat de afbraak wordt voortgezet. Daar kan een progressieve partij niet mee instemmen. De leden van de fractie van Volt zouden graag constructief willen zijn, maar niet met de continuering van het beleid van het vorige kabinet met slechts marginale aanpassingen. Ook hebben de leden van mijn fractie moeite met het politieke akkoord dat in feite de ramingen voor de komende jaren direct onderdeel maakt van de begrotingsbeslissing voor 2026. In onze ogen is dat budgettair onzuiver. Uitgaande van een Nederlands ODA-percentage van 0,58% voor 2025 vragen de leden van mijn fractie waar de minister wat betreft dit percentage concreet in 2029 wenst uit te komen. Welke inspiratie ontleent de minister aan het Deense model, waar de 0,7% onlangs nog als ambitie is bevestigd? Is dit niet ook onderdeel van het Deense asielbeleid om de instroom van migranten te beperken? Ook hier kan ik de minister en collega's nog meer inspiratie aanbieden.
Voorzitter. Dan moet ik op een ander punt terugkomen dat moeilijk in de antwoorden is te vinden. Mijn vragen gaan over de effecten van de substantiële bezuinigingen op Nederlandse maatschappelijke organisaties die ontwikkelingssamenwerking uitvoeren. Welk overleg heeft de minister met deze organisaties gehad en hoe kijken zij naar de samenwerking met dit kabinet? De voortzetting van het beleid van het vorige kabinet riskeerde de afbraak van een kwalitatief hoogstaand mechanisme van levering van ontwikkelingssamenwerking. Hoe denkt de minister dit destijds ingezette en door de Kamer bekritiseerde beleid om te buigen? Hoe kan de minister ervoor zorgen dat niet alleen kwantitatief, maar ook kwalitatief de ontwikkelingssamenwerking op peil blijft?
Voorzitter. Dan hebben de leden van mijn fractie nog een aantal vragen over geldstromen die onder de beleidsbevoegdheid van deze minister vallen, maar op een andere begroting worden weergegeven. Het gaat om de inkomsten uit invoertarieven, heel specifiek over de unilaterale verlaging van een aantal invoerrechten van de EU op producten die uit de Verenigde Staten van Amerika komen. In een eerder debat met de minister van Buitenlandse Zaken hebben we gezamenlijk vastgesteld dat het hier niet om een traditioneel handelsakkoord gaat. Het gaat om een politiek akkoord met effecten op de handel. Derhalve is de eenzijdige verlaging van tarieven ook geen onderdeel van een door de Wereldhandelsorganisatie erkend vrijhandelsakkoord.
Voorzitter. Dat klinkt administratief, maar het heeft mogelijk consequenties. Daar hebben de leden van mijn fractie een aantal vragen over. De Europese Unie heeft vrijhandelsverdragen met een groot aantal regio's en landen in de wereld. Onderdeel daarvan is meestal een "most favoured nation"-clausule. Dat betekent dat als de Unie unilateraal tarieven verlaagt voor een bepaald land, deze handelspartners de EU kunnen dwingen deze tarieven ook op hen toe te passen. Zien de leden van de fractie het juist dat theoretisch de mogelijkheid bestaat dat andere landen deze clausule inroepen? Is dit al gebeurd? Zijn hierover afspraken gemaakt binnen de Europese Unie? Zijn hierover afspraken met handelspartners gemaakt die ook slachtoffer zijn geworden van het Amerikaanse bullygedrag?
Voorzitter. Tot slot hebben de leden van mijn fractie de vragen en antwoorden opgemerkt over het eventueel afwijzen van deze begroting. Het is natuurlijk nooit de inzet van deze Kamer om een begroting af te wijzen. Echter, het armageddongevoel dat met de vragen wordt opgeroepen, delen de leden van mijn fractie niet. Dit kabinet heeft met bijvoorbeeld de discussies over de asielwet aangetoond snel met alternatieven te kunnen komen als dat nodig is. Vandaar de vraag aan de minister hoelang hij nodig zal hebben om de Kamers een nieuw voorstel van wet voor te leggen indien met deze wet niet wordt ingestemd. Ook de leden van de Voltfractie zijn bereid constructief mee te denken over een begroting die de samenwerking met landen die er minder goed voorstaan dan Nederland weer opbouwt. Aan voortzetting van de afbraak zullen wij niet meedoen.
Voorzitter. Wij kijken uit naar de antwoorden van de minister.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Hartog van Volt. De laatste spreker voor de lunchpauze is de heer Beukering van de Fractie-Beukering. Hij heeft in de sprekersvolgorde geruild met de fractie van Forum voor Democratie. Ga uw gang, meneer Beukering.
