De minister van Asiel en Migratie zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van der Goot (OPNL), toe dat er sprake zal zijn van openheid in de rapportages van de uitvoeringsorganisaties over de voortgang, de problemen en mogelijke verbeteringen bij de implementatie van het Europees Asiel- en migratiepact.
| Nummer | T04171 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 19 mei 2026 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Asiel en Migratie |
| Kamerleden | drs. A.Sj. van der Goot (OPNL) |
| Commissie | commissie voor Immigratie & Asiel / JBZ-Raad (I&A/JBZ) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | asiel- en migratiepact openheid uitvoeringsorganisaties |
| Kamerstukken | Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 (36.871) |
Handelingen I 2025/2026, nr. 29, item 9
De heer Van der Goot (OPNL):
Dank voor het antwoord van de minister over datgene wat in feite wordt toegevoegd aan het noodzakelijke dat dit pact vereist. Het klinkt nogal geruststellend: het is allemaal niet zo veel. Maar de berichten die we van de Raad van State en elders krijgen, zijn toch anders. Hoe kunnen we een gezamenlijk beeld creëren, waardoor het ook voor ons als Kamer helder is en we niet langs elkaar heen gaan praten? Dat geldt ook voor de rapportages in de toekomst. Dat dreigt nu een beetje te gebeuren. Ik ben oud-ambtenaar, dus ik weet hoe dit soort teksten worden geschreven. Ik zou het op prijs stellen als er juist over dit onderwerp openhartiger en duidelijker wordt gesproken, en het niet in mist blijft hangen. Kunt u toezeggen dat we dat in de toekomst gaan doen of kunt u dat in de tweede termijn misschien nog wat verduidelijken?
Minister Van den Brink:
Zeker, in algemene zin. Ik vind dit juist ook een compliment aan de uitvoering. De rapportages die de IND heeft opgeleverd, geven een heel duidelijk beeld van hoe groot de operatie is waar ze nu voor staan, wat dat betekent voor de screening, voor de OVA, de ontvangst, en voor de juridische counseling. Ze hebben heel goed in beeld gebracht hoe groot de operatie is. Ik denk dat dat ook in uw vragen besloten ligt en dat dat overeenkomt met wat alle adviezen daar tot nu toe over hebben gezegd. Daarmee hebben we erkend dat we alles op alles zetten om op 12 juni te starten. Maar we weten ook dat we nog tegen een aantal zaken aan gaan lopen. Ik kom zo meteen nog op een aantal ICT-vraagstukken. Dat is de wijze waarop we tot nu toe openheid hebben gehad: het op tafel leggen van datgene waar we tegenaan lopen. Zo zie ik het ook in het vervolg. We willen de uitvoeringsorganisaties ons laten informeren over wat de voortgang is, waar ze tegenaan lopen en wat er moet worden verbeterd. Dat is ook omdat we dit niet, zoals ik eerder in het debat heb aangegeven, in een soort experimentele ruimte doen waarin alles al helemaal op orde is. Het is ook nog een keer in een situatie met grote aantallen aanvragen die nog moeten worden afgedaan in een politiek onrustig debat rondom migratie. Ik heb op alle manieren behoefte aan die rust, ook in dit debat, en dat moet dan op basis van goede informatie, ook vanuit de uitvoering.
De heer Van der Goot (OPNL):
Daar ben ik in elk geval heel erg blij mee. Dat is een beetje een stabiele situatie met de governance die we erbovenop hebben neergezet. Maar eigenlijk is het Europees beleid ook gericht op meer harmonisatie. Die koppeling staat dat in de weg, zeg maar. Het zal ons helpen en het zou zeker mijn fractie helpen als in de komende jaren ook wordt bekeken om hoeveel het gaat met onze buurlanden, de Benelux-landen en Duitsland en bijvoorbeeld Frankrijk, en dat we gaan kijken naar verdere harmonisatie met deze landen. Dat schept ook rust bij ons aan de grens.
Minister Van den Brink:
Zeker. Het lijkt alsof u een soort inkijkje in m'n hart heeft gehad, want ik zou dat echt heel graag realiseren. Wat de Europese harmonisatie in ieder geval doet, is heel veel gelijktrekken, maar niet op de meest politiek elementaire discussies rondom welke vergunning, welke nareisvoorwaarden, welke duur. Als je dat nou echt zou willen harmoniseren, zou je dat het liefst doen met je buurlanden. We komen nu heel dicht bij wat Duitsland en België doen, maar het liefst zou je het helemaal geharmoniseerd willen hebben, zodat we niet, wat u ook noemde, dat waterbedeffect hebben van "wat heeft die nu weer gedaan". Vandaag kreeg ik ook weer vragen als: België heeft dit gedaan; wat gaan wij nu doen? Dat debat had ik vorige week ook al in de Tweede Kamer. Dat wil je eigenlijk helemaal voorkomen, want de Europese Unie is één rechtsgemeenschap. Het zou dan best een goed concept zijn dat we dat ook op alle voorwaarden zouden doen. Zover zijn we nog niet, maar waar ik de kans krijg, zal ik die zeker aangrijpen, ook met mijn Belgische en Duitse collega's, om dat zo veel mogelijk gelijk te trekken.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2025/2026, nr. 29, item 9
-
19 mei 2026
toezegging gedaan