Plenair Beukering bij voortzetting behandeling Wet werkelijk rendement box 3



Verslag van de vergadering van 30 juni 2026 (2025/2026 nr. 37)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 15.46 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Beukering i (Fractie-Beukering):

Voorzitter, dank u wel. Vandaag behandelen we een belastingwet die op papier technisch lijkt, maar in werkelijkheid raakt aan iets heel fundamenteels: de verhouding tussen burger en Staat. De kernvraag is simpel: mag de overheid belasting heffen over winst die een burger niet heeft ontvangen, over rendement dat niet is uitgekeerd, over waarde die niet is gekocht of over vermogen dat slechts op papier is aangegroeid? Ons antwoord is helder: nee, dat moet deze Kamer echt niet willen. Deze wet verwart namelijk waarde met inkomen, papieren aanwas met echte koopkracht, een taxatie met draagkracht en bezit met beschikbaar geld. Precies daarom is deze vermogensaanwasbelasting fiscaal onzuiver, economisch schadelijk en rechtsstatelijk onverstandig.

Voorzitter. Natuurlijk begrijpt mijn fractie dat box 3 na alle rechterlijke uitspraken opnieuw moet worden ingericht. Natuurlijk begrijpen we dat het oude stelsel van fictieve rendementen juridisch en maatschappelijk is vastgelopen. En natuurlijk moet het heffen van belastingen eerlijker, beter en eenvoudiger worden. Maar de oplossing voor een oude fictie kan toch niet zijn dat we een nieuwe fictie optuigen? Dat is namelijk wel wat hier gebeurt. Eerst zei de overheid: we doen alsof u rendement hebt behaald. Dat is door de rechter onderuitgehaald. Nu zegt de overheid: dan belasten wij voortaan de waardestijging die u misschien ooit kunt realiseren. Maar dat is geen inkomen. "Misschien" is geen inkomen. Verwachting is geen rendement en papieren winst is geen draagkracht.

Laat ik het eenvoudig houden. Iemand heeft na 40 jaar werken een beleggingsportefeuille opgebouwd. Niet om te speculeren, niet om de fiscus te ontwijken, maar om later zelfredzaam te zijn. Op 31 december staat de portefeuille tijdelijk fors hoger. De burger verkoopt niets. Hij ontvangt niets. Hij boekt niets over naar zijn betaalrekening. Er is geen champagne, geen nieuwe auto en geen extra koopkracht. Alleen een getal op het scherm. Maar de Belastingdienst zegt: gefeliciteerd, u bent rijker geworden, en nu betalen. Als die beursstand na 2 januari weer wegzakt, is de papieren winst verdwenen, maar de aanslag blijft. Dat is geen belastingheffing over vermogensaanwas. Dat is belastingheffing over een screenshot van oudejaarsavond. De champagne is voor de fiscus. De kater is voor de burger.

Een tweede voorbeeld. Een familie heeft een belang in een klein bedrijf. Geen beursnotering, geen koper, geen dividend. Geen vrije verkoop. Het bedrijf heeft een goed jaar en investeert de winst in machines, personeel en voorraad. De accountant waardeert het bedrijf hoger. Op papier is het belang dus meer waard, maar de familie ontvangt geen euro. Toch komt de fiscus langs, omdat de papieren waarde is gestegen. Dan belast de overheid geen inkomen, maar belast zij een taxatierapport. Dan wordt de boekhouder de pinautomaat van de Staat. Dat is precies waar deze wet ontspoort. Belastingheffing behoort aan te sluiten bij draagkracht. Wie inkomen ontvangt, kan belasting betalen. Wie winst realiseert, kan belasting betalen. Wie verkoopt en liquide middelen krijgt, kan belasting betalen. Maar wie niks verkoopt, niks ontvangt en niks incasseert, kan met deze wet toch een aanslag krijgen. Dan ontstaat het perverse gevolg dat burgers bezit moeten verkopen om belasting te betalen over winst die ze niet hebben genoten. Dat is niet alleen onredelijk, dat is simpelweg onuitlegbaar.

Het herstelt het vertrouwen in de overheid zeker niet. Want laten we eerlijk zijn: dat vertrouwen is al dun genoeg. De burger heeft jarenlang moeten procederen tegen een box 3-stelsel dat met grote stelligheid werd verdedigd, maar uiteindelijk juridisch niet houdbaar bleek. Nu komt de overheid met een nieuw systeem, dat opnieuw ingewikkeld is, opnieuw waarderingsproblemen veroorzaakt en opnieuw de grenzen opzoekt van wat burgers redelijkerwijs kunnen dragen. Dat is geen hersteloperatie; dat is een fiscale herhaling van zetten. Daar komt nog iets bij. Deze wet is niet alleen principieel verkeerd, maar ook bestuurlijk onverstandig. De uitvoeringstoets laat zien dat het stelsel een enorme belasting legt op de Belastingdienst. We hebben het niet over een paar extra medewerkers. Nee, we hebben het over bijna 900 extra fte structureel, boven op de bestaande wervingsopgave. Daarbovenop komen extra toezicht, extra bezwaar en beroep, extra waarderingsissues, extra ICT-druk en extra administratieve lasten. De uitvoeringstoets waarschuwt bovendien dat de werving in de transitiefase nagenoeg onhaalbaar wordt geacht, dat dienstverlening en toezicht zullen verslechteren en dat circa 1,4 miljoen belastingplichtigen met een administratieplicht worden geconfronteerd.

