T04175

Toezegging Associatieverdrag tussen Europese Unie en Turkije (36.871)



De minister van Asiel en Migratie zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Janssen (SP), toe met de uitvoeringsorganisaties in gesprek gaan over het Associatieverdrag tussen de Europese Unie en Turkije, in het bijzonder over de vraag welke communicatie daarover mogelijk is.


Kerngegevens

Nummer T04175
Status openstaand
Datum toezegging 19 mei 2026
Deadline 1 juli 2026
Verantwoordelijke(n) Minister van Asiel en Migratie
Kamerleden mr. R.A. Janssen (SP)
Commissie commissie voor Immigratie & Asiel / JBZ-Raad (I&A/JBZ)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie overig
Onderwerpen associatieverdrag
Turkije
uitvoeringspraktijk
Kamerstukken Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 (36.871)


Uit de stukken

Handelingen I 2025/2026, nr. 29, item 3

De heer Janssen (SP):

(…)

Voorzitter. Kijkend naar de afzonderlijke inhoudelijke onderdelen van de wet heeft de SP nog een aantal vragen. We hebben de afgelopen week veel mails ontvangen met verhalen van mensen met vooral een Turkse achtergrond. Dat waren mensen in procedure of mensen die al een status hebben. De vraag die zich daarbij bij mij opdrong, is of er bij de uitvoering van het Asiel- en Migratiepact een samenloop is met het Associatieverdrag tussen de EU en Turkije uit 1963 en de standstillbepaling uit 1980. Klopt het dat Turkse vluchtelingen of subsidiair beschermden die langere tijd rechtmatige arbeid in loondienst verrichten, een voortgezet verblijfsrecht op grond van artikel 6 van Besluit 1/80 opbouwen als zij aan de voorwaarden van die bepaling voldoen? En klopt het dat zij in Nederland, vanwege de standstillbepaling van artikel 13 van dat besluit zelfs al na drie jaar legale arbeid een duurzaam verblijfsrecht krijgen? Zo ja, wat betekent dit voor de nareis van familieleden? Weet de minister om welke aantallen dit gaat? Ik krijg graag een verduidelijking van de minister op deze vragen over wat het EU-Turkije-associatieverdrag betekent voor de uitvoering van dit pact en of daarmee het pact buiten werking blijft voor sommige groepen.

Handelingen I 2025/2026, nr. 29, item 9

Minister Van den Brink:

(…)

De heer Janssen had een vraag die ik ga uitroepen tot knapst gevonden vraag van de dag. Hij vroeg naar het associatieverdrag van de Europese Unie met Turkije. Ik moet zeggen dat ik me even moest laten bijpraten. Het associatieverdrag tussen de Europese Unie en Turkije van 1963 en het associatiebesluit van 1981, waaronder de daarin opgenomen standstillbepaling, blijven onverkort gelden en worden niet opzijgezet door het Migratiepact. Dit betekent dat Turkse asielzoekers of statushouders die langere tijd rechtmatig arbeid in loondienst verrichten in Nederland, onder de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 6 van het associatiebesluit 1981, in aanmerking kunnen komen voor een voortgezet en duurzaam verblijfsrecht. De standstillbepaling in het besluit van 1981 betekent dat lidstaten bij de implementatie van het pact in beginsel geen nieuwe beperkingen mogen invoeren voor de toegang tot arbeid en verblijf van Turkse werknemers en hun gezinsleden. Het pact en de implementatiewet hebben dus geen invloed op het afgeleide recht op verblijf dat familieleden van een Turkse werknemer onder voorwaarden kunnen ontlenen aan artikel 7 van het associatiebesluit van 1981.

De heer Janssen (SP):

Ik had dit zo aangegeven en gevraagd of dat klopte. Het blijkt dus te kloppen. Ik heb dit met name gevraagd gelet op de vele mails die wij kregen van mensen met een Turkse achtergrond. Heel veel mensen schreven: ik ben hier al zoveel jaar, hoe moet dat nu? Ik denk dat het heel goed zou zijn als daar duidelijkheid over komt, omdat we daarmee heel veel mensen die zich nu ongerust hebben gemaakt, gerust kunnen stellen. Ik zou de minister dan ook willen vragen om op een of andere manier duidelijkheid te willen geven en dat ergens te publiceren, zodat die mensen weten waar ze aan toe zijn. Dank voor de bevestiging dat dit inderdaad het geval is.

Minister Van den Brink:

Volgens mij zijn er plekken waarop dat soort vragen en antwoorden worden beschreven. Ik zal met de uitvoeringsorganisaties in overleg treden om dat op een goede manier te publiceren.

(…)

De heer Janssen (SP):

(…)

Voorzitter. Dan het associatieverdrag. Ik ben niet zozeer op zoek naar vondsten, maar ben meer bezig met een zorgvuldige voorbereiding. Ik mag toch hopen dat op het ministerie en bij de IND deze samenloop ook bekend is, omdat ik anders wel met grote vreze vrees voor de huidige lopende procedures en de brieven die straks in het kader van 12 juni uitgaan naar de mensen die het betreft. Ik wil daar toch wel aandacht voor vragen. Ik hoop echt dat de minister mij gerust kan stellen door te zeggen dat dit uiteraard bekend was. Als ik kijk naar 2025, gaat het in Nederland ongeveer om 1.500 aanvragers met de Turkse nationaliteit, maar in 2024 ging het in heel Europa over 56.000 mensen. Dat is toch een serieus aantal mensen voor wie het Asiel- en Migratiepact geen werking gaat hebben.

(…)

Minister Van den Brink:

(…)

Dan kom ik nog bij een paar vragen. Ik heb net al een vraag van de heer Janssen gehad, maar er is nog zijn vraag over het associatieverdrag. Laat ik zeggen dat het mij onbekend was, maar de IND niet. De samenloop is dus zeker bekend. Gelukkig is de uitvoering ook in dit opzicht nog beter bekend met zaken die op ons netvlies horen te staan. Ik zal zeker over de uitvoering daarvan met hen in gesprek gaan, en over de vraag welke communicatie daarover mogelijk is.


Brondocumenten


Historie

  • 19 mei 2026
    toezegging gedaan