Plenair Schalk bij voortzetting behandeling Wet werkelijk rendement box 3



Verslag van de vergadering van 30 juni 2026 (2025/2026 nr. 37)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 17.48 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Schalk i (SGP):

Dank u wel, voorzitter. Op het snaarinstrument dat ik ongeveer één keer per jaar beroer, kan ik een liedje spelen voor mijn kleinkinderen: "Mijn opa zijn fiets is een heel oude fiets, zonder stuur, zonder bel, zonder rem." U kent het vervolg, want opeens "klapte zijn band en mijn opa die dook in het zand". Stel dat die band vervolgens gelapt wordt. Ik ga ervan uit dat velen van u dat weleens geprobeerd hebben. Het komt dan voor dat je het hele spul weer op zijn plaats hebt, je die band oppompt en die nog steeds lek blijkt te zijn. Heel eerlijk gezegd vloog zo'n kinderfiets bij mij dan weleens een klein stukje door de schuur. Maar al zou je die band uiteindelijk op orde hebben, dan ontbreekt nog steeds het stuur aan de fiets van mijn opa. Deze metafoor van mijn opa zijn fiets is heel passend, want ons belastingsysteem is al oud, het rammelt aan alle kanten, reparatiewerkzaamheden blijken niet te lukken en nu de wet is opgelapt, blijkt er geen stuur aan te zitten.

Nog even over die lekke band die geplakt is. Tot voor kort werd de box 3-belasting berekend op basis van forfaitaire rendementen. Dat zorgt voor een enorme ongelijkheid. Deze forfaitaire rendementen zijn namelijk nooit wat iemand daadwerkelijk ontvangt. In het zogenaamde kerstarrest van 24 december 2021 heeft de Hoge Raad dan ook beslist dat dit fictieve rendement oneerlijk is. Dat is dus een lekke band. Om die reden werd de Wet rechtsherstel box 3 geïntroduceerd bij het belastingpakket voor 2023. Dat was de eerste plakker. Omdat er elders nog een lek zat, werd tegelijk de Overbruggingswet box 3 geïmplementeerd. Dat was de tweede plakker. Vorig jaar werd de Wet tegenbewijsregeling box 3 aangenomen, die een derde lek moest plakken. Dat was de derde plakker.

Omdat de Overbruggingswet box 3 volgens de Hoge Raad nog steeds onrechtmatig is, bespreken we nu de Wet werkelijk rendement box 3. Dat is de vierde plakker, maar het is de vraag of nu alle gaten zijn gedicht. De Belastingdienst heeft immers laten weten dat de belasting zoals die nu wordt voorgesteld, zeer ingrijpend is in de uitvoering. De Raad van State stelt dat er zelfs een patstelling is ontstaan, oftewel de ketting zit vast, en de rechter verbiedt het huidige stelsel. Deze fiets is dus niet verkeersveilig. Daarom adviseert de Raad van State om het box 3-stelsel opnieuw te bezien en daarbij eerst te komen tot een integrale visie op het belasten van vermogen. Zo'n visie bestaat blijkbaar nog niet. Oftewel, deze fiets heeft nog steeds geen stuur.

Inderdaad wordt er blijkens het regeerakkoord gewerkt aan een nieuw stelsel, met een tussenstap in 2028 na de invoering van de Wet werkelijk rendement en in 2029 de doorgroei naar de vermogenswinstbelasting. Mijn vraag is dan: waarom nu deze ingrijpende maatregel als we over een paar jaar weer heel ingrijpende maatregelen nemen? Daarom zegt mijn fractie op dit moment: doe het niet! Ik noem zomaar een handvol "doe het niet!"-punten.

Eén. Het voorliggende wetsvoorstel is gericht op het werkelijk rendement, dus over rente, dividend en waardemutaties van het vermogen. De waardemutaties van het vermogen worden aangeduid als "vermogensaanwas". Op papier klinkt dat heel eerlijk, maar "aanwas" staat niet gelijk aan inkomen of aan geld. Dat is net als bij je huis: dat is geld waard, maar je kan niet met je huis betalen. Zo kun je ook niet met je aandelen betalen. Het is dus meer een "vermogensopeetbelasting". Jonge ondernemers moeten straks aandelen verkopen om hun belasting te kunnen betalen. De vraag aan de secretaris is: is het niet schrijnend dat juist die kleine beleggers en middeninkomens hierdoor hun vermogen moeten liquideren, waardoor het opbouwen van vermogen juist voor deze groep moeilijker wordt?

