1.Vaststellen agenda (LET OP: VERGADERING BEGINT VIJF MINUTEN NA AANVANG DINERPAUZE; DIT KAN DUS EERDER OF LATER DAN 18:50 UUR ZIJN)
2.Commissieagenda onderdeel VRO
3.36915 XXII
Wijziging begrotingsstaten Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening 2026 (Voorjaarsnota)
Beslispunt
Welke procedure wenst de commissie te volgen:
-
-een datum te bepalen voor het leveren van inbreng voor een verslag;
-
-te volstaan met een blanco verslag (geen vragen of opmerkingen, afdoen als hamerstuk of na stemming);
-
-te volstaan met een verslag onder voorbehoud van plenaire behandeling (geen schriftelijke behandeling, wel een mondelinge behandeling plenair)?
Toelichting
Het voorstel wijzigt de Begrotingsstaten Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening 2026 (36.800 XXII). Deze begrotingsstaten zijn nog niet door de Eerste Kamer aanvaard. De stemming erover staat geagendeerd voor 23 juni 2026.
Amendementen
Conform de afspraken uit het overleg van de Voorzitter met de commissievoorzitters attendeert de griffie de commissieleden op aangenomen amendementen die zijn ontraden door de regering om redenen van rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en/of handhaafbaarheid. Er zijn bij dit wetsvoorstel geen amendementen aanvaard.
Achtergrond
Op 18 juni jl. heeft de Tweede Kamer gestemd over de suppletoire begrotingswetsvoorstellen samenhangend met de Voorjaarsnota 2026. Omdat de Tweede Kamer altijd op één moment stemt over alle (suppletoire) begrotingsstaten, worden de aangenomen suppletoire begrotingen in één keer aangeboden aan deze Kamer. Voorgesteld wordt om deze wetsvoorstellen, waar mogelijk, vóór het zomerreces af te ronden. In dat kader wordt geadviseerd om de suppletoire begrotingen op 23 juni, of uiterlijk 30 juni, in de betreffende commissies voor procedure te agenderen.
Bij de behandeling van een suppletoire begroting staan alle reguliere instrumenten ter beschikking van de commissie.
Met het afronden van de behandeling van zoveel mogelijk suppletoire begrotingsvoorstellen voorafgaand aan het reces wordt de kans verkleind dat in het reces een beroep moet worden gedaan op artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016. Dit artikel biedt een grondslag voor het doen van uitgaven voor nieuw beleid dat geen uitstel kan velen, in de periode waarin (suppletoire) begrotingen nog niet door beide Kamers zijn goedgekeurd. In die situatie kan niet worden uitgesloten dat de Kamers tijdens het zomerreces op korte termijn (‘onverwijld’) een oordeel moeten geven over de vraag of zij zich voldoende geïnformeerd achten over de betreffende uitgaven.
NB. Op het moment van behandeling van de suppletoire begrotingen in de commissies zijn nog niet alle onderliggende begrotingen vastgesteld. De commissies kunnen desalniettemin de gebruikelijke procedure opstarten. Een suppletoire begroting waarvan de onderliggende begroting nog niet door de Eerste Kamer is aangenomen kan eveneens al in behandeling worden genomen, maar er kan pas over worden gestemd als de onderliggende begroting is aangenomen.
Internetconsultatie en uitvoeringstoetsen
Conform de Kamernotitie Uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en doenvermogen burgers treft u hieronder een overzicht met link naar de internetconsultatie en uitvoeringstoetsen:
-
-geen internetconsultatie
-
-geen uitvoeringstoetsen
Daarbij zij aangetekend dat consultaties en toetsen bij begrotingen ook ongebruikelijk zijn.
Procedure
4.36791
Wet toekomstbestendige huurcommissie
Beslispunt
Wenst de commissie:
-
-een datum te bepalen voor het leveren van inbreng voor een tweede verslag?
-
-het wetsvoorstel af te doen als hamerstuk of na stemming?
-
-aan de Kamervoorzitter een datumvoorstel voor een plenair debat te doen?