De heer Beukering i (Fractie-Beukering):
Voorzitter, dank u wel. Mede namens de Fractie-Walenkamp een warm welkom aan de minister in de Kamer. We behandelen vandaag een begroting die gaat over geld, prioriteiten en effectiviteit, maar ook over iets groters: de manier waarop Nederland zijn morele gezag in de wereld inzet. Daar wringt het. Niemand in deze Kamer zal zeggen dat het internationaal recht vrijblijvend is. Niemand zal zeggen dat mensenrechten er niet toe doen. Niemand zal bepleiten dat Nederland moet wegkijken van oorlog, vervolging of onderdrukking. Maar dat is ook niet de vraag. De vraag is: past Nederland zijn waarden consequent toe, of kiest het kabinet selectief wanneer het moreel verontwaardigd is, economisch druk zet of wegduikt achter diplomatieke taal? Die vraag speelt scherp bij Israël en inmiddels ook bij de politieke deal over 380 miljoen extra ontwikkelingsgeld.
Voorzitter. Het kabinet werkt aan handelsbeperkingen die verband houden met Israëlische nederzettingen. Formeel zal de minister zeggen: dit is geen boycot van Nederland en geen Boycot, Desinvestering en Sancties, BDS; dit gaat alleen om producten uit nederzettingen. Dat juridische onderscheid begrijpen wij, maar politiek is de zaak daarmee niet afgedaan. Ook wanneer iets formeel geen BDS is, kan het materieel wel functioneren als een stap richting selectieve boycotpolitiek. Dan wordt één land, één conflict of één bondgenoot langs een scherpere meetlat gelegd dan andere landen en conflicten. Dat is ons fundamentele bezwaar, en niet dat Israël niet aangesproken mag worden. Natuurlijk mag dat, maar waarom juist deze stap? Waarom juist nu, en waarom met dit instrument? Waar is dezelfde stevige handelslijn tegenover China als het gaat om de Oeigoeren? Waar is dezelfde economische druk richting Turkije als het gaat om de Koerden? Waar is dezelfde handelsconsequentie en scherpte bij Iran, Irak en Syrië, waar de jezidi's slachtoffer zijn geworden van vervolging, slavernij, geweld en verdrijving? Dat is geen whataboutisme. Dat is de kern van rechtsstatelijk buitenlands beleid. Als het internationaal recht een universele norm is, moet die ook universeel worden toegepast. Anders is het geen rechtsbeginsel, maar een politiek instrument.
Daarom vraag ik via u, voorzitter, aan de minister welk objectief toetsingskader bepaalt wanneer Nederland overgaat van diplomatieke afkeuring naar handelsbeperkingen. Kan de minister aantonen dat dit kader ook buiten Israël consequent wordt toegepast? Zonder zo'n kader dreigt willekeur. Dan wordt buitenlands beleid geen toepassing van beginselen, maar een optelsom van politieke druk, sentimenten, mediabeeld en coalitiegevoeligheden. Dan ontstaat selectiviteit in naam van het recht; dat is gevaarlijk. Het tast de geloofwaardigheid van Nederland aan. Het tast de rechtstatelijke basis van ons buitenlandbeleid aan. Het voedt de indruk dat Israël opnieuw een uitzonderingspositie krijgt, niet als bondgenoot die fair wordt behandeld, maar als land waarop morele verontwaardiging sneller en harder wordt geprojecteerd dan op andere staten.
Voorzitter. Daar komt nog iets bij. De minister kan zeggen dat het alleen om nederzettingenproducten gaat, maar in de samenleving wordt dat onderscheid lang niet altijd zuiver gemaakt. Daar lopen nederzettingen, Israëlische bedrijven en Israël al snel door elkaar. Juist in een tijd waarin antisemitisme opnieuw zichtbaarder en schaamtelozer wordt, moet de overheid buitengewoon precies zijn in de signalen die zij afgeeft. Ik vraag de minister daarom, via u, voorzitter, hoe hij voorkomt dat een juridisch afgebakende maatregel maatschappelijk gaat functioneren als BDS light. Hoe voorkomt hij dat Joodse en Israëlische ondernemers in Nederland indirect geraakt gaan worden door een politiek klimaat waarin morele verontwaardiging breder uitwaaiert dan de juridische tekst?
Ook de uitvoerbaarheid is geen detail. Wie bepaalt en controleert straks de oorsprong van goederen? Welke bewijslast komt bij de ondernemers te liggen? Welke rol krijgen douane, toezichthouders en tussenhandelaren? Hoe voorkomt de minister dat Nederlandse ondernemers in een juridisch mijnenveld terechtkomen?
