T04166

Toezegging Nationale keuzes uitvoering en implementatie Europees Asiel- en migratiepact (36.871)



De minister van Asiel en Migratie zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Thijssen (GroenLinks-PvdA), toe de Kamer te informeren over de keuzes die lidstaten op maatregelniveau maken bij de uitvoering en implementatie van het Europees Asiel- en migratiepact.


Kerngegevens

Nummer T04166
Status openstaand
Datum toezegging 19 mei 2026
Deadline 1 januari 2027
Verantwoordelijke(n) Minister van Asiel en Migratie
Kamerleden dr. N.C. Thijssen (GroenLinks-PvdA)
Commissie commissie voor Immigratie & Asiel / JBZ-Raad (I&A/JBZ)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen asiel- en migratiepact
implementatie
Kamerstukken Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 (36.871)


Uit de stukken

Handelingen I 2025/2026, nr. 29, item 3

Mevrouw Thijssen (GroenLinks-PvdA)

(…)

Voorzitter. Ik zal beginnen met de hoofddoelen van het Migratiepact, namelijk harmonisatie van het Europese asielsysteem. Dat is een van de doelen. Voor ons is dit altijd een van de belangrijkste redenen geweest om voor een migratiepact te zijn, want voor een vraagstuk dat letterlijk en figuurlijk grensoverschrijdend is, is Europese samenwerking een noodzakelijke voorwaarde om te komen tot een rechtvaardig, effectief en ook duurzaam systeem. Maar in de gekozen opzet van dit Migratiepact wordt het idee van standaardisering eigenlijk al direct op de proef gesteld. Lidstaten krijgen namelijk ruime mogelijkheden om binnen bandbreedtes eigen keuzes te maken, waardoor verschillen blijven bestaan en zelfs kunnen worden vergroot. Nederland maakt binnen deze bandbreedtes veelal de keuze voor een contraproductieve invulling.

In december 2024 schreef toenmalig minister Faber het volgende. "Waar de verordeningen nog ruimte laten voor nationale keuzes, of met het oog op nadere invulling van de regels, kiest het kabinet voor een stringente interpretatie van de Unieregels. Zoals opgenomen in het regeerprogramma is het richtpunt van het kabinet dat Nederland structureel zal behoren tot de categorie lidstaten met de strengste toelatingsregels in de EU, en worden de asielprocedures verkort en versoberd tot het Europese minimum." Nederland positioneert zich hiermee in de Europese kopgroep van lidstaten die hardvochtig implementeren en daarmee wordt dus afgeweken van een evenwichtige Europese middenkoers.

Nederland heeft hierbovenop ook nog allemaal aanvullende nationale maatregelen opgenomen die juist niet voortvloeien uit de Europese verplichtingen en waarvan de rechtmatigheid en de uitvoerbaarheid ook nog eens twijfelachtig zijn. Ik denk hierbij aan maatregelen die gezinshereniging beperken, aan mogelijkheden om kinderen in detentie te stoppen en het afschaffen van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Ik zal zo inhoudelijk ingaan op deze punten, maar voor nu mag het duidelijk zijn dat dit soort nationale koppen met het doel om harmonisatie te bespoedigen dit doel juist ondergraven.

Nederland gebruikt het Europese project dus voor het eigenbelang in plaats van het te benutten voor het gezamenlijke belang binnen de Europese Unie. Hoewel in algemene zin duidelijk mag zijn dat ruime bandbreedtes en nationale koppen niet voor harmonisatie zorgen, had ik in de voorbereiding op dit debat behoefte gehad aan een verfijnder beeld van de mate waarin Europese standaardisering plaatsvindt en hoe Nederland zich hierbinnen positioneert. Ik heb in de schriftelijke vragenronde daarom gevraagd om een volledige tabel op te nemen waarmee per lidstaat inzichtelijk wordt gemaakt in hoeverre nou van die bandbreedtes gebruik wordt gemaakt en in hoeverre daar nog nationale koppen bovenop worden gezet. Ik heb ook gevraagd om extra te kijken hoe zich dat verhoudt tot de punten die ik net noemde, zoals snelle procedures, kinderrechten en gezinshereniging.

Ik heb die tabel niet gekregen. Dat komt omdat die niet beschikbaar was. Ik snap dat de beantwoordingstermijn te kort was om dat zelf te gaan uitzoeken. Het is natuurlijk verleidelijk om hier nu een heel groot verhaal te houden over hoe dit hele wetgevingsproces is verlopen, dat er inderdaad te weinig tijd was voor een zorgvuldige behandeling en dat het ook een rommelig proces was vanwege al die interfererende wetten, maar dat ga ik niet doen. Ik wil wel alsnog vragen om die tabel te overhandigen. Als dat niet op korte termijn kan, dan houd ik daar interesse in, ook als dit pact mogelijk zal worden aangenomen volgende week.

Handelingen I 2025/26, nr. 29, item 9

Minister Van den Brink:

(…)

Ik begin met de vraag van mevrouw Thijssen over de asielprocedure. Zij gaf aan dat ze bij de schriftelijke vragen een beeld had gevraagd van de verschillende toepassingen van nationale koppen in Europa. Wij hebben op dit moment geen actueel beeld, omdat de Commissie dat nog niet beschikbaar heeft gesteld. De Commissie monitort de voortgang wel. Wij hebben zelf ook een soort monitoringssysteem, waarin we per kwartaal in beeld proberen te brengen wat er in andere landen gebeurt. Vanuit mijn eigen kennis weet ik dat onze keuzes op twee statussen en nareis bijna identiek zijn aan de Belgische en Duitse situatie. Het lijkt ook op de Zweedse situatie. Ik ken uit mijn hoofd een groot aantal overeenkomsten in de nationale keuzes die gemaakt zijn. Oostenrijk is een ander voorbeeld.

Een totaaloverzicht is er in dat opzicht echter niet. We weten wel dat we tot nu toe het enige land waren, dat nog een eenstatenstelsel hanteerde. We waren ook het enige land dat een onbepaaldetijdvergunning hanteerde. In die zin heeft u gelijk over de keuzes met betrekking tot deze nationale invoering. Dat heb ik vorige keer in het debat al duidelijk gemaakt: er is een pact, maar er is ook een deel met nationale keuzes. Die hebben we in de Wet invoering tweestatusstelsel en in de Asielnoodmaatregelenwet al gemaakt en die zitten ook weer in de wetgeving van het pact verwerkt. Als we de informatie ontvangen of als de Commissie er meer duidelijkheid over geeft, dan zullen we die aan de Kamer doen toekomen.

Mevrouw Thijssen (GroenLinks-PvdA):

Daar ben ik heel blij mee. Dank u wel voor die toezegging. U heeft het nu vooral over inzicht in de nationale koppen, maar het ging mij ook om de interpretatie of de invulling van de bandbreedtes. Kan dat daarin worden meegenomen?

Minister Van den Brink:

Ja, als dat beeld er is. Dan doelt u waarschijnlijk op termijnen van verlenging van vergunningen of termijnen van de procedures bij rechtbanken, al dat soort zaken.

Mevrouw Thijssen (GroenLinks-PvdA):

Ja. Alle onderdelen van de maatregelen, op maatregelniveau.

Minister Van den Brink:

Ik denk dat hier iemand een flink stukje werk aan gaat krijgen. Wij gaan bij de Commissie ook vragen of daar een beeld van bestaat.

(…)


Brondocumenten


Historie

  • 19 mei 2026
    toezegging gedaan