Plenair Schalk bij behandeling Wet meer zekerheid flexwerkers



Verslag van de vergadering van 7 juli 2026 (2025/2026 nr. 39)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 9.49 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Schalk i (SGP):

Voorzitter, dank u wel. Goed werkgeverschap is een kunst en goed werknemerschap trouwens ook. De Bijbelse lijn daarin is trouwens heel helder. Paulus roept werknemers op om zich netjes te gedragen, hun werk goed te doen, enzovoort, maar het mooie is: in één ademtocht zegt hij dan tegen werkgevers dat zij hetzelfde moeten doen. Oftewel, werkgevers en werknemers moeten in goede verhouding met elkaar bezig zijn. En dat gaat niet altijd goed, om het maar eufemistisch uit te drukken. Dat merken flexwerkers heel nadrukkelijk.

Het is op zich goed om dat aan te pakken, maar het is frustrerend als je een goed doel nastreeft, maar daardoor het tegendeel bereikt. Dat lijkt te gebeuren met deze wet, die in de titel een belofte herbergt: meer zekerheid voor flexwerkers. Wie kan daar nu op tegen zijn? Maar de uitwerking van deze wet is averechts. Wel meer zekerheid voor flexwerkers, maar vermoedelijk veel minder arbeidskrachten in bepaalde sectoren. Niet meer mensen aan het werk, maar waarschijnlijk veel minder. Dat zal verschillend zijn per sector.

Uit de beantwoording van onze schriftelijke vragen begrijp ik dat er geen onderzoek per sector is geweest naar de effecten van deze wet. De fractie van de SGP maakt zich ernstig zorgen, met name over cruciale sectoren als zorg en onderwijs, waar juist heel veel mensen flexwerken. Dit klemt temeer daar uit de beantwoording blijkt dat de regering het van belang acht dat de continuïteit en de toegankelijkheid van de zorg gewaarborgd blijven. De regering wijst daarbij op het belang van het binden van mensen, waarbij er vaak een interne flexibele schil in loondienst is. Er zijn zelfs organisaties die gezamenlijk zorgen voor een flexibele schil in loondienst. Ook wijst de regering op het feit dat in deze sector de cao's al flexibele elementen hebben ingebouwd, bijvoorbeeld jaarurennormen, zelfroostering, vergoeding voor beschikbaarheids- en bereikbaarheidsdiensten en zelfs regiearbeidsovereenkomsten waarbij men zelf de regie over de jaarinzet heeft. Dat is allemaal mooi, maar daarbij gaat het over een categorie mensen die zich al gebonden hebben. Daarmee help je dus niet om de personeelstekorten op te lossen, want in de praktijk wordt het juist lastiger om flexwerkers in te zetten. Flexwerkers zijn vaak flexwerkers omdat zij niet fulltime kunnen of willen werken. Het is naïef om te denken dat de pool aan vaste arbeidskrachten ineens veel groter wordt omdat flexwerk moeilijker wordt. Het kleine aantal dat wellicht voor een vast dienstverband gaat, compenseert niet de toename van het personeelstekort. Om dan alsnog arbeidskrachten aan te trekken, zal de werkgever dus nog gunstiger voorwaarden moeten bieden dan zijn concurrent, en daarvoor bijvoorbeeld de zorgkosten moeten verhogen.

Het helpt niet dat de regering vanaf de zomer — van 2026, neem ik aan — in gesprek wil gaan met de zorgsector. Wat heeft dat nog voor zin als deze wet inmiddels is aangenomen? Waarom zijn dat soort gesprekken niet aan de basis van dit wetgevingsproces gevoerd? Stel dat deze wet wordt aangenomen, is de minister dan bereid om deze pas in werking te laten treden als de gevolgen in samenwerking met de sectoren in kaart zijn gebracht en daarop maatregelen zijn genomen? Daar komt bij dat vrijwel alle grote arbeidsmarktswetten van de achterliggende periode zijn gericht op het verstevigen van de werknemerspositie, terwijl de werkgever er bekaaid van afkomt. Die loopt steeds aan tegen zware werkgeverslasten, zoals de extreem lange loondoorbetalingsverplichting en de ingewikkelde re-integratieverplichtingen. Voor de SGP is het van belang dat hier deze kabinetsperiode stevige stappen in worden gezet. Ondernemers lopen hier al te lang tegen aan, en dat is schadelijk voor de arbeidsmarkt en voor de economie. Ze willen mensen in dienst nemen, maar hebben daarvoor wel verlichting nodig van de bijbehorende werkgeversverplichtingen. Hoe gaat het kabinet bijvoorbeeld de wens om vast minder vast te maken concreet handen en voeten geven?