Nadere procedure
5.33118/34986, HA en HB
Brief van de minister van VRO ter aanbieding van het tweede reflectierapport van de Evaluatiecommissie Omgevingswet ‘Werk aan de winkel’; Brief van de minister van VRO over voortgang uitvoering Omgevingswet vierde kwartaal 2025; Omgevingsrecht
Beslispunten
Welke fracties wensen heden inbreng voor schriftelijk overleg te leveren?
Toelichting
Op 2 maart 2026 heeft de Kamer de voortgangsbrief uitvoering Omgevingswet vierde kwartaal ontvangen (33118/34986, HA). In haar brief schrijft de minister dat de Kamer voortaan in lagere lagere frequentie over de voortgang van de verdere uitvoering van de Omgevingswet geïnformeerd zal worden. Voorafgaand aan de start van ieder kalenderjaar ontvangt de Kamer een brief waarin vooral vooruitgekeken wordt naar belangrijke ontwikkelingen voor het komende jaar. Dit houdt in dat de Kamer de brief met de vooruitblik op 2027 in het vierde kwartaal van 2026 ontvangt. Daarnaast blijft de Kamer halverwege ieder jaar de uitkomsten van de jaarlijkse Monitor Werking Omgevingswet ontvangen, waarin juist wordt gereflecteerd op het voorgaande jaar. Aanvullend hierop blijft de Kamer ook de bevindingen van de onafhankelijke Evaluatiecommissie Omgevingswet ontvangen.
De commissie besloot de voortgangsbrief te behandelen samen met de brief van de minister van VRO ter aanbieding van het tweede reflectierapport van de Evaluatiecommissie Omgevingswet 'Werk aan de winkel' (33118/34986, HB). De commissie besloot tevens in te gaan op het aanbod van de Evaluatiecommissie Omgevingswet voor een technische briefing over het reflectierapport. Deze briefing heeft op 9 juni jl. plaatsgevonden en is via Verslag van de vergadering van de commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) op 9 juni 2026 terug te kijken. Twee weken na de technische briefing kon dan inbreng voor schriftelijk overleg over de voortgangsbrief en het reflectierapport worden geleverd. Dat is dus vandaag.
Op 19 juni jl. ontving de Eerste Kamer laat in de middag nog de kabinetsreactie op het tweede reflectierapport. Deze brief is bijgevoegd.
Inbreng voor schriftelijk overleg
6.34453 BG
Brief van de minister van VRO over de resultaten van de monitoring en tussenevaluatie van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb); Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
Beslispunt
-
-Kan de commissie ermee instemmen op grond van de brief van 12 juni 2026 de eerder ingestelde voorbereidingsgroep een voorstel voor een deskundigenbijeenkomst over de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen te laten uitwerken?
-
-Wenst de commissie de status van de motie-Kemperman c.s. (nu: niet uitgevoerd) te wijzigen?
Toelichting
Op 10 december 2025 heeft de Kamer de gewijzigde motie-Kemperman (FVD) c.s. over het niet verder uitbreiden van de werking van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (36.725 XXII, D) aangenomen. Naast het niet verder uitbreiden van de werking van de Wkb vraagt de motie de regering een evaluatie van deze wet uiterlijk in maart 2026 aan de Tweede en Eerste Kamer te sturen. Ten aanzien van de motie heeft de toenmalige minister eind januari 2026 opgemerkt: "Gezien de doorlooptijd van deze processen is het niet mogelijk u de evaluatie eerder dan mei te doen toekomen".
In haar vergadering van 9 juni jl. besloot de commissie een deskundigenbijeenkomst over de Wkb te organiseren als de tussenevaluatie beschikbaar was en deze na het zomerreces in te plannen. Er werd een voorbereidingsgroep ingesteld met de leden Crone (GroenLinks-PvdA), Van Langen-Visbeek (BBB), Meijer (VVD), Rietkerk (CDA) en Kemperman (FVD). Bij brief van 12 juni jl. heeft de huidige minister van VRO vervolgens de Kamer geïnformeerd over de resultaten van de monitoring en tussenevaluatie van de Wkb over 2025. Op basis van deze brief kan de voorbereidingsgroep een voorstel voor een deskundigenbijeenkomst uitwerken.
