De minister van Asiel en Migratie zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Thijssen (GroenLinks-PvdA), toe om de Kamer vóór de zomer van 2027 inzicht te geven in de ketenbrede uitvoeringspraktijk van de Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact.
| Nummer | T04169 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 19 mei 2026 |
| Deadline | 1 juli 2027 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Asiel en Migratie |
| Kamerleden | dr. N.C. Thijssen (GroenLinks-PvdA) |
| Commissie | commissie voor Immigratie & Asiel / JBZ-Raad (I&A/JBZ) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | asiel- en migratiepact ketenbrede uitvoeringspraktijk |
| Kamerstukken | Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 (36.871) |
Handelingen I 2025/2026, nr. 29, item 3
Mevrouw Thijssen (GroenLinks-PvdA):
(…)
Fikrets constatering dat de regels achteraf kunnen veranderen, is gegrond. Voor de invoering van het tweestatusstelsel, de aanvullende nareisvoorwaarden en de beperking van de definitie van het kerngezin is immers geen overgangsrecht opgenomen. Er wordt hier gekozen voor onmiddellijke werking. Ook wie in een lopende procedure zit voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd valt vanaf 12 juni direct in het nieuwe systeem en heeft dus geen zicht meer op een vergunning voor onbepaalde tijd. Overgangsrecht wordt slechts toegepast bij reeds verleende verblijfsvergunningen asiel voor onbepaalde tijd en voor reeds gegeven voornemens. Ook voor lopende aanvragen ten aanzien van nareizende gezinsleden is dus geen overgangsrecht toegepast. Ik zei het al. Is de minister het ermee eens dat gebrek aan overgangsrecht mensen er terecht toe aanzet om een procedure te starten om de nieuwe regels niet op hen van toepassing te laten zijn? Is het dan ook niet beter om het hier niet op te laten aankomen? Rechtszaken die worden opgestart om nareisbepalingen te laten toetsen op schending van artikel 8 van het EVRM, zorgen ervoor dat de rechtsspraak verder vastloopt. In de ketenbrede uitvoeringstoets ten aanzien van nareis merken de uitvoerende organisaties immers op dat gezinsleden voor wie geen verblijfskaders meer zullen bestaan, naar verwachting zullen proberen om via artikel 8 van het EVRM in aanmerking te komen voor het verblijfsrecht. Het is hardvochtig om bij zo'n omvangrijke stelselwijziging met ingrijpende gevolgen voor de rechtsbescherming nauwelijks overgangsrecht toe te passen.
Handelingen I 2025/2026, nr. 29, item 9
Mevrouw Thijssen (GroenLinks-PvdA):
Ik had eigenlijk verwacht dat er nog wel het een en ander gezegd zou worden over de uitvoerbaarheid. Kan daar iets meer over gezegd worden? Er zijn veel uitvoeringstoetsen uitgevoerd en die geven best een zorgwekkend beeld. Dat geldt ook voor de brief die wij op 22 april kregen. Daarin komt echt het beeld naar voren dat de uitvoerende organisaties hier over drieënhalve week eigenlijk nog niet helemaal klaar voor zijn. Hoe kijkt uw partij daartegenaan? Wat is uw oordeel daarover?
(…)
U noemde het woord "grip" in de zin van "grip op migratie". Ik doelde meer op "grip op de uitvoering". Straks wordt alles geïmplementeerd, maar de uitvoerende organisaties lijken nog niet helemaal klaar te zijn. Ik zoek een beetje naar instrumenten waarmee wij toch nog gewoon puur in de uitvoeringspraktijk kunnen bijsturen, mocht dat mogelijk zijn. Misschien verbaast het volgende u, gezien het debatje dat mevrouw Van Toorenburg en ik net hadden. U heeft me namelijk enorm geïnspireerd, mevrouw Van Toorenburg. Ik heb namelijk goed geluisterd bij het debat vier weken terug. Toen had u het over een invoeringstoets. Toen dacht ik: is een invoeringstoets voor ons allemaal niet een heel goed instrument om voor de komende jaren de vinger aan de pols te houden in de uitvoering, voordat er een echte evaluatie gaat plaatsvinden? Zo kan er nog bijgestuurd worden. Hoe kijkt u daartegenaan?