Laten we dat even op ons inwerken. De overheid maakt eerst een stelsel dat burgers nauwelijks kunnen begrijpen. Vervolgens moeten burgers fiscalisten inhuren om het uit te leggen. Daarna moeten honderden extra ambtenaren worden aangenomen om het te controleren. Vervolgens krijgen we weer meer bezwaar, beroep en waarderingsconflicten. Dat is geen vereenvoudiging. Dat is een bureaucratische fabriek. Die fabriek kost geld. Heel veel geld. De structurele uitvoeringskosten lopen op tot ruim 100 miljoen per jaar. Voordat er één euro rechtvaardiger belasting is opgehaald, bouwen we eerst een duurder, ingewikkelder en foutgevoeliger apparaat. Dat is natuurlijk de omgekeerde wereld.

Deze wet is bovendien economisch schadelijk. Nederland zegt dat burgers meer eigen verantwoordelijkheid moeten nemen, zelf moeten sparen, zelf pensioen moeten opbouwen. Heel goed, zelf beleggen voor later. Maar zodra mensen dat doen, worden ze geconfronteerd met een belastingstelsel dat niet wacht totdat zij rendement realiseren, maar alvast jaarlijks afrekent op papieren waardestijging. Dat ontmoedigt beleggen, langetermijndenken en vermogensopbouw, niet alleen bij de allerrijksten, maar juist ook bij de middengroep, de gepensioneerden met een beleggingsportefeuille, de kleine verhuurder, de familie met een vakantiehuisje, de ondernemer met een minderheidsbelang, de ouders die iets hebben opgebouwd voor hun kinderen.

Dan zegt het kabinet: "Er komt misschien een verliesrekening. Er komt mogelijk een verzachting. Er komt wellicht een beter stelsel." Dat is onvoldoende. Je moet geen slechte belastingwet aannemen, omdat je belooft hem later misschien minder slecht te maken. Ook internationaal gezien maakt Nederland hiermee een hele merkwaardige keuze. In veel landen is het uitgangspunt helder: vermogenswinst belast je bij realisatie, dus op het moment dat iemand verkoopt. Dan is er winst. Dan is er liquiditeit. Dan is er draagkracht. Nederland kiest nu voor een route waarbij de Staat jaarlijks wil afrekenen over waardestijgingen die nog niet zijn gerealiseerd. Wat zegt dit over ons investeringsklimaat? Wat zegt dat tegen ondernemers, beleggers, expats, familiebedrijven en mensen die Nederland zien als een stabiel land om vermogen op te bouwen? Het signaal is: "Nederland is fiscaal onvoorspelbaar. Nederland belast niet alleen inkomen, maar ook verwachting, niet alleen realisatie, maar ook boekhoudkundige aanwas, niet alleen wat u verdient, maar ook wat u misschien zou kunnen verdienen". Dat is heel slecht voor het imago van Nederland, slecht voor ons vestigingsklimaat, slecht voor kapitaalvorming en slecht voor de geloofwaardigheid van de Nederlandse overheid.

Daar komt nog een merkwaardige tegenstrijdigheid bij. De Europese Unie wil juist dat burgers meer gaan beleggen. Spaargeld moet niet passief op bankrekeningen blijven staan, maar richting productieve investeringen, ondernemingen, innovatie en economische groei. Nederland zegt tegen diezelfde burger: ga vooral beleggen, maar als uw belegging op papier stijgt, dan komen wij alvast afrekenen. Brussel zegt: word belegger. Den Haag zegt: pas op, want dan wordt u belastingdebiteur nog voordat u een euro hebt verdiend. Dat is geen coherent beleid; dat is fiscale schizofrenie.

Voorzitter. Deze Kamer moet zich vandaag niet verliezen in technische reparaties, uitvoeringsschema's en toekomstige beloftes. De hoofdvraag is principieel: vinden wij het aanvaardbaar dat de overheid belasting heft over winst die niet is genoten? Vinden wij het aanvaardbaar dat burgers belasting moeten betalen over vermogen dat niet liquide is? Vinden wij het hier met z'n allen aanvaardbaar dat iemand bezit moet verkopen om belasting te betalen over een papieren waardestijging? Ons antwoord is nee. Deze wet is verkeerd in zijn kern. Hij belast geen draagkracht, maar schijnkracht, geen inkomen, maar verwachting, geen gerealiseerde winst, maar papieren hoop. Daarmee voldoet deze vermogensbelasting niet aan de toets die deze Kamer behoort aan te leggen: rechtsstatelijkheid, uitvoerbaarheid, redelijkheid en de verhouding tussen burger en Staat. De Staat mag belasting heffen over wat burgers verdienen, niet over wat de Staat zich verbeeldt dat zij misschien ooit zullen verdienen. Daarom hoort deze wet niet in het Staatsblad, maar in de prullenbak.

Tot zover. We zien uit naar de beantwoording van de staatssecretaris. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Van der Linden van de VVD.