Bespreking
7.Commissieagenda onderdeel I&W
8.36864
Implementatie herziening Richtlijn industriële emissies en de uitvoering van de PIE-verordening
Beslispunt
Welke procedure wenst de commissie te volgen:
-
-een datum te bepalen voor het leveren van inbreng voor een verslag;
-
-te volstaan met een blanco verslag (geen vragen of opmerkingen, afdoen als hamerstuk of na stemming);
-
-te volstaan met een verslag onder voorbehoud van plenaire behandeling (geen schriftelijke behandeling, wel een mondelinge behandeling plenair)?
Amendementen
Conform de afspraken uit het overleg van de Voorzitter met de commissievoorzitters attendeert de griffie de commissieleden op aangenomen amendementen die zijn ontraden door de regering om redenen van rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en/of handhaafbaarheid. Het wetsvoorstel is op 16 juni 2026 door de Tweede Kamer aanvaard. Daarbij zijn geen amendementen aangenomen, de twee ingediende amendementen zijn verworpen.
Internetconsultatie en uitvoeringstoetsen
Conform de Kamernotitie Uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en doenvermogen burgers treft u hieronder een overzicht met link naar de internetconsultatie en uitvoeringstoetsen:
-
-geen internetconsultatie
-
-geen uitvoeringstoetsen
Procedure
9.31936, BV, BW, BZ en CB
Brief van de minister van I&W ter aanbieding van voorhang ontwerpbesluit tot wijziging van het Luchthavenverkeerbesluit (LVB) Schiphol; Brief van de minister van I&W over de milieueffectrapportage luchthavenverkeerbesluit (LVB) Schiphol; Brief van de minister van I&W ter aanbieding van de reactienota MER voor de wijziging van het luchthavenverkeerbesluit Schiphol (LVB); Luchtvaartbeleid
Beslispunten
-
-Welke fracties wensen heden inbreng voor schriftelijk overleg te leveren?
-
-Kunnen de fracties instemmen met het onderhands delen van de inbrengen?
Toelichting
Bij brief van 19 januari 2026 heeft de minister van I&W het ontwerpbesluit tot wijziging van het Luchthavenverkeerbesluit (LVB) Schiphol bij de Kamers voorgehangen. Het gaat om een algehele wijziging van het LVB. De voorhangtermijn bedraagt op grond van de Wet luchtvaart en de Algemene wet bestuursrecht zes weken. Het betreft een 'lichte' voorhang: de Kamer kan de gebruikelijke parlementaire controlemiddelen inzetten, maar niet afdwingen dat de materie bij wet wordt geregeld (wat bij een 'zware' voorhang het geval zou zijn).
Bij brief van 28 januari jl. heeft de commissie de voorhangtermijn van het ontwerpbesluit gestuit. De minister is verzocht geen onomkeerbare stappen te zetten totdat het overleg met deze Kamer is afgerond. In haar vergadering van 3 maart jl. heeft de commissie besloten de behandeling van het ontwerpbesluit aan te houden totdat het advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie mer) is ontvangen. De commissie besloot vervolgens op 31 maart jl. in meerderheid haar eerdere besluit te handhaven. Op 21 april hield zij een deskundigenbijeenkomst over de voorgenomen wijziging van het LVB (Verslag).
Het advies van de Commissie mer is op 15 mei jl. gepubliceerd en aan de Kamer aangeboden, eerst door de Commissie mer zelf en later - met een korte reactie - door de minister van I&W. Vervolgens heeft de commissie gewacht op de door de minister aangekondigde reactienota op het advies van de Commissie mer. Deze is op 19 juni 2026 verschenen. De commissie kan dus vandaag inbreng voor schriftelijk overleg leveren. De minister zal er alles aan doen om de vragen spoedig te beantwoorden (waarbij het zou helpen als de fracties bereid zijn hun ruwe inbrengen te delen). De commissie zou dan nog op 7 juli 2026, in haar laatste vergadering voor het zomerreces, kunnen beslissen of de voorhangprocedure beëindigd kan worden.