Handelingen I 2025/2026, nr. 29, item 9
Minister Van den Brink:
(…)
U vroeg, en meerdere leden hebben zich daarbij aangesloten, hoe wij gaan volgen of dit op een goede manier verloopt. Daar komt dan de invoeringstoets bij op tafel. We hebben best wat liggen. We hebben al twee evaluatiebepalingen: een op basis van het pact en een op basis van het tweestatusstelsel. We kennen al een heel aantal rapportage- en monitoringsmomenten, want ik heb de Kamer al beloofd inzicht te geven in de voortgang van het pact. Een extra invoeringstoets zou daar dus bovenop komen. Ik zit een beetje hardop na te denken hoe we dit kunnen invullen. Laat ik het zo zeggen: ik denk dat ik in het komende jaar ieder kwartaal ga rapporteren over het pact of over het wegwerken van de lopende aanvragen. Ook is er een evaluatiebepaling in de Wet invoering tweestatusstelsel na drie jaar en na vijf jaar op basis van het pact. Dus dat is wat er allemaal zit aan te komen. Ik zou u willen toezeggen dat ik over een jaar, voor de zomer van 2027, aan uw Kamer rapporteer over alle elementen die we vandaag bespreken. Dus dat gaat over het effect van de grensprocedure, het effect in de keten, hoe de rechtsspraak ervoor staat. Over alle afhankelijkheden die we vandaag bespreken, rapporteer ik u over een jaar. Ik denk dat er tegen die tijd allerlei dingen zijn die ik nu nog niet voorzie, maar waarover ik wel wil rapporteren. Het is een beetje zoals mevrouw Van Toorenburg zegt: we gaan waarschijnlijk nog dingen ontdekken, lopende de route. Dan hebben we alvast het moment vastgelegd om alles boven tafel te krijgen. Zo zoek ik, naast alle monitoring die we al hebben, naar een manier om de toets in te vullen.
Mevrouw Thijssen (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat dit een heel eind tegemoetkomt aan wat ik in gedachten had met de invoeringstoets. Het is goed dat het wordt gebundeld en er een integraal beeld komt. Ik hoor u ook zeggen dat het ketenbreed is. Toch?
Minister Van den Brink:
Ja.
Mevrouw Thijssen (GroenLinks-PvdA):
Het verschil tussen rapporteren en monitoren enerzijds en een invoeringstoets anderzijds, is dat het bij het eerste informerend is; waarvan akte. Bij het tweede is het echter wat meer sturend. Bij een invoeringstoets gaat het niet alleen om de informatie, maar worden ook de vragen gesteld: wat gaan we anders doen en hoe gaan we bijsturen? Hoe zit dat tweede deel in uw verhaal?
Minister Van den Brink:
Dat veronderstel ik als erbij horend. Waarom zou je monitoren als het zonder gevolgen is? Bij monitoring kun je er nooit van uitgaan dat alles altijd maar goed gaat. Als dat zo was, stond ik hier iets minder vaak, denk ik. Maar dat geldt ook voor de aanvragen die er al liggen. Daarvoor geldt ook dat ik ga rapporteren, om mezelf en de Kamer inzicht te geven in de vraag hoe we kunnen bijsturen als dit niet snel tot effect leidt. De ketenbrede rapportage die ik wil maken, waarbij we gewoon met elkaar gaan nadenken waar we staan, moet gewoon leiden tot keuzes als er dingen onvoldoende werken of aanpassing behoeven. Misschien is het wel zo dat die aanpassingen dan al gedaan zijn en dat ik rapporteer over hoe de aanpassing is gedaan. Op die manier zou ik het willen invullen.
Handelingen I 2025/2026, nr. 29, item 9
Mevrouw Thijssen (GroenLinks-PvdA):
(…)
Een tweede belangrijke toezegging is dat we voor de zomer van 2027 inzicht gaan ontvangen in de ketenbrede uitvoeringspraktijk. Wat loopt goed, wat vraagt aandacht en wat vraagt echt om sturing en misschien ook om aanpassing binnen al die verschillende onderdelen van het nieuwe stelsel? Dat is juist heel belangrijk omdat ik de minister hoor zeggen — ik vat dat nu in mijn eigen woorden samen — dat de uitvoerende organisaties op 12 juni wel klaarstaan, maar eigenlijk nog niet gereed zijn. Hun werk wordt niet alleen anders, maar vaak ook complexer, terwijl de personele capaciteit ontoereikend is en het gewoon ook heel ingewikkeld is in tijden van personele schaarste om die op orde te brengen. Daarmee worden de uitvoerende organisaties eigenlijk voor een onmogelijke opgave gesteld. We vinden het dan ook spannend wat er gaat gebeuren.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2025/2026, nr. 29, item 9
-
behandeling Verslag EK 2025/2026, nr. 29, item 3
-
19 mei 2026
toezegging gedaan