Niko Peleshi, de parlementsvoorzitter van Albanië, bezocht dinsdag 16 juni het Nederlandse parlement. Hij werd in de Tweede Kamer ontvangen door Thom van Campen, Voorzitter van de Tweede Kamer, en Mei Li Vos, Voorzitter van de Eerste Kamer. Na de ontmoeting met de beide Kamervoorzitters ging de Albanese delegatie later op de dag in gesprek met leden van de commissie Europese Zaken van de Tweede Kamer.
In zijn welkomstwoord benadrukte Tweede Kamervoorzitter Van Campen dat Nederland en Albanië al lange tijd banden hebben: 'In november 1913 arriveerde een groep Nederlandse officieren op Albanese bodem. Onder hen bevond zich majoor Lodewijk Thomson, soldaat en lid van de Tweede Kamer. Hij sneuvelde op 15 juni 1914 bij de verdediging van Durrës. Hij is begraven in Nederland, maar wordt nog altijd in Albanië herdacht.'
Sinds het aangaan van formele diplomatieke betrekkingen in 1970 werken Nederland en Albanië intensief samen binnen internationale organisaties zoals de OVSE, de Raad van Europa en de NAVO. Samenwerking is er ook op specifieke thema's als grensbeveiliging, grensoverschrijdende criminaliteit en irreguliere migratie. Daarnaast speelt de toetreding van Albanië tot de Europese Unie een belangrijke rol: Nederland volgt de hervormingen zorgvuldig en wil een constructieve partner zijn in dit proces. Zo is er in juli een overleg tussen een delegatie van de commissie voor Europese Zaken en Albanese tegenhangers.
Ook Eerste Kamervoorzitter Vos benadrukte de positieve ontwikkeling in de relaties tussen de beide landen: 'Mijn indruk is dat de relatie tussen Albanië en Nederland zich in de loop der jaren heeft ontwikkeld. Van een moeizame start, beïnvloed door de uiteenlopende meningen over de Albanese weg naar EU-lidmaatschap, naar een sterke bilaterale relatie die heeft geleid tot opmerkelijke bilaterale initiatieven, bijvoorbeeld met betrekking tot de Europese Politieke Gemeenschap.'