Inbreng voor schriftelijk overleg
10.36915 A
Wijziging begrotingsstaat Mobiliteitsfonds 2026 (Voorjaarsnota)
Beslispunt
Welke procedure wenst de commissie te volgen:
-
-een datum te bepalen voor het leveren van inbreng voor een verslag;
-
-te volstaan met een blanco verslag (geen vragen of opmerkingen, afdoen als hamerstuk of na stemming);
-
-te volstaan met een verslag onder voorbehoud van plenaire behandeling (geen schriftelijke behandeling, wel een mondelinge behandeling plenair)?
Toelichting
Het voorstel betreft de wijziging van de Begrotingsstaat Mobiliteitsfonds 2026 (36.800 A). Deze begrotingsstaat is nog niet door de Eerste Kamer aanvaard. De plenaire behandeling staat geagendeerd voor 7 juli 2026.
Achtergrond
Op 18 juni 2026 heeft de Tweede Kamer gestemd over de suppletoire begrotingswetsvoorstellen samenhangend met de Voorjaarsnota 2026. Omdat de Tweede Kamer altijd op één moment stemt over alle (suppletoire) begrotingsstaten, worden de aangenomen suppletoire begrotingen in één keer aangeboden aan deze Kamer. Voorgesteld wordt om deze wetsvoorstellen, waar mogelijk, vóór het zomerreces af te ronden. In dat kader wordt geadviseerd om de suppletoire begrotingen op 23 juni, of uiterlijk 30 juni, in de betreffende commissies voor procedure te agenderen.
Bij de behandeling van een suppletoire begroting staan alle reguliere instrumenten ter beschikking van de commissie.
Met het afronden van de behandeling van zoveel mogelijk suppletoire begrotingsvoorstellen voorafgaand aan het reces wordt de kans verkleind dat in het reces een beroep moet worden gedaan op artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016. Dit artikel biedt een grondslag voor het doen van uitgaven voor nieuw beleid dat geen uitstel kan velen, in de periode waarin (suppletoire) begrotingen nog niet door beide Kamers zijn goedgekeurd. In die situatie kan niet worden uitgesloten dat de Kamers tijdens het zomerreces op korte termijn (‘onverwijld’) een oordeel moeten geven over de vraag of zij zich voldoende geïnformeerd achten over de betreffende uitgaven.
NB. Op het moment van behandeling van de suppletoire begrotingen in de commissies zijn nog niet alle onderliggende begrotingen vastgesteld. De commissies kunnen desalniettemin de gebruikelijke procedure opstarten. Een suppletoire begroting waarvan de onderliggende begroting nog niet door de Eerste Kamer is aangenomen kan eveneens al in behandeling worden genomen, maar er kan pas over worden gestemd als de onderliggende begroting is aangenomen.
Amendementen
Conform de afspraken uit het overleg van de Voorzitter met de commissievoorzitters attendeert de griffie de commissieleden op aangenomen amendementen die zijn ontraden door de regering om redenen van rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en/of handhaafbaarheid. Het wetsvoorstel is op 18 juni 2026 door de Tweede Kamer aanvaard. Daarbij zijn geen amendementen aangenomen, het enige ingediende amendement is verworpen.
Internetconsultatie en uitvoeringstoetsen
Conform de Kamernotitie Uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en doenvermogen burgers treft u hieronder een overzicht met link naar de internetconsultatie en uitvoeringstoetsen:
-
-geen internetconsultatie
-
-geen uitvoeringstoetsen
Daarbij zij aangetekend dat consultaties en toetsen bij begrotingen ook ongebruikelijk zijn.