Het tweede "doe het niet!"-punt. Voor startende ondernemingen wordt een uitzondering gemaakt. Daarvoor geldt een vermogenswinstbelasting. Dat houdt in dat je pas belasting betaalt op het moment dat je onroerend goed of de aandelen verkoopt, om de eenvoudige reden dat startende ondernemingen niet voldoende liquiditeit zullen hebben om de belasting te betalen. Dus stel dat er bij verkoop nog steeds geen liquide middelen zijn, wat zijn dan de consequenties voor de startende ondernemer die onder die uitzonderingsbepaling viel?

Het derde "doe het niet!"-punt. Om deze startende ondernemingen verder te beschermen, wordt overigens een nieuwe wet voorbereid: de Wet fiscale stimulering startups en scale-ups. Deze lag tot 29 april 2026 ter consultatie voor. Met die wet krijgen startende ondernemingen een uitzonderingspositie. Echter, die wet geldt nog niet. Als de Wet werkelijk rendement box 3 van kracht wordt voordat de Wet fiscale stimulering startups en scale-ups van kracht wordt, dan zal dat dus een enorme impact hebben op die startende ondernemingen. Waarom zorgt de staatssecretaris niet dat deze wetten tegelijkertijd worden behandeld?

Het vierde "doe het niet!"-punt. Verder is voor dit soort ondernemingen bepaald dat de belastingaanslag pas komt bij het afstoten van de aandelen, dus bij verkoop. Dat kan echter ook plaatsvinden bij een huwelijk, bij een scheiding — wat ik niemand aanraad — of bij overlijden, waarbij er opeens belasting moet worden betaald. Wat is de visie van de regering op kwesties binnen de families? En ook bij familiebedrijven levert het uitdagingen op, want voor familiebedrijven is het niet eenvoudig om aandelen te verkopen. In veel gevallen zal de belasting dan niet kunnen worden opgehoest. Wat is de visie van de regering op kwesties binnen families en de gevolgen daarvan voor de economische weerbaarheid van familiebedrijven?

Ten slotte, als vijfde "doe het niet!"-punt: eigenlijk is deze wet strijdig met het voorzienbaarheidsbeginsel. Dat is onderdeel van ons rechtszekerheidsbeginsel en betekent dat voor burgers helder moet zijn welke wetgeving ze kunnen verwachten en dat ze niet plotseling of continu worden geconfronteerd met ingrijpende wetswijzigingen. Burgers moeten in staat zijn om op wetgeving te kunnen inspelen. Wat is de mening van de staatssecretaris over de rechtsonzekerheid die ontstaat door deze wet?

Mevrouw de voorzitter. De staatssecretaris heeft op 19 juni nog een brief gestuurd. Daaruit blijkt dat er nog geen enkele zekerheid te bieden is, terwijl de Kamer voor de zomer zou worden geïnformeerd. De route die in de brief van 19 juni wordt geschetst, loopt via een voorstel op Prinsjesdag. Dat betekent ongetwijfeld dat dit in de Tweede Kamer wordt meegenomen in de begrotingsbehandelingen, en dat wordt heel lastig in de Eerste Kamer, gezien het feit dat in de Tweede Kamer pas op 8 december over alle begrotingen wordt gestemd. Daarna komt het op het bordje van de Eerste Kamer, die, zoals gebruikelijk, het Belastingplan met daarbij behorende wetten nog in december 2026 probeert af te handelen. Een tweede mogelijkheid is dat de Tweede Kamer de novelle niet bij de begrotingen behandelt, maar gezien het tijdsschema aldaar wordt het dan wel voorjaar 2027 voordat de afhandeling van de novelle en het voorliggende wetsvoorstel plaatsvindt. Kunnen we dat onze burgers aandoen?

Voorzitter. De fractie van de SGP zou het toejuichen als de staatssecretaris het voorliggende wetsvoorstel intrekt, nu stopt met energie steken in herstelwerkzaamheden en met gezwinde spoed gaat werken aan een gedegen plan met visie. Oftewel: kom met een nieuwe fiets, met een stuur, met een bel en met een rem. Kan de staatssecretaris een reactie geven op dit toch zeer constructieve voorstel? Ik zie zeer uit naar de reactie van de staatssecretaris.

De voorzitter:

Ik zie dat een vraag die vaker gesteld is, ook aan u gesteld gaat worden.

De heer Schalk (SGP):

Ik ben benieuwd welke vraag dat wordt, voorzitter.

De heer Crone i (GroenLinks-PvdA):

Het overleg in de Eerste Kamer is een gemeen overleg, dus niet alleen met het kabinet, maar ook met de collega's onder elkaar. Inderdaad, het is een soort hamvraag. Het is altijd makkelijk om hier geen beslissing over belastingen te nemen, maar dan komt het geld niet binnen. U ziet 'm al aankomen: hoe zou u de dekking voor ogen zien als we dit niet doen? We hebben ook problemen, hè. We weten nog steeds niet of wij willen voorstemmen. U bent altijd heel gedegen, ook wat betreft financiële onderbouwingen. Ik hoop dus dat u suggesties heeft om dit netjes te dekken, zodat anderen niet de rekening gaan betalen voor een winstbelasting of zelfs uitstel. Overigens is ook de tegenbewijsregeling zeer gunstig voor hoogvermogenden, want die melden zich niet als ze te veel rendement hebben opgehaald. Wat is uw oplossing?

De heer Schalk (SGP):

Dank voor deze vraag. Laten we helder zijn: het tekort dat ontstaat, in eerste instantie van 2,4 miljard, ontstaat pas vanaf 2028. We hebben dus in ieder geval een jaar om dat gat te dichten, lijkt mij. Er zijn vandaag ook al suggesties gedaan. Ik ben heel benieuwd of die worden opgepakt door de staatssecretaris. Daarnaast weten we wie de nu voorliggende wet betaalt. Dat zijn de kleine beleggers en de middeninkomens. Mijn tegenvraag zou zijn: is dat nou wenselijk?

De heer Crone (GroenLinks-PvdA):

Maar dat heb ik uitvoerig betoogd. Juist de lagere vermogens en middenvermogens gaan nu minder betalen. Zij betalen nu namelijk reëel rendement, maar ook over 4% van het rendement 30%. Als je dan geen winst maakt of maar 1,3% op je spaarrekening krijgt — dat is de ING-spaarrente, zo heb ik net uitgezocht — dan betaal je veel minder dan nu. Juist de gewone vermogens gaan er dus op vooruit. De rijke vermogens blijven lekker genieten van de tegenbewijsregeling en hoeven zich niet te melden. Die gaan er dus op vooruit. In dat kader vraag ik aan de collega's: u kiest nu voor een groot financieel gat, u kiest voor rijkeren die uitstel krijgen van betaling en u geeft geen dekking; ik hoop dat u dan ook uitsluit dat werkende mensen het gaan betalen en dat lage en middenvermogens het gaan betalen. Als u die twee dingen uitsluit, zijn we het al gauw eens.

De heer Schalk (SGP):

Laat ik nou niet proberen om dingen uit te sluiten, want daar ga ik niet over. Als je kijkt naar het verschil tussen de kleine beleggers en middeninkomens of de grote beleggers, dan zie je dat juist de grote beleggers in het huidige systeem constructies hebben om in box 2 terecht te komen en via allerlei bv's en dergelijke winstbelasting te betalen. De middeninkomens en de kleine beleggers zijn dus gewoon zuur met box 3.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Crone.

De heer Crone (GroenLinks-PvdA):

Dat is een misverstand, meneer Schalk. Juist beleggers die het zich kunnen permitteren, gaan hun vermogen opsluiten in boxen zoals box 2 en in spaarfondsen, in beleggingsfondsen. Die gaan dus geen belasting betalen in het winstsysteem. Dat is nu juist de grote kritiek. Alle hoogleraren hebben gezegd dat je dat op z'n minst moet voorkomen. U keert het nu dus echt om.

De heer Schalk (SGP):

Nee, volgens mij keert de heer Crone het om, in die zin dat hij zich nu focust op de grote beleggers. Mijn gevoel, zoals hij dat net verwoordde, is dat het misschien juist wel extra belangrijk is om mijn oproep aan de staatssecretaris te versterken. Haal deze van tafel en zorg voor een compleet systeem dat voor zowel de kleine beleggers, de middeninkomens als de grotere beleggers een eerlijk systeem is. Mijn fractie ziet eigenlijk alleen maar problemen bij wat er nu voorligt. Ik heb vandaag beluisterd hoeveel wensen er zijn. Daarop afgaande krijgen we een novelle. Dat wordt een enorm waterhoofd op de wet die nu voorligt. Ik kan me voorstellen dat de staatssecretaris niet aan dat waterhoofd wil gaan zitten peuteren. Vandaar mijn constructieve suggestie: neem deze in en begin te werken aan een goed systeem.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Van Strien. Hij spreekt voor de PVV en ook namens de Fractie-Van Gasteren.