Voorzitter. Dan de begroting zelf. De kritiek daarop kwam vanuit verschillende richtingen. De lijnen verschillen, maar ze raken elkaar op één punt: de minister moet gaan aantonen dat dit beleid werkt; niet dat het goed klinkt en niet dat het moreel prettig voelt, maar dat het werkt. Dat geldt ook voor UNRWA. De Kamer mag geen genoegen nemen met algemene geruststellingen. Zij moet weten welke voorwaarden Nederland stelt. Hoe wordt gecontroleerd en hoe wordt voorkomen dat middelen direct of indirect terechtkomen in structuren die haaks staan op neutraliteit, vrede en ontwikkeling, of wederom gebruikt gaan worden voor tunnels?
Voorzitter. Daarmee zijn we bij het tweede grote punt aangekomen. Het kabinet heeft een politieke afspraak gemaakt met GroenLinks-PvdA. Er komt 380 miljoen extra beschikbaar voor ontwikkelingssamenwerking, noodhulp en wederopbouw. Laat ik er helder over zijn: dat is geen technisch begrotingsdetail; dat is een politieke deal om een begroting door de Eerste Kamer te loodsen. Daarom verdient dit helderheid, want waar komt dit geld vandaan? Voor zover nu bekend gaat dit niet om nieuw gevonden structurele ruimte, maar om geld dat uit latere jaren naar voren wordt gehaald. Met andere woorden: het kabinet koopt vandaag politieke steun met geld van morgen. Een kasschuif is geen gratis geld. Een kasschuif betekent dat iemand anders later de rekening betaalt. Daarom vraag ik de minister: welke latere jaren worden nou precies belast? Welke programma's worden daardoor geraakt? Welke verplichtingen worden vooruitgeschoven of gecanceld? En vooral: is deze 380 miljoen slechts gebaseerd op de politieke noodzaak om de steun van GroenLinks-PvdA te krijgen?
Voorzitter. Voor onze fracties mag ontwikkelingssamenwerking nooit wisselgeld zijn voor een senaatsdeal. We spreken hier ook niet over een paar miljoen, maar over 380 miljoen belastinggeld, in een tijd waarin Nederlanders te maken hebben met hele hoge lasten, woningnood, stijgende zorgkosten en achterstallig onderhoud van allerlei publieke voorzieningen en infrastructuur. Deze Kamer moet daarom ook eisen dat iedere euro wordt verantwoord, en niet met morele algemeenheden, maar met concrete doelen, concrete en controleerbare resultaten en solide dekking.
Voorzitter. Daar komen de twee lijnen van mijn bijdrage bij elkaar. Bij Israël zien we het risico van selectieve toepassing van internationaal recht. Bij de 380 miljoendeal zien we het risico van selectieve omgang met begrotingsdiscipline. En toch vraagt dit kabinet om vertrouwen: vertrouwen in het Israëlbeleid, vertrouwen in het ontwikkelingsbeleid en vertrouwen in de besteding van belastinggeld. Maar vertrouwen vraagt ook om transparantie, en transparantie ontbreekt wanneer handelsbeperkingen tegen Israël worden voorgesteld zonder algemeen toetsingskader.
Voorzitter. Nederland moet pal staan voor internationaal recht, maar dan wel als universele norm en niet als selectief politiek instrument. Nederland moet mensenrechten verdedigen, maar dan niet alleen wanneer het politiek uitkomt. Nederland mag bondgenoten aanspreken, zeker, maar dan wel met dezelfde maatstaf die het ook bij andere landen durft te hanteren. Nederland mag geld uitgeven aan ontwikkelingssamenwerking, maar dan op basis van aantoonbare effectiviteit, transparante dekking en eerlijke verantwoording, en niet als smeermiddel voor politieke deals.
Als de minister zo graag extra geld, 19 miljoen, wil geven aan de Palestijnen, laat hem dat dan zeker niet doen via UNRWA, maar via onafhankelijke, respectabele organisaties, bijvoorbeeld via de patriarch van Jeruzalem, de franciscaan en kardinaal Pizzaballa, of via Cor Unum, de grootste caritasorganisatie ter wereld, die met iedereen waardig, respectvol en onafhankelijk contact heeft.
Voorzitter. Internationaal recht is geen keuzemenu, mensenrechten zijn geen instrument van politieke voorkeur, handelsbeleid mag geen vehikel worden voor selectieve verontwaardiging en ontwikkelingsgeld mag geen smeermiddel worden voor politieke deals. Ethiek is geen elastiek.
Tot zover. We kijken uit naar de beantwoording.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Beukering. U sprak ook namens de heer Walenkamp.
De beraadslaging wordt geschorst.
De voorzitter:
Ik schors de vergadering voor de lunchpauze. We beginnen weer om 13.30 uur. Dank u wel.
De vergadering wordt van 12.32 uur tot 13.32 uur geschorst.