Procedure
11.36915 XII
Wijziging begrotingsstaten Infrastructuur en Waterstaat 2026 (Voorjaarsnota)
Beslispunt
Welke procedure wenst de commissie te volgen:
-
-een datum te bepalen voor het leveren van inbreng voor een verslag;
-
-te volstaan met een blanco verslag (geen vragen of opmerkingen, afdoen als hamerstuk of na stemming);
-
-te volstaan met een verslag onder voorbehoud van plenaire behandeling (geen schriftelijke behandeling, wel een mondelinge behandeling plenair)?
Toelichting
Het voorstel betreft de wijziging van de Begrotingsstaten Infrastructuur en Waterstaat 2026 (36.800 XII). Deze begrotingsstaten zijn nog niet door de Eerste Kamer aanvaard. De plenaire behandeling staat geagendeerd voor 7 juli 2026.
Achtergrond
Op 18 juni 2026 heeft de Tweede Kamer gestemd over de suppletoire begrotingswetsvoorstellen samenhangend met de Voorjaarsnota 2026. Omdat de Tweede Kamer altijd op één moment stemt over alle (suppletoire) begrotingsstaten, worden de aangenomen suppletoire begrotingen in één keer aangeboden aan deze Kamer. Voorgesteld wordt om deze wetsvoorstellen, waar mogelijk, vóór het zomerreces af te ronden. In dat kader wordt geadviseerd om de suppletoire begrotingen op 23 juni, of uiterlijk 30 juni, in de betreffende commissies voor procedure te agenderen.
Bij de behandeling van een suppletoire begroting staan alle reguliere instrumenten ter beschikking van de commissie.
Met het afronden van de behandeling van zoveel mogelijk suppletoire begrotingsvoorstellen voorafgaand aan het reces wordt de kans verkleind dat in het reces een beroep moet worden gedaan op artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016. Dit artikel biedt een grondslag voor het doen van uitgaven voor nieuw beleid dat geen uitstel kan velen, in de periode waarin (suppletoire) begrotingen nog niet door beide Kamers zijn goedgekeurd. In die situatie kan niet worden uitgesloten dat de Kamers tijdens het zomerreces op korte termijn (‘onverwijld’) een oordeel moeten geven over de vraag of zij zich voldoende geïnformeerd achten over de betreffende uitgaven.
NB. Op het moment van behandeling van de suppletoire begrotingen in de commissies zijn nog niet alle onderliggende begrotingen vastgesteld. De commissies kunnen desalniettemin de gebruikelijke procedure opstarten. Een suppletoire begroting waarvan de onderliggende begroting nog niet door de Eerste Kamer is aangenomen kan eveneens al in behandeling worden genomen, maar er kan pas over worden gestemd als de onderliggende begroting is aangenomen.
Amendementen
Conform de afspraken uit het overleg van de Voorzitter met de commissievoorzitters attendeert de griffie de commissieleden op aangenomen amendementen die zijn ontraden door de regering om redenen van rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en/of handhaafbaarheid. Het wetsvoorstel is op 18 juni 2026 door de Tweede Kamer aanvaard. Daarbij zijn geen amendementen aangenomen, de twee ingediende amendementen zijn verworpen.
Internetconsultatie en uitvoeringstoetsen
Conform de Kamernotitie Uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en doenvermogen burgers treft u hieronder een overzicht met link naar de internetconsultatie en uitvoeringstoetsen:
-
-geen internetconsultatie
-
-geen uitvoeringstoetsen
Daarbij zij aangetekend dat consultaties en toetsen bij begrotingen ook ongebruikelijk zijn.
Procedure
12.36915 XII, B
Brief van de minister van I&W over beroep op artikel 2.27 Comptabiliteitswet; Wijziging begrotingsstaten Infrastructuur en Waterstaat 2026 (Voorjaarsnota)
Beslispunt
Wenst de commissie de Kamer te adviseren zich deugdelijk geïnformeerd te achten in de zin van artikel 2.27, tweede lid, Comptabiliteitswet?
Toelichting
Bij brief van 11 juni 2026 heeft de minister van I&W in het kader van de suppletoire begroting I&W een beroep gedaan op artikel 2.27, tweede lid, Comptabiliteitswet. Dit artikellid luidt:
-
2.Zolang een voorstel van wet tot wijziging van een begrotingsstaat niet tot wet is verheven en in werking is getreden, wordt nieuw beleid dat ten grondslag ligt aan die wijziging, niet in uitvoering genomen, tenzij uitstel van de uitvoering naar het gemotiveerde oordeel van Onze Minister die het aangaat niet in het belang is van het Rijk en hij de Staten-Generaal daarover naar het onverwijlde oordeel van de Staten-Generaal deugdelijk heeft geïnformeerd.
Om nieuw beleid uit te voeren dient de minister dus te motiveren waarom dit nieuwe beleid geen uitstel kan lijden. Dat doet de minister vanwege lopende contractonderhandelingen in dit geval vertrouwelijk. De vertrouwelijke stukken lagen ter inzage op de kamer van de commissiegriffier.
De beide Kamers dienen vervolgens onverwijld - i.e. zo spoedig mogelijk - een oordeel te geven of de minister hun deugedelijk heeft geïnformeerd. Dit vereist een plenaire uitspraak, op advies van de betrokken commissie. De commissie kan in deze vergadering haar advies aan de Eerste Kamer bepalen; de Kamer kan dan op 30 juni plenair een besluit nemen (hamerstuk of stemming).
Mocht de commissie inhoudelijk over de kwestie van gedachten willen wisselen, dan kan dat in verband met het vertrouwelijke karakter van de stukken alleen in beslotenheid. De aanwezigen op de publieke tribune (inclusief fractiemedewerkers) zullen dan moeten vertrekken en de camera's gaan uit.
NB. het oordeel van de Eerste Kamer betreft uitsluitend de vraag of zij zich deugdelijk geïnformeerd acht. De inhoudelijke behandeling van de Wijziging begrotingsstaten Infrastructuur en Waterstaat 2026 (Voorjaarsnota) is bij het vorige agendapunt aan de orde.
Tweede Kamer
De commissie I&W van de Tweede Kamer heeft de Kamer geadviseerd zich deugdelijk geïnformeerd te achten. Hierover wordt 23 juni plenair besloten. De commissie acht de vertrouwelijkheid ook voldoende gemotiveerd.
Bespreking
13.Mededelingen en informatie
Petitieaanbieding
Op 23 juni 2026 om 12:00 uur biedt Aedes een petitie aan over over de Wet versterking regie volkshuisvesting en de bijbehorende Novelle Wet versterking regie volkshuisvesting. Uw aanwezigheid hierbij wordt op prijs gesteld. Vanwege de afwezigheid van commissievoorzitter Lievense zal de petitie in ontvangst worden genomen door ondervoorzitter Rietkerk.
Termijnbrief
Let op! Op de termijnbrief zijn wetsvoorstellen opgenomen die relevant zijn voor de commissie I&W/VRO. Het betreft de wetsvoorstellen
14.Rondvraag
15.Openstaande correspondentie
Ter herinnering: overzicht openstaande correspondentie
Overzicht openstaande correspondentie |
|||
|---|---|---|---|
Verzonden |
Onderwerp |
Reactietermijn |
Toelichting |
Verslagen |
|||
inbreng 9/6 |
Vervangen actuele waarde door de beleidswaarde in de Woningwet (36.886) - verslag |
14 juli 2026 |
|
Brieven |
|||
18 november 2025 |
Voorhang instructieregel permanente bewoning recreatiewoningen |
16 december 2025 |
Aan de minister van VRO
|
3 februari 2026 |
Ontwikkelingen op de huurmarkt |
3 maart 2026 |
Aan de minister van VRO
|
24 maart 2026 |
Kaderrichtlijn Water |
21 april 2026 |
Aan minister van I&W |
16 juni 2026 |
PBL-rapport stresstest kwetsbare gebieden |
14 juli 2026 |
Aan de minister van I&W |
16 juni 2026 |
Nadeelcompensatie voor vuurwerkbedrijven |
14 juli 2026 |
Aan de staatssecretaris van I&W |
Versie: 19 juni 2026 |
|||
