Verslag van de vergadering van 30 juni 2026 (2025/2026 nr. 37)
Aanvang: 13.41 uur
Status: ongecorrigeerd
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
Aan de orde is de behandeling van:
-
-het wetsvoorstel Wijziging van de Bankwet 1998 in verband met de invoering van een periodieke rapportageverplichting betreffende hypothecaire leningen ten behoeve van de financiële stabiliteitstaak en statistische taak van DNB (Wet rapportage hypotheekmarkt DNB) (36846);
-
-het wetsvoorstel Goedkeuring van de op 15 november 2023 te Apia, Samoa tot stand gekomen Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de leden van de Organisatie van Staten in Afrika, het Caribisch Gebied en de Stille Oceaan, anderzijds (Trb. 2024, 47) (36857);
-
-het wetsvoorstel Wijziging van de Wet kinderopvang in verband met de verbetering van enkele bepalingen op het terrein van kinderopvangtoeslag (36911);
-
-het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (36915-V);
-
-het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (36915-VII).
Deze wetsvoorstellen worden zonder beraadslaging en zonder stemming aanvaard.
De voorzitter:
Verlangt iemand aantekening? Dat is het geval. Ik zie de heer Janssen van de SP.
De heer Janssen i (SP):
Voorzitter. De SP wil graag aantekening bij de wijziging van twee begrotingsstaten, 36915-V en 36915-VII.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Van Hattem.
De heer Van Hattem i (PVV):
Dank u wel. De PVV-fractie wil graag aantekening bij de Wijziging van de begrotingsstaat Buitenlandse Zaken 2026 voor de Voorjaarsnota, onder stuk nr. 36915-letter V van Victor.
De voorzitter:
De heer Van den Oetelaar.
De heer Van den Oetelaar i (FVD):
Dank u, voorzitter. Wij willen graag aantekening bij de wetten 36915-V, 36915-XII en 36915-XII, letter B.
De voorzitter:
Mevrouw Moonen.
Mevrouw Moonen i (D66):
De fractie van D66 wil iets opmerken bij de begrotingsstaat van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Voorjaarsnota. Het gaat om het volgende. Er is een motie-Moonen, over het verhogen van de inkomens op de BES-eilanden. Deze ...
De voorzitter:
Mevrouw Moonen, sorry. Dat ga ik straks vragen bij de stemmingen.
Mevrouw Moonen (D66):
Dat kan ook.
De voorzitter:
Dan roep ik u en kunt u weer naar de interruptiemicrofoon komen. De heer Van Hattem.
De heer Van Hattem (PVV):
Dank, voorzitter. Ter correctie voor de Handelingen: ik had het over "de letter V", maar dat moest een "Romeinse V" zijn. Dat had ik even verkeerd gezien. Dat ging over stuk nr. 36915-V.
De voorzitter:
Die lijken ook op elkaar. De heer Nicolaï.
De heer Nicolaï i (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. De fractie van de Partij voor de Dieren wil graag aantekening bij 36915-V en 36915-XII, letter B.
De voorzitter:
Dank u wel.
De leden van de fracties van de SP, FVD, de PvdD en de PVV wordt conform artikel 88 van het Reglement van Orde aantekening verleend dat zij geacht willen worden zich niet met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (36915-V) te hebben kunnen verenigen.
De leden van de fractie van de SP wordt conform artikel 88 van het Reglement van Orde aantekening verleend dat zij geacht willen worden zich niet met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (36915-VII) te hebben kunnen verenigen.
De leden van de fractie van FVD wordt conform artikel 88 van het Reglement van Orde aantekening verleend dat zij geacht willen worden zich niet met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (36915-XII) te hebben kunnen verenigen.
Aan de orde is de behandeling van:
- de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 11 juni 2026 inzake beroep op artikel 2.27 Comptabiliteitswet (36915-XII, letter B).
Aan de orde is een brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat van 11 juni 2026 betreffende de wijziging van de begrotingsstaten Infrastructuur en Waterstaat 2026 in verband met de Voorjaarsnota. De minister heeft de Kamer op grond van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet gevraagd onverwijld uit te spreken dat zij zich deugdelijk geïnformeerd acht over nieuw beleid dat de minister in uitvoering wenst te nemen. In verband met lopende contractonderhandelingen heeft de minister de Kamer hierover in een vertrouwelijke brief nader geïnformeerd. De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat/Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft het verzoek in haar vergadering van vorige week besproken en adviseert de Kamer zich inderdaad deugdelijk geïnformeerd te achten.
Wenst een van de leden hier stemming over? Dat is niet het geval. Dan stel ik vast dat de Kamer zich deugdelijk geïnformeerd acht in de zin van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet.
Verlangt iemand aantekening? Dat is het geval.
De leden van de fracties van FVD en de PvdD wordt conform artikel 88 van het Reglement van Orde aantekening verleend dat zij geacht willen worden zich niet met de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 11 juni 2026 inzake beroep op artikel 2.27 Comptabiliteitswet (36915-XII, letter B) te hebben kunnen verenigen.
De voorzitter:
Dan zijn de stemmingen aan de orde. Ik heet de staatssecretaris van Financiën, die namens de regering bij de stemmingen aanwezig is, nogmaals van harte welkom.
Hebben voldoende leden de presentielijst getekend? Dat is het geval.
Ik heb begrepen dat de heer Beukering zijn motie 36800-XVII, letter G, in stemming wil brengen vóór de stemming over de Wijziging van de begrotingsstaat Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp 2026 (36915-XVII). Kan de Kamer hiermee instemmen? Dat is het geval. Dat betekent dat wij na de hoofdelijke stemming zullen stemmen over de motie.