Voorzitter. Er zijn ook schrijnende situaties denkbaar in de flexsector, waarbij mensen aan een flexibel lijntje worden gehouden door de slimme werkgever. Ik neem aan dat daar de actie op gericht is om na drie tijdelijke contracten een periode van vijf jaar in te bouwen voordat iemand opnieuw een contract kan krijgen. Dat is middels een amendement inmiddels teruggebracht naar 36 maanden, oftewel drie jaar. Hiermee wordt de zogenaamde draaideurconstructie ontmanteld, waardoor het niet meer mogelijk is om na drie contracten een halfjaar afscheid te nemen om te voorkomen dat iemand een vast contract moet worden aangeboden. De vraag is natuurlijk of dit echt tot vaste contracten gaat leiden. Wat is daarvan de appreciatie van de minister? Wat denkt hij daarvan? Is dit nu goed nieuws of is dit slecht nieuws?

In plaats van die draaideurconstructie is er eigenlijk een dubbele deur in gehangen: het zogenoemde bandbreedtecontract als vervanger voor de nulurencontracten en de oproepcontracten. In het bandbreedtecontract wordt van tevoren een minimumaantal uren afgesproken waarvoor de werknemer standaard wordt ingeroosterd en betaald. Ook hier zijn heel wat vragen bij te stellen, want juist door die verplichting haal je de flexibiliteit er geheel uit. Wat betekent dit voor kleinere ondernemers, vraag ik de minister. Is dit wel uitvoerbaar? Denk ook aan familiebedrijven, bijvoorbeeld, waar gewoon mensen uit de familie inspringen op het moment dat er pieken zijn. Komen kleinere ondernemers hiermee niet in een financiële klem te zitten? Het risico hiervan is immers dat de noodzakelijke flexibiliteit hierdoor juist wordt ingeperkt. Heel veel werkers in de zorg hebben juist gekozen voor ruimere flexibiliteit, bijvoorbeeld omdat ze hun gezin voor laten gaan op het werk, of omdat ze mantelzorg willen verlenen aan ouders, of vanwege het vrijwilligerswerk waar ze prioriteit aan willen geven. Dan gaat het vaak om mensen die alleen in noodsituaties bereid zijn om in te vallen. Deze echte en noodzakelijke flexibele schil wordt door dit wetsvoorstel eigenlijk uitgeschakeld. Dat geldt ook voor het onderwijs. Met name in het basisonderwijs wordt immers heel erg veel gewerkt met invallers die alleen komen als er noodsituaties zijn. Moeten al die invallers dan een bandbreedtecontract krijgen? Is dat gelden efficiënt inzetten?

Voorzitter, resumerend. De fractie van de SGP staat zeer gereserveerd tegenover dit wetsvoorstel. Ik zou graag een toezegging van de minister hebben dat er een uitzondering komt voor de semipublieke sector, met name onderwijs en zorg, en dat nulurencontracten alsnog mogelijk worden gemaakt. Ik overweeg een motie op dat punt. Ik zie natuurlijk uit naar de reactie van de minister.

De voorzitter:

Dank u zeer. Mevrouw Karaaslan met een interruptie.

Mevrouw Karaaslan-Kilic i (D66):

Ik heb een vraag aan senator Schalk. U schetst een situatie met daarin uitzonderingen, de keuze voor flexwerk en behoefte aan meer zekerheid. Ik snap de zorgen over de onderwijssector. U schetst een situatie waarin flexwerk altijd een keuze is, maar volgens mij is flexwerk voor heel veel mensen niet geen keuze, maar het gevolg van de keuze van de werkgever. Met name voor mensen die nieuw zijn op de arbeidsmarkt, is meer zekerheid nodig om een gezin te kunnen stichten, om een hypotheek te krijgen. De vrijheid is voor hen vaak geen vrijheid. Kunt u daarop reflecteren?

De heer Schalk (SGP):

Veel dank aan mevrouw Karaaslan voor deze mooie vraag. Daarmee kan ik nog even benadrukken dat ik vind dat werkgevers bereid moeten zijn om zo snel mogelijk mensen vastigheid te bieden. Ik wil ook benadrukken dat ik compassie heb met juist de mensen die aan het begin van hun arbeidzame leven geen zekerheden hebben, waardoor ze niet eens een gezin kunnen gaan stichten of iets dergelijks, omdat ze geen huis kunnen kopen, omdat ze met flexibele contracten moeten werken. Dus helemaal eens: ik vind die draaideurconstructies ook gewoon bizar. Wat dat betreft is het prima dat daar iets aan gedaan wordt. Ik vind dat dat hele flexdenken te ver is doorgeschoten, maar de reactie in deze wet vind ik ook weer te ver doorschieten. Dat geldt met name voor de semipublieke sector, waarin ik echt problemen voorzie voor mensen die helemaal geen behoefte hebben aan die vastigheid en die zekerheid. Deze mensen zijn alleen bereid om bij te springen in noodsituaties, uit goedwillendheid en omdat ze deze samenleving of de zorg een warm hart toedragen, of omdat ze willen dat de kinderen gewoon op school kunnen komen; ze hebben ooit hun diploma gehaald en zeggen: oké, op het moment dat er echt nood aan de man is, wil ik inspringen, maar ik wil voor de rest niets.

De voorzitter:

Mevrouw Karaaslan, voldoende antwoord op de vraag? Meneer Schalk, hartelijk dank voor uw bijdrage. Ik geef graag het woord aan mevrouw Van Aelst-den Uijl, die spreekt namens de fractie